Hoe Frank de Boer de geesten van zijn spelers rijp maakte voor succes dat niet kwam

Terugblik EK voetbal Het Nederlands elftal zat wekenlang in een bubbel. Een gouden coronakooi, waarin elk detail werd afgestemd op het winnen van het Europees kampioenschap. Vergeefs.

Op het nachtkastje van Stefan de Vrij ligt een zelfhulpboek uit 1903. As a Man Thinketh van James Allen, een Britse schrijver van filosofische boeken en gedichten. „Een boek over de kracht en de juiste toepassing van gedachten”, noemde de schrijver het. „Ik sta voor heel veel open om het maximale uit mezelf te halen. Het mentale aspect hoort daar ook bij, ik lees er veel over. Hoe hoger je komt, hoe meer details het verschil kunnen maken”, vertelt De Vrij tijdens het EK in het trainingskamp van het Nederlands elftal. Het boek van James Allen helpt hem om te bereiken wat hij visualiseert. Groeien. Steeds iets beter worden. Het EK winnen.

Een mind game – hersenspel. Zo ziet Frank de Boer, de bondscoach, het Europees kampioenschap. Van 25 mannen, jongens soms nog, één team maken. Sterspelers – beroemdheden, miljonairs – die op bank of tribune gaan zitten als het nodig is en dan niet zeuren. Helden, zoals Denzel Dumfries in de groepsfase, die niet mogen zweven. ‘Focus’ wordt De Boers woord van het toernooi.

De bondscoach besefte: dát zou een zwakke plek kunnen zijn. Alsof hij voorvoelde wat er zou gebeuren. Dat zijn team na een succesvolle groepsfase ineens geen schim van zichzelf zou zijn in de achtste finale.

Frank de Boer is als jongetje getraind door zijn vader. Bij De Zouaven in geboorteplaats Grootebroek, West-Friesland. Cees de Boer was streng voor Frank en zijn tweelingbroer Ronald – hij wilde dat ze de top zouden halen. Niet zeuren, veel trainen. Thuis speelden ze altijd met een bal. Moeder half vertederd, half boos om de herrie. Met links, met rechts, links, rechts, steeds weer voetballend door de woonkamer. Een kast of de garagedeur als goal. Cees maakte overal een wedstrijdje van.

OVER DIT ARTIKEL

NRC volgde dit EK het Nederlands elftal op de voet. Vrijwel elke dag was er een persmoment in het trainingskamp van het Oranje, waar steeds andere spelers aanschoven om vragen te beantwoorden. Ook was NRC bij zoveel mogelijk (open) trainingen en alle wedstrijden. Dit artikel is gebaseerd op alle gesprekken en indrukken in de weken dat het Nederlands elftal streed om de Europese titel.

Kloven in een team

Het zijn fragmenten die je soms terugziet op het trainingsveld van het Nederlands elftal. Als Frank de Boer een arm slaat om de schouder van Memphis Depay – balletje van grote afstand op een heel klein doeltje trappen. Hij móét erin. Grimas bij allebei als het niet lukt. Bij elk partijtje de rivaliteit oppoken, samen met zijn assistenten – „já, gáán, lékkere bal”.

Wat een kloven in dit Nederlands elftal. De religieuze Memphis Depay met een gebroken jeugd, zijn broer in een tbs-kliniek vanwege een gewapende overval. Stefan de Vrij die houdt van de Italiaanse pianist Ludovico Einaudi en zijn muziek in Zeist voor teamgenoten speelt. Wout Weghorst die graag in de kapel van Borne komt met zijn neefjes en onverwacht eerste spits werd. Daley Blind met zijn hartkastje, zijn angst verbijtend nadat de Deen Christian Eriksen een hartstilstand kreeg. Quincy Promes die een neef zou hebben neergestoken en wacht op een rechtszaak.

Wekenlang met z’n allen in een bubbel. Een gouden coronakooi. Familie, kinderen, vrienden alleen in de ogen kunnen kijken na een wedstrijd in het stadion. Sommige spelers hebben het op zulke momenten zichtbaar moeilijk. Marten de Roon die in de kleedkamer Patrick van Aanholt troost als die zijn kleine zoontje heeft gezien na een groepswedstrijd. Waarom tilt papa me niet even op? Het kindje snapt er niets van.

Wat verbindt zo’n groep? De huisvaders en rappers, de hoog- en laagopgeleiden, de gangmakers, stillen, gelovigen, ongelovigen, Randstelingen, dorpsjongens. Megagetalenteerde voetballers in een wereld van geld, roem en soms afgunst. De druk van media en publiek. Een verslaggever van SBS die al vanaf de tweede wedstrijd bij elk persmoment beweert dat „heel Nederland roept: we zijn al kampioen”. Wat heb je daarop te zeggen? Tja, knikken ze dan allemaal, „dat willen wij ook.”

Een gezamenlijk doel – dát is feitelijk wat hen vooral bindt. De bondscoach vindt dat de spelers een woord in hun hoofd moeten houden. Om steeds te herhalen. Elke keer als ze afgeleid dreigden te raken, chagrijnig worden van weer een bank- of tribuneplaats, hun gezin missen. Niet ‘finale’, dat de spelersgroep als mantra had tijdens het WK van 2010. Die finale werd gehaald maar verloren, met Frank de Boer als assistent-coach op de bank. Niet ambitieus genoeg. Prent je in dat je als Europees kampioen een rondvaart door Amsterdam maakt. ‘Grachten’ dus. Grachten. Grachten. Grachten.

Daley Blind speelt Candy Crush

De helikopter, die hoor je eerst als het Nederlands elftal in aantocht is. De blauw-oranje spelersbus rijdt over de grote weg in Boedapest naar de Puskas Arena, niet ver van het centrum. Escorte van politieauto’s en motoren. Achter de spelersbus nog een bus met alle begeleiding van het team. De meeste spelers luisteren muziek. Memphis Depay heeft iedereen een oranje koptelefoon gegeven, maar veel van hen houden het bij hun eigen AirPods.

Ze hebben er dan nog alle vertrouwen in, geen idee nog wat de 55ste minuut van de wedstrijd tegen Tsjechië zal brengen. Frank de Boer heeft op zaterdag, de dag voor de wedstrijd, nog gesproken over het ultieme doel: het EK winnen. Hij zag dat zijn spelers er zin in hadden – vijf minuten voor de laatste bespreking stonden ze al beneden in het hotel.

Op donderdag is er voor het eerst tactisch getraind, helemaal gericht op de Tsjechen. Zesendertig uur voor de wedstrijd zijn de spelers extra koolhydraten gaan eten. De ochtend van de wedstrijddag: verzorging, het intapen van spieren, een massage. Dan een ‘activatietraining’. Drie uur voor de wedstrijd nog een sportmaaltijd – glutenvrij voor de één, altijd pasta voor de ander.

Memphis Depay speelt graag een potje Call of Duty op de spelcomputer, de avond voor de wedstrijd. Liefst denkt hij er nog niet te veel aan. Daley Blind belt op de wedstrijddag altijd met zijn vrouw. Ze praten over háár dag, het geeft hem rust. Zijn vader Danny, oud-bondscoach, krijgt ook een belletje. Dan gaat het wel over voetbal. Een peptalk. In de kleedkamer speelt hij een potje Candy Crush op zijn smartphone. Eerst de linkerscheenbeschermer aan, dan de rechter.

Er wordt muziek gedraaid. Hiphop en Nederlandse rap. Ronnie Flex, Frenna. Als ze het veld op lopen voor de warming-up raken een paar spelers de kalklijnen niet aan. Patrick van Aanholt en Donyell Malen maken er een soort huppel overheen.

58.000 man in de Puskas Arena. De Oranjefans zijn hiernaartoe getrokken in een mars. Duizenden mensen, zingend, dansend. Van links, naar rechts. Een vol stadion, dat hebben de spelers lang niet meegemaakt. Ze zijn nu uit hun veilige cocon.

Het loopt niet, dat is eigenlijk meteen duidelijk. Tsjechië verdedigt makkelijk, Nederland creëert niets. Depay staat vast. Blind passt slordig. Er zit spanning in de benen, zegt aanvoerder Georginio Wijnaldum na afloop: „Voor veel jongens is het de eerste keer dat ze dit meemaken”.

Juist als de spelers het gevoel hebben dat de spanning wegebt, aan het begin van de tweede helft, gaat het helemaal mis.

Dromen die niet uitkomen

Memphis Depay heeft gehuild. Kruisband gescheurd, december 2019. Zijn moeder, Cora, belt. Het is voorbij, zegt Memphis tegen haar. Ze houden het allebei niet droog, vertellen ze in de documentaire Memphis – met beide benen van Jessica Villerius die tijdens het EK wordt uitgezonden. De spits van het Nederlands elftal denkt dat hij het EK mist. Dat zou in de zomer van 2020 zijn.

Dan komt corona, tijdens zijn revalidatie, en wordt het toernooi een jaar verplaatst. Voor de knie-operatie scheert Memphis zijn hoofd kaal. „Als symbool, wetende dat ik langere tijd niet zichtbaar zal zijn”, zegt hij in de documentaire. Dreamchaser, staat op zijn borst getatoeëerd – dromenjager. Het EK is zo’n droom, dan mag de wereld hem weer zien.

De droom. Die hebben alle spelers. Owen Wijndal, die nog weet dat hij als tienjarig jongetje op de camping in Frankrijk het WK van 2010 zag. Steven Berghuis die vlak voor het EK van zijn ouders een foto krijgt – hij ziet zichzelf in oranje kleding tijdens een wedstrijd van Nederland. Wout Weghorst, opperdromer, die een foto met zijn gezin post – iedereen in oranje, taart en champagne – als hij wordt geselecteerd voor het EK.

Frank de Boer gebruikt die dromen. Zijn eigen voetbalgeschiedenis maakt hij nadrukkelijk onderdeel van het verhaal waarmee hij zijn spelers wil overtuigen. Het staat centraal in zijn mind game – hij heeft namelijk ook ervaren dat dromen niet kunnen uitkomen. Voor zijn spelers – van een visueel ingestelde generatie – heeft hij een video laten maken. Hoogtepunten uit zijn carrière en die van assistent-trainer Ruud van Nistelrooij. En juist ook de dieptepunten.

Van Nistelrooij wordt met Oranje uitgeschakeld op het EK van 2008. Na een spectaculaire groepsfase – Frankrijk en Italië dik verslagen – gaat het mis tegen Rusland. Verslapping in de groep, dodelijk. Ook daarom wil De Boer dat Van Nistelrooij meegaat. Een coach denkt in scenario’s en dit scenario komt uit.

Het Nederlands elftal wint namelijk van Oekraïne en Oostenrijk en is dan al groepswinnaar. Een gat van tien dagen zonder wedstrijd van belang. Na een teammeeting in Zeist, in de week voor de achtste finale, neemt Van Nistelrooij het woord. „Oké jongens. Nu is de druk er een beetje af, het eerste doel is bereikt. Het is moeilijk om de focus weer aan te zetten als je het te ver laat vieren nu. Pas op voor verslapping”, zegt hij. De spelers knikken.

Precies in die week – spijkerharde training. Van Nistelrooij die een goal afkeurt. Weghorst wordt boos. Armen hoog de lucht in. Hij roept naar de trainers: „Hoezo?!” Als die hem geen gelijk geven, draait hij zich om, hoofd naar beneden. Hij doet een paar passen buiten het veld. Daarna doet hij weer mee. Tackles, overtredingen – soms bijna té hard, maar Frank de Boer laat veel gaan, soms glimlacht hij even.

Lees ook:De anatomie van Oranje

Een totale off-day

Ze voelen het zelf ook, op het veld in de Puskas Arena. Een totale off-day, zeggen ze later. Georginio Wijnaldum speelt slecht, hij weet het. Hij komt nauwelijks in het spel voor en als hij passt, komt de bal zelden goed aan. Dat is hij niet gewend. Frenkie de Jong heeft op het veld het idee dat het Nederlands elftal zichzelf niet is, dat de tactische varianten niet lukken, dat eigenlijk niets van de grond komt. Apathisch, noemt een NOS-verslaggever het na afloop. Frenkie de Jong knikt. Ja, dat was het. Als het Nederlands elftal in de kleedkamer van de Puskas Arena zit, in de rust, is er nog niet één keer op doel geschoten.

Opoffering en concentratie, daarover heeft De Boer het steeds gehad. Alles opzijzetten. Dat heeft hij zelf niet altijd gedaan, houdt hij de spelers voor. Bij FC Barcelona vond hij het leuk om vrienden en familie die op vakantie waren mee te nemen naar mooie strandtenten. En was hij ook niet iets te zwaar? En het WK 2010, had hij daar het goede voorbeeld gegeven? Hadden ze niet nóg meer moeten willen winnen?

De Boer vertelt over dat toernooi. Na afloop van een gewonnen wedstrijd dronk hij daar, in Zuid-Afrika, een wijntje met zijn vrouw. Hij hief het glas naar Arjen Robben en Mark van Bommel. Die hielden een glas water omhoog en maakten een gebaar met hun handen naast het gezicht. Ze zaten in de tunnel. Maar hij, als assistent-coach een van de leiders in de groep, zat met dat wijntje. Het heeft hem aan het denken gezet. „Een zaadje” heeft hij willen planten in de hoofden van spelers. Want zelfs toen die finale werd bereikt, zegt hij, was het er misschien wel niet genoeg. Focus.

De spelers krijgen een Netflix-documentaire te zien. The Playbook, over succesvolle coaches. Aflevering: basketbaltrainer Doc Rivers, over zijn NBA-titel met de Boston Celtics. Rivers vertelt over de filosofie van dat team, ontsprongen aan de Afrikaanse gedachte van ‘ubuntu’. „Een persoon is een persoon door anderen. Ik kan niet volledig mezelf worden tenzij jij dat ook kan. Ik moet niet geïntimideerd zijn door hoe goed jij bent. Hoe beter jij bent, des te beter ik ben”, zegt Rivers. In zijn team zaten drie sterspelers, leiders ook. Als jullie persoonlijk succes willen, zei hij tegen hen, dan zit je in het verkeerde team. We gaan dit samen doen.

Frank de Boer gebruikt het woord ‘ubuntu’ niet. Maar het is precies wat hij wil zien: een team.

Tweede helft in Boedapest. Bal op het middenveld. Depay ziet Donyell Malen starten. Magnifieke hakbal. Malen is weg, alleen op de keeper af. Hij maakt een passeeractie, maar voert die niet goed uit. De doelman zit ertussen, Depay komt te laat.

Nog geen minuut later stort alles in elkaar. Een lange bal komt bij Matthijs de Ligt. Hij krijgt een duwtje van de tegenstander en struikelt. Dan slaat hij met zijn arm naar de bal, duwt hem weg. De videoscheidsrechter kijkt. Als de scheidsrechter naar de kant loopt om de beelden te bekijken weet De Ligt het eigenlijk al. Rood. Hij loopt met gebogen hoofd naar de kant. Na afloop zal hij alle schuld op zich nemen.

De fouten van De Boer

Het motivatieverhaal van Frank de Boer was altijd goed – zij het niet heel geraffineerd. Als een filmscript, iedereen is er gevoelig voor. Vallen, opstaan, opoffering, teamgeest. Met een vleugje underdog. We willen het EK winnen, maar we zijn geen favoriet, zei De Boer steeds. Frankrijk, België, Duitsland, Spanje, Engeland wel. Nederland was geen jager, eerder prooi. Wie houdt er niet van een verhaal waarin de prooi het wint van de jager?

Een goed verhaal heeft een overtuigende verteller nodig. Dat was De Boer niet altijd. Tijdens de voorbereiding ging het vaak mis. Hij vergiste zich in het aantal speelminuten van een van zijn spelers. Liet onduidelijkheid ontstaan over welke spelers zich hadden laten vaccineren – het leidde tot dagenlange onrust. Hij werd betrapt op een klein leugentje, toen hij zei dat hij alle afvallers voor de EK-selectie persoonlijk had gebeld. Nog geen paar uur later doken beelden op van Anwar El Ghazi, die tijdens een televisieopname een appje krijgt van de bondscoach met het slechte nieuws. Verbaasd leest hij het voor.

Onhandigheden die de selectie van hem hadden kunnen vervreemden. Het heeft geholpen dat Frank de Boer zelf steeds ruimte maakt voor fouten. Ook door die Netflix-documentaire, waarin Doc Rivers zegt: „Ik ben Doc Rivers. Ik ben een mens en ik ga fouten maken.” De Boer gaf het zelf ook toe – „onhandig” was het geweest. Zand erover.

Team Oranje is daarna scherper geworden. Voor de wedstrijd in Boedapest, waar onrust was over een omstreden anti-lhbti-wet, voelt het team de sfeer aan. Een telefoontje naar journalisten voor een persmoment met jongelingen Cody Gakpo en Donyell Malen: begin niet meteen over die homowet – we komen met een statement. Daarna aanvoerder Georginio Wijnaldum die vertelt dat hij een speciale aanvoerdersband zal dragen. ‘One Love’ staat erop. Hij neemt de tijd om uitleg te geven. Persoonlijk en gemeend. Potentiële onrust gesmoord. Vlak voor de wedstrijd tegen Tsjechië komt De Boer, net als de rest van de technische staf, met een regenboogbutton op zijn jasje het veld op – ook hij wilde een statement maken.

Frank de Boer lijkt met de dag meer ontspannen. Bij elk persmoment een grapje klaar. In de Johan Cruijff Arena, na de poulewedstrijd tegen Oostenrijk bijvoorbeeld. Een verslaggever zegt tegen Denzel Dumfries – die bij vijf goals betrokken is geweest – dat hij zoiets zelf nooit verwacht kan hebben. Dumfries is even stil, aarzelt over zijn antwoord. De Boer buigt zich naar zijn microfoon: „Hij had het wel verwacht.” Iedereen lachen. De bondscoach merkt het zelf ook, dat hij groeit in zijn rol. Nog steeds staat hij het liefste op het veld met zijn team – „daar ligt mijn kracht”. Maar, zegt hij, in „die andere dingen” – media, communicatie – „word ik steeds beter”.

Hij geeft zijn spelers ruimte, eigen verantwoordelijkheid en vrijheid – voor zover mogelijk in de bubbel. Memphis Depay en Georginio Wijnaldum krijgen toestemming om een medische keuring te ondergaan in Zeist en tekenen contracten bij respectievelijk FC Barcelona en Paris Saint-Germain. Dat wilde De Boer vooraf eigenlijk niet hebben, maar het mag toch – een rigide opstelling zou de sfeer kunnen bederven.

Spelers afschermen van de buitenwereld kan niet, beseft De Boer. Ook niet bij felle kritiek op het spel, ondanks de overwinningen in de poule. Ze zitten toch steeds op hun smartphone, soms zelf als ze na een wedstrijddag de spieren rekken op het trainingsveld. De Boer, halverwege het EK: „In deze tijd kan je niet zorgen dat ze niks meekrijgen. Dat zou een utopie zijn. Het is aan ons om het te managen en steeds te hameren op die focus”.

De Boer ziet hoe de spelers met het toernooi bezig zijn. Zoals zijn begeleidingsteam alles tot in detail regelt – de salades staan bij de lunch vóór de koolhydraten, om gezonde keuzes af te dwingen – doen de spelers dat ook. Stefan de Vrij die vlak voor het EK nieuwe zooltjes voor zijn schoenen krijgt, nog nét iets beter op zijn voeten aangepast. Wout Weghorst die elke dag wel even belt met zijn persoonlijke fysiektrainer en soms met een personal bodycoach, een mental coach en sportpodotherapeut. Zo zijn veel spelers al jaren bezig om het beste uit zichzelf te halen. Denzel Dumfries die hersentraining volgt om slimmer te leren voetballen en zelf aanklopte bij techniekscholen om aan zijn ‘harde voeten’ te werken. Hij wordt de sensatie van de groepsfase, met twee goals.

Ze zijn ook met elkaar bezig. Ruud van Nistelrooij zag het al in maart, toen hij er voor het eerst bij was als assistent. Hij stapte in Zeist de ‘huiskamer’ binnen. Een ruimte met televisies, een grote tafel, banken, relaxte stoelen, rondom aparte kamers voor besprekingen. „Er werden spelletjes gespeeld, een paar jongens waren aan het gamen. De hele groep zat bij elkaar. Dat beeld staat me enorm bij. Dat kende ik helemaal niet van mijn eigen tijd bij Oranje, toen we nog in Noordwijk zaten. Daar was het meer ieder voor zich. Toen was het ook nog heel hiërarchisch. Dat is eigenlijk verdwenen.”

Marten de Roon is een speler die goed rondkijkt. „Moeten we iemand even helpen? Iemand die ontevreden is, kan net een paar procent minder geven. Dan probeer ik dat even te bespreken. Een kort gesprekje kan al veel helpen”, vertelt hij. Donyell Malen die kletst met Cody Gakpo als die een wedstrijd op de tribune wordt gezet. Ryan Gravenberch die complimenten maakt aan Denzel Dumfries als ze naast elkaar zitten bij een persconferentie. Dumfries die glimlacht en zachtjes zegt: „Dankjewel man”.

Deze kater slijt langzaam

De organisatie is nu helemaal weg, op het veld in Boedapest. De Boer heeft Malen eruit gehaald – die kan fysiek geen hele wedstrijd aan – en Quincy Promes ingebracht. De spelers voelen dat het ze uit handen glipt. Vrije trap aan de zijkant van het strafschopgebied. Tomás Kalas kopt tegendraads terug. Alle verdedigers staan op de achterlijn, niet bij hun man. Tomás Holes kan vrij binnenkoppen.

De Boer gebaart naar zijn spelers, op de rand van het trainersvak. Naar voren voetballen. Blijf proberen. Hij wisselt. En nog eens, en nog eens. Maar Nederland krijgt geen kansen meer. Nul schoten op doel, de hele wedstrijd. Op het middenveld is Wijnaldum te laat bij een afvallende bal. Hij begrijpt het zelf ook niet. Tsjechië komt door, een voorzet. Daley Blind komt te laat. Doelpunt Patrik Schick: 2-0.

De laatste minuten tikken weg. Zelfs een slotoffensief zit er niet meer in. Frank de Boer zet de handen in de zij. Dan slaat hij ze even over elkaar. Hij gaat zitten, bij de rest van zijn technische staf. Dat is niets voor hem – hij staat áltijd. Maar nu kan hij niets meer doen. Het EK is voorbij.

Verslagenheid in de kleedkamer, onder de tribunes van de Puskas Arena, waar de Tsjechen feestvieren. Frank de Boer neemt het woord. Dit gaat even duren, zegt hij tegen de spelers. Het gevoel dat jullie nu hebben slijt niet zomaar even. Hij haalt nog even de halve finale van het EK in 2000 aan, toen Nederland verloor nadat hij zelf twee penalty’s miste tegen Italië. Het duurde lang voordat die wond was geheeld.

De kritiek is vernietigend. Meteen worden de spelers ermee geconfronteerd door journalisten. Hoe kan dit? Waarom was het zo slap? Waarom speelden topspelers zoals Wijnaldum zo slecht? Was het 5-3-2-systeem dan toch een slechte keuze? Waarom pas 24 uur geleden naar Boedapest gereisd, terwijl het hier zo warm is? En tegen Frank de Boer: ga je opstappen? Daar wil de bondscoach nog niets over zeggen. Zijn spelers en hij beantwoorden de vragen rustig, opgelucht als er weer een vragensessie voorbij is. Ze willen weg, naar huis, naar hun familie, weg van dit toernooi. De „enorme kater”, zoals De Boer steeds zegt, verwerken.

De bondscoach zoekt naar verklaringen. Dat deed hij in de kleedkamer ook. Daar heeft hij gezegd dat voetbal een sport is van details, van kleine momenten. Als Malen hem maakt is er niks aan de hand, terwijl een minuut later „alles op zijn kop staat”.

Zo kan het nu eenmaal gaan, zegt hij. Maar ook De Boer weet dat het onvoldoende zal zijn voor zijn bazen bij de KNVB. Er zullen verklaringen moeten komen voor het toernooi, dat eindigt in een enorme teleurstelling. Er is gewonnen van drie zwakke landen in de groepsfase. Daarna ging het meteen mis, bij de eerste tegenslag van dit EK. Hij veranderde van spelsysteem. In Nederland kun je dat alleen ongestraft doen als je blijft winnen. Nu zal het weer gaan over 4-3-3, Hollandse School, mooi voetbal en hoe Frank de Boer dat allemaal in de waagschaal heeft gelegd.

De mind game dan, heeft de bondscoach die ook verloren? Nog geen half uur na de uitschakeling op het EK zit Frank de Boer daar. In de catacomben van de Puskas Arena, waar schoonmaakploegen hun werk zijn begonnen. Hij kijkt naar een scherm waar een Teams-sessie met journalisten is begonnen. Probeert zijn teleurstelling in de hand te houden. Ja, hij denkt dat zijn verhaal over toernooivoetbal is aangekomen bij de spelers. Dat hij goed heeft overgebracht hoe ze zo’n toernooi moeten beleven, als in een roes. En ja, hij denkt het nog steeds: „De jongens geloofden er in”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *