Nederlandse talenten kunnen door Brexit langer rijpen in de Eredivisie

Voetbal Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft een mogelijk positief bijeffect voor het Nederlands profvoetbal. Talenten kunnen niet meer voor hun achttiende naar Engelse clubs, zoals de laatste jaren regelmatig gebeurde.

Hij was een van de eersten die ging, op zijn zestiende. Naar de top in Engeland, als voetballand toonaangevend in Europa. De verleidingskracht die Chelsea uitoefende op Jeffrey Bruma was onweerstaanbaar in 2007. Destijds was hij een van de grootste talenten van de jeugdopleiding van Feyenoord. De club hoopte dat hij dat jaar zijn eerste contract zou tekenen. Dat mocht, in die tijd, vanaf zestien jaar.

Maar Chelsea had hem in het vizier. Zij laten hem, onder toenmalig technisch directeur Frank Arnesen, naar Londen komen om te laten zien wat ze te bieden hebben. Bruma, een Rotterdamse jongen wiens vader in de bouw werkte, komt terecht in een andere wereld. Hij raakt onder de indruk van de professionele faciliteiten en het vooruitzicht dat hij kan meetrainen met het eerste, vertelt zijn toenmalige zaakwaarnemer Wessel Weezenberg nu. „Dat was een groot verschil met de situatie in Nederland.”

Bruma tekende op zijn zestiende voor Chelsea. Geld zou niet de belangrijkste drijfveer zijn geweest, Chelsea bood „ongeveer net zoveel” als Feyenoord, zei Bruma jaren later in een interview. Voor Feyenoord is het wrang: zij raken een van de kroonjuwelen van hun jeugdopleiding kwijt zonder dat daar een transfervergoeding tegenover staat. Enkele tientallen Nederlandse jeugdtalenten volgden Bruma in de jaren erna naar Engeland, tot frustratie van de profclubs hier.

Het Nederlands voetbal reageerde deze week daarom verheugd nadat bekend werd dat de regels, als gevolg van de Brexit, ingrijpend gaan veranderen. Engelse profclubs mogen vanaf 1 januari 2021 geen buitenlandse jeugdspelers onder de achttien meer aantrekken. Nu mag dat vanaf zestien jaar. Ook mogen ze per transferperiode nog maar drie buitenlanders van onder 21 jaar halen.

Voor alle buitenlandse voetballers moet in Engeland straks ook een werkvergunning worden aangevraagd, waar dit voorheen alleen gold voor spelers van buiten de EU. De verstrekking verloopt via een puntensysteem, waarbij het uitgangspunt is dat goede spelers eerder in aanmerking komen. Gekeken wordt naar het aantal gespeelde duels, mogelijke interlandervaring en de status van de verkopende club. Voor spelers die niet genoeg punten hebben, kan bij een panel om een uitzondering worden gevraagd.

Het idee hierachter is dat de eigen Engelse (voetbal)markt, onder druk van Brexit, beter beschermd wordt. Maar internationaal lijkt het de leidende positie van Engelse topclubs enigszins te verzwakken. De strijd om jeugdspelers is de afgelopen jaren toegenomen, waarbij de trend is dat grote talenten steeds jonger en voor hogere salarissen worden vastgelegd. In dat speelveld moeten Engelse clubs nu een stap terug doen.

Met deze maatregelen heeft de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie volgens betrokkenen een gunstig bijeffect voor Nederland, van oudsher een opleidingsland. Toptalenten zullen mogelijk langer in Nederland blijven – of althans niet voor hun achttiende naar Engeland vertrekken – waardoor zij zich hier verder kunnen ontwikkelen. Naast die sportieve waarde, kan een langer verblijf ook de marktwaarde opdrijven.

De regels van wereldvoetbalbond FIFA schrijven voor dat spelers niet onder de achttien mogen worden getransfereerd. Echter, voor EU-landen bestaat een uitzondering en mag het vanaf zestien jaar, vertelt directeur Serge Rossmeisl van de FBO, de federatie die de belangen behartigt van Nederlandse profclubs. Hij heeft het „vermoeden” dat de afgelopen periode bij de FIFA door de Engelse bond is gelobbyd om die uitzondering mondiaal door te voeren. Zo zou in feite niks veranderen voor het Engels voetbal. Maar een voorstel voor een reglementswijziging werd verworpen, door een tegenlobby die mede vanuit Nederland werd gevoerd. Rossmeisl: „De uitzondering blijft alleen voor de EU gelden.” En dus niet voor het VK.

Een overstap op jonge leeftijd naar Engeland is, via een sluiproute, nog wel op een andere manier te legitimeren. Als een jeugdspeler kan aantonen dat een van zijn ouders vanwege economische redenen verhuist, is het toegestaan. Dat gebeurde in het verleden regelmatig, waarbij een voetbalouder via de club een (fictieve) baan kreeg. Nu is dit soort misbruik bijna niet meer mogelijk, zegt Rossmeisl. „Het toezicht is door de FIFA een stuk strenger geworden. Het ouderwetse verhaal van de vader die taxichauffeur werd in Londen voor een paar ton, zal je niet zo snel meer zien.”

Grotere problematiek

Dat ze vanuit Engeland nu minder snel beloften kunnen weghalen bij buitenlandse jeugdopleidingen ziet Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV, als een positieve ontwikkeling. „Het is een extra drempel die wordt opgeworpen.” Maar tegelijkertijd, zegt hij, is hiermee de grotere, internationale problematiek rond het opleiden niet opgelost.

Het is soms een ongelijke strijd tegen het grote geld. Gerbrands heeft het bij PSV en eerder bij AZ, waar hij ook directeur was, meegemaakt dat buitenlandse clubs jeugdspelers qua salaris het „tienvoudige” boden – met name Engelse clubs. Het is als schieten met hagel, schetst hij. „De grote clubs kunnen tien spelers weghalen, en als één succesvol is hebben ze een businessmodel dat voor hun goed is. Eigenlijk moet daar een principiële, mondiale discussie over worden gevoerd: hoe wij de opleidingen gaan beschermen.”

Een mogelijk gevolg van de maatregelen is dat Engelse topclubs nog nadrukkelijker zullen inzetten op overzeese opleidingsfilialen, denkt Gerbrands. Nu werkt Manchester City al samen met NAC Breda en Chelsea met Vitesse. „Het gevaar is dat een aantal clubs in Engeland denkt: als we het zo niet meer kunnen doen, kopen we meer clubs op in het buitenland, bijvoorbeeld ook in Nederland. Je kan voor relatief weinig geld een club kopen tegenwoordig.” Eerder dit jaar nam de City Football Group, het imperium achter Manchester City, al het Belgische Lommel SK over.

Door de grote internationale concurrentie voor jeugdspelers zijn de Nederlandse opleidingen juist versterkt, zegt zaakwaarnemer Weezenberg. Er is geïnvesteerd in faciliteiten en met name bij topclubs wordt nu meer betaald voor jeugdspelers die hun eerste contract tekenen. „Ajax en PSV hebben een inhaalslag gemaakt, daar zie je nu de resultaten van: er komen jongens door. Dat was niet zo snel gebeurd als die internationale druk er niet was geweest.”

Talent niet beperken

Voor sommige talenten is Engeland de goede route, zegt Weezenberg. „Uiteindelijk is het ook een persoonlijke keuze.” Jeugdspelers moeten daarin niet beperkt worden, vindt hij. „Als een kind geweldig muziektalent heeft, en die gaat naar het Royal College of Music in Londen, zegt iedereen: fantastisch. Maar als het een voetballertje is, dan gaat het alleen maar over geld. Maar je kan ook zeggen dat Chelsea qua opleidingsperspectief tot de elite behoort.”

Dat Bruma, die hij naar Chelsea bracht, pas later doorbrak bij Hamburger SV ziet hij niet als een misrekening. „Je hebt een opleiding, en je hebt waar je gaat werken. Het gaat erom welke bagage je meekrijgt tijdens je opleiding.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *