De voetbaldroom is vaak een giftige droom

De documentaire Voetbaldroom van ex-Vitesse-speler Niels Tesselaar toont de offers die jonge voetballers én hun ouders brengen om aan de top te komen.

Goed, het was niet de lange serie oefeningen in kindermishandeling die vorig jaar te zien was in de ontluisterende documentaire Turn!, maar ook in het eerste deel van de documentaireserie Voetbaldroom (BNNVARA) ligt het drama dicht onder de oppervlakte. Bijvoorbeeld in het van spijt doordrongen stemgeluid van Pjotr van der Marel als hij jonge voetballers opbelt om ze te vertellen dat ze worden weggestuurd van de jeugdopleiding van Sparta. Aan de toon waarop hij zegt dat hij van „Sparta Rotterdam” is, kun je al horen dat het mis is.

Van der Marel heeft uitgezocht wat eigenlijk niemand wil weten: wat er is geworden van de jongens die de afgelopen tien jaar deel hebben uitgemaakt van de opleiding van de Rotterdamse profclub. Als hij online de namen langs gaat, stuit hij keer op keer op de aanduiding „oud-bondslid”, wat bekent dat de betrokkenen zelfs niet meer voor hun plezier voetballen. Ze hebben hun bal voor altijd in de sloot geschopt. Niet meer dan vijf procent van de Sparta-jongens haalt ooit zijn debuut in het eerste elftal, twee procent komt daarin tot twintig wedstrijden of meer.

Hoofdprijs

Dat zijn dan nog de kinderen die voor Sparta mogen spelen: de meeste aandacht in de eerste aflevering van Voetbaldroom gaat naar twaalfjarigen die een niveau lager spelen, bij Alphense Boys. Voor hen zou een uitnodiging van Sparta al een hoofdprijs zijn. Intussen gaat het er bij Alphense Boys ook al best spartaans aan toe. „Ik zag dat iemand zijn veters moest strikken. Dus moeten jullie je allemaal vijfentwintig keer opdrukken.” Braaf laten de roodgeheste jongens zich voorover vallen. Bedenker Niels Tesselaar weet waar hij het over heeft; zelf speelde hij in de jeugdopleiding van Vitesse.

Natuurlijk zijn de jongensdromen ook vaderdromen en bij de offers van de jongens horen de offers van hun ouders. De vader van Finn werkt vroege ochtenddiensten als bezorger voor Albert Heijn. Niet omdat hij dat werk zo graag wil doen (wel zegt hij heel zorgzaam „let op uw rug” als hij een oudere klant zijn tassen aanreikt), maar omdat een andere voetbalvader hem drie jaar geleden vertelde dat dit werk goed combineert met het voetbal van zijn zoon.

Profclub

Ook de vader van middenvelder Sinan werkt ’s nachts. Behalve een voetballende zoon bij Alphense Boys, heeft hij ook twee op hoog niveau tennissende dochters. „Hun droom is mijn droom”, zegt hij, wat op verschillende manieren waar is. Sinan heeft eerder bij FC Utrecht gespeeld, maar mocht daar niet blijven. Hij valt nu op tussen zijn teamgenoten doordat hij niet uit zichzelf over een profclub begint.

De droom is vaak een giftige droom. Sparta’s jeugdtrainer Van der Marel verbergt zijn twijfel niet. „Het gebeurt dat we allemaal richting die droom praten en zeggen: als je leeft als Cristiano Ronaldo, dan lukt het. Maar…” Van der Marel schudt zijn hoofd. „Op basis van die ene speler die het eerste elftal haalt, zeggen we: het loont, het loont. Maar tegenover die ene speler staan zoveel afvallers.” Kijkend naar de eerste aflevering van Voetbaldroom zien we al wat er straks in duigen gaat vallen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *