Bijnamen voor beginners

 

De afgelopen week kon je geen sportprogramma aanzetten of Lucas Pratto kwam voorbij, de spits die Feyenoord uit Argentinië haalde zoals de koning dat met zijn vrouw deed, zij het voor een andere prijs. Elk bericht over Pratto ging ook over zijn bijnaam ‘Oso’ en de vertaling ‘Beer’. Aan dat enthousiasme las ik af dat Nederlanders een goede bijnaam enorm kunnen waarderen, helaas kennen we hier geen grote bijnamentraditie. Alleen criminelen kunnen in Nederland op een deugdelijke, alom erkende én blijvende alias rekenen, voor de rest van ons is het behelpen. Bijnamen worden spaarzaam gegeven en slagen er nooit in de doopnaam te verdrijven. ‘De man van glas’ voor Arjen Robben is veel te lang om bruikbaar te zijn, net als ‘De niet-vliegende Hollander’ voor Dennis Bergkamp. Voor de betere bijnamen zijn Nederlandse voetballers vaker naar het buitenland uitgeweken. Daar kreeg Ronald Koeman ‘Sneeuwvlokje’ opgespeld en mocht Marco van Basten zich op ‘San Marco’ verheugen – niet dat die namen in Nederland blijvend bleken.

Zuid-Amerika kent een gigantische bijnamentraditie. Je hoeft daar niet het rechte pad af om aanspraak te maken op een alias voor het leven. Ik ontdekte dat toen ik er als tiener weer ging wonen. Elke klas in elke middelbare school heeft een half dozijn kinderen met bijnamen die zo diepgeworteld zijn dat ze de voornaam verdringen tot alleen intimi die nog kennen. Waarom wordt de Hond de Hond genoemd? vroeg ik. Omdat hij veel honden heeft en alles opeet wat je hem voorzet. Waarom wordt de Lucifer de Lucifer genoemd? Omdat hij roodharig is en de keuken van zijn oma in brand heeft gezet. Waarom heet de Flaca Rodriguez de Flaca Rodriguez? Omdat ze dun is en Rodriguez als achternaam heeft. Een basisregel voor bijnamen leek dat ze om twee redenen moeten worden gegeven, niet om slechts één. Bijnamen die maar één aanleiding kennen, zoals de ‘Holandesa’ die ik destijds kreeg, zijn gedoemd te verdwijnen.

Bij zijn eerste Feyenoord-interview zei Pratto dat hij ‘Beer’ te danken had aan zijn formaat én … – ook hij weet kennelijk dat een bijnaam twee aanleidingen nodig heeft – zijn strijdlustige persoonlijkheid. Maar beren zijn niet per se strijdlustig. Beren houden een winterslaap. Als je een willekeurige middelbare scholier in Argentinië zou vragen waarom iemand met Pratto’s voorkomen Beer wordt genoemd, zou die antwoorden: omdat hij groot en harig is. Op zoek naar de verklaring stuitte ik op de Argentijn die aangewezen wordt als mogelijk de eerste die de naam Oso voor Pratto gebruikte: clubverslaggever ‘Eend’ Mahón. Bij CA Vélez noemde hij Pratto Beer vanwege diens grootte en „vooral om hoe hij met zijn hoofd naar voren beukt als hij rent”. Zondag ga ik tijdens de klassieker kijken wat daarvan waar is, tot dan geloof ik eerder in de hypothetische verklaring van de gemiddelde scholier: Oso omdat hij groot en harig is.

Opgewarmd door het bijnamenvuur noemden verschillende Nederlandse voetbalanalisten Pratto, ‘de Barista’, vermoedelijk vanwege zijn gestileerde baard. Geestig, maar volgens de twee-aanleidingenregel maakt die bijnaam alleen een kans als die Beer ook verdomd goede koffie zet.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *