De selectieve verontwaardiging van sporters

 

Voetballers laten zich massaal voor het karretje spannen van de Black Lives Matter-beweging. Door het sportieve activisme ontstaat de verkeerde indruk dat een onheuse bejegening van zwarten door blanken het enige onrecht in de wereld is, schrijft Gerry van der List.

Het blijft een vreemd gezicht. Voor aanvang van de strijd om de FA Community Shield, het traditionele begin van het Engelse voetbalseizoen, gingen vorige maand de 22 spelers op het veld op één knie zitten. Arsenal en ­Liverpool namen daarmee een gewoonte over van sommige Amerikaanse atleten om hun woede te demonstreren over politiegeweld tegen zwarten en racisme.

De twee Nederlandse spelers van Liverpool, Virgil van Dijk en Giorginio Wijnaldum, hadden al eerder duidelijk gemaakt dat het nu eens afgelopen moet zijn met discriminerende woorden en daden. Na een grapje over Zwarte Piet van Veronica Inside-medewerker Johan Derksen kondigde het duo aan het spraakmakende praatprogramma voortaan te boycotten.

Ronald Koeman steunde zijn spelers. De toenmalige bondscoach van het Nederlands elftal toonde zich ook van zijn politiek-correcte zijde door Max Verstappen te kapittelen. De coureur had in tegenstelling tot de meeste collega’s geweigerd om voor de eerste Formule 1-race van dit seizoen door de knieën te gaan als steunbetuiging aan de Black Lives Matter-beweging. Koeman vond deze eigenzinnigheid maar schandelijk.

Sporters staan ineens te trappelen om hun solidariteit te tonen

Het is evident: de ongelukkige dood van de zwarte Amerikaanse misdadiger George Floyd ten gevolge van een nekklem heeft ook in de sportwereld tot beroering geleid. Politiek doorgaans alles­behalve uitgesproken sporters staan ineens te trappelen om hun solidariteit te tonen. Zo deed het supertrio van het tennis – Roger Federer, Rafael Nadal en Novak Djokovic – in de zomer mee aan ‘Blackout ­Tuesday’, wat betekende dat ze hun socialmedia-kanalen op zwart zetten. Hun vrouwelijke collega Naomi ­Osaka noemde dit een veel te slap gebaar. De Japans-Amerikaanse speelster draagt zelf demonstratief Black Lives Matter-shirts en -mondkapjes.

Het op een dergelijke manier tonen van een afkeer van racisme zou positief kunnen worden opgevat als een blijk van maatschappelijk engagement. Sport is blijkbaar niet het enige wat telt voor Virgil van Dijk, Ronald Koeman en Naomi Osaka. Maar wat opvalt (en irriteert), is de selectieve opwinding.

Nooit wordt gedemonstreerd tegen de vervolging van christenen

Er is nooit eens een sportwedstrijd die wordt begonnen met een krachtig protest tegen de opsluiting van een miljoen Oeigoeren in China. Of tegen de wereldwijde vervolging van christenen. Of tegen de structurele achterstelling van vrouwen in islamitische landen. Of tegen de discriminatie van homo’s. Of tegen antisemitisme. Of tegen de armoede en honger in veel landen ten gevolge van het wanbeleid van corrupte regimes. Het lijkt er door het sportieve activisme nu op dat een onheuse blanke bejegening van zwarte mensen het enige onrecht in de wereld is. Wat een erg vertekend beeld oplevert.

De getoonde solidariteit stelt overigens weinig voor. Werkelijk idealisme zou pas blijken als er offers werden gebracht. Hier komt het voorbeeld van Qatar goed van pas. Van Dijk en Wijnaldum gaan komend jaar onder leiding van de opvolger van Koeman – hopelijk – erg hun best doen om zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap voetbal van 2022. Dat is nu een keer in het late najaar vanwege de enorme hitte in de zomer in het organiserende land.

Geen blijk van afschuw over de mensenrechtensituatie in Qatar

Maar dat is zeker niet de enige reden dat er bedenkingen zijn gerezen tegen de locatie van het WK. Een politiek en moreel probleem vormt dat Qatar een totalitaire staat is, die tal van mensenrechten schendt en niet op een paar levens meer of minder kijkt bij de slavenarbeid voor de bouw van de stadions. Echt principiële sporters zouden ervoor kiezen de oliesjeiks op hun schandalige gedrag te wijzen door af te zien van deelname aan het Arabische voetbalfeestje.

Maar Van Dijk en Wijnaldum hebben evenmin als de andere spelers van Oranje hun afschuw uitgesproken over de mensenrechtenschendingen in Qatar. Zij maken zich liever makkelijk druk om grapjes van een vaderlandse voetbalanalist. Zo vervreemden zij zich van het merendeel van de voetballiefhebbers die aanzienlijk meer waardering koesteren voor de begrijpelijke onwil van Max Verstappen om zich voor het karretje te laten spannen van radicale zwarte activisten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *