20-09-2018 – Wie neemt Jong Oranje nog serieus?

Door: Stef de Bont in de VI

Met nog twee wedstrijden te spelen kan Jong Oranje het EK van 2019 al praktisch vergeten. Voor de derde maal op rij ontbreken de grootste Nederlandse talenten op een eindronde. Hoewel de KNVB er alles aan zegt te doen om de beloften uit het verdomhoekje te halen, gaat er nog van alles mis.

‘Het is klaar. Daar moet je gewoon een streep doorheen zetten. Het is mislukt.’ Het waren de pijnlijke woorden van coach Erwin van de Looi na het verlies tegen Jong Schotland (1-2). Met nog twee duels in de EK-kwalificatiereeks te spelen is Jong Oranje weggezakt naar de vierde plaats in de poule. De beloften hebben een wonder nodig om zich voor het eerst sinds 2013 weer te plaatsen voor een eindtoernooi. Oranje moet na acht duels Engeland, Schotland en Oekraïne vóór zich dulden. Alleen de voetbaldwergen Letland en Andorra presteren in de poule minder dan de manschappen van Van de Looi.

En toch werd het nieuws rondom de Oranje-beloften de voorbije weken niet gedomineerd door de sportieve problemen als wel door randzaken. Joël Drommel bijvoorbeeld. De FC Twente-doelman werd opgeroepen, meldde zich in Zeist en besloot vervolgens terug te keren naar zijn club. Drommel moest het met een schorsing van één wedstrijd bekopen. Of de situatie van Steven Bergwijn. Bondscoach Ronald Koeman stuurde de aanvaller van PSV bewust naar Jong Oranje voor de belangrijke interland tegen Engeland. De Amsterdammer, die niet erg gelukkig was met dat besluit, meldde zich later af met een blessure. Iets waar na diens sterke optreden tegen ADO Den Haag (0-7) vraagtekens bij werden geplaatst. Hoe ernstig de blessure van Bergwijn precies was, zullen we nooit weten. Wel dat het vreemd was dat alleen hij werd teruggezet naar de beloften. Als Koeman Jong Oranje echt zo belangrijk vond, waarom speelden Frenkie de Jong, Justin Kluivert en Matthijs de Ligt dan op dezelfde avond een afscheidswedstrijd van Wesley Sneijder? Koeman had ze moeiteloos kunnen invliegen voor het duel met Frankrijk.

Bovenstaande voorbeelden zijn tekenend voor de situatie waarin Jong Oranje verkeert. Hoe graag de KNVB het naar eigen zeggen ook anders ziet, Jong Oranje blijft in veel gevallen bijzaak.

Na het mislopen van het EK in 2015 deed de voetbalbond er alles aan het belang van Jong Oranje te benadrukken. Art Langeler gaf het startschot. Toen de oud-trainer van PEC Zwolle na een interim-periode een vaste aanstelling kreeg, ging hij aan de slag met het plan-Jong Oranje. Oranje Onder-21 moest niet alleen beter gaan presteren (‘Wanneer ik tevreden ben? Als we het EK halen.’), maar moest door de buitenwacht ook serieuzer worden genomen. De eerste stap was het terugdringen van de vele afmeldingen.

De toenmalige coach deed in VI een beroep op de clubs. ‘Spelers hebben deze ervaringen nodig. Ik vind dat een club daarin traineroverstijgend moet denken. Een club moet uitstralen dat zij alle talenten in de vertegenwoordigende elftallen wil laten uitkomen. De trainer heeft daar wat mij betreft weliswaar een stem in, maar niet de beslissende. Nu is het probleem dat bij veel clubs de trainer een dubbelfunctie heeft of simpelweg beslist.’

‘Op dit moment maak ik een ronde langs de technisch directeuren om hiertegen te ageren’, vervolgde hij. ‘De reacties zijn positief. Het belangrijkste is wederzijds begrip. Ik begrijp heel goed dat een club op bepaalde momenten vraagt iemand niet te selecteren. Daar gaan wij als bond zeker in mee. Toch zullen de clubs ook het brederebelang van het Nederlandse voetbal moeten blijven zien. Spelers worden beter van internationale wedstrijden.’

De situatie met Drommel bewijst eens temeer dat de bond en de clubs nog altijd niet op één lijn zitten. Riechedly Bazoer verkoos trainingsuren bij zijn club Wolfsburg boven een trainingsweek met Jong Oranje. Met als gevolg dat hij in de daaropvolgende interlands niet werd geselecteerd. ‘Ik hoef nu niet op mijn knieën te gaan liggen om hem er weer bij te halen’, liet Langeler later optekenen. Bazoer geldt sindsdien als hét voorbeeld voor alle potentiële internationals: iedereen die het in zijn hoofd haalt zich af te melden zonder geldige reden, kent de consequenties. Vraag dat maar aan Drommel.

En toch weet de KNVB het probleem met afmeldingen niet volledig te tackelen. Voor spelers met een A-status blijft een uitverkiezing voor Oranje Onder-21 vaak nog voelen als een teleurstelling. Bovendien is het de vraag hoe hard de KNVB het speelt. Een derde doelman als Drommel kun je met gemak straffen, maar wat als Frenkie de Jong of Matthijs de Ligt in de toekomst geen trek heeft in Jong Oranje. Straf je die dan ook?

Een veel gehoord argument is dat de KNVB eerst zelf de zaken maar eens op orde moet krijgen. Dat zit ’m vooral in de organisatie. Het laatste jaar werden extra trainings-sessies en oefenwedstrijden gepland, met als doel het elftal beter te prepareren. Niet alle clubs waren even enthousiast: het speelschema zit al overvol.

Bovendien is er al jaren kritiek op het grote verloop in Zeist. De KNVB verwacht loyaliteit van de spelers, maar hoe zit dat met de eigen staf? Na het EK 2013 onder bondscoach Cor Pot, versleet de voetbalbond al vijf bondscoaches. Albert Stuivenberg begon succesvol aan de EK-kwalificatie, maar kon de lokroep van Manchester United niet weerstaan. Adrie Koster werd ingevlogen om het karwei af te maken, maar de routinier faalde. Met Fred Grim kreeg een nieuwe belofte de kans. De oud-doelman begon enthousiast aan zijn job, maar maakte promotie binnen de KNVB. Toen hij de kans kreeg naar het grote Oranje te gaan, was Grim van de ene op de andere dag vertrokken.

Langeler nam op interim-basis de honneurs waar. De voetbalbond ging in de tussentijd op zoek naar de meest geschikte kandidaat en kwam uit bij: Langeler. In zijn eerste interview na zijn aanstelling was hij erg scherp op de constante trainerstombola bij Jong Oranje. ‘Continuïteit is daarbij heel belangrijk. Trainers vertrokken omdat ze elders beter konden verdienen. Dat probleem is nu aangepakt. Voor het geld hoef je het niet meer te laten. Ons doel is nu te zorgen dat er een zekere commitment is bij de staf. Dat trainers minimaal een aantal jaren aan de bond verbonden blijven.’

Het waren mooie woorden, maar Langeler bleek net zo trouw als zijn voorgangers. Toen de KNVB op zoek ging naar een directeur voetbalontwikkeling kwamen ze uit bij de oud-trainer van Zwolle. Evenals Stuivenberg én Grim verliet hij gedurende de zo belangrijk geachte EK-kwalificatie het elftal. De KNVB ging op zoek naar een geschikte vervanger en belandde bij Van de Looi. Een ervaren Eredivisie-trainer, maar een heel ander type dan Langeler. Niet alleen qua aanpak maar ook qua spelopvatting. Ook assistent Paul Bosvelt vertrok tussentijds, hij kon de lokroep van zijn oude liefde Go Ahead Eagles niet weerstaan. De staf werd aangevuld met Hedwiges Maduro en Hendrie Krüzen. Op papier twee aansprekende namen, maar aan beiden kleeft een nadeel. Maduro doet ook tv-werk en zal dus geregeld over zijn eigen spelers moeten praten. Krüzen heeft zich bewezen als goede veldtrainer en opleider, maar is al jaren de trouwe secondant van Peter Bosz. Wat als deze een lucratieve aanbieding uit het buitenland krijgt en Krüzen wil meenemen? Moet Jong Oranje dan wederom op zoek naar een nieuwe assistent? En wat als er een club uit de Nederlandse subtop informeert naar Van de Looi? Blijft hij de beloften, die bijna een jaar nergens voor spelen, wél trouw?

Vijf trainers in vijf jaar tijd, en dan vergeten we voor het gemak nog maar even de assistenten. Is dat een omgeving waar clubs hun grootste talenten naartoe moeten sturen? Waar ze de zekerheid krijgen dat hun spelers daadwerkelijk beter worden? Als hoofd opleiding bij PSV vroeg Langeler zich dat hardop af. Nu hijzelf voor de KNVB werkt, zijn er nog altijd collega’s met precies dezelfde vragen.

Spelers nemen Jong Oranje nog altijd niet serieus genoeg, de trainers kennelijk ook niet. De focus kan nu, in september 2018, alweer op de kwalificatie voor het EK 2021. Het betekent dat Jong Oranje afscheid neemt van een groep talenten onder wie Bart Ramselaar, Richairo Zivkovic en Denzel Dumfries. Potentiële internationals die belangrijke lessen op het internationale podium zijn misgelopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *