Solidariteit is voor iedere miljardair te koop

In een wekelijkse column op VI PRO schrijft Frank Heinen over wat hem opvalt in de voetbalwereld. Deze week over Dietmar Hopp.

Op een novembernacht in 1938 wordt ingebroken in de synagoge van Hoffenheim. De boel wordt er kort en klein geslagen. De daders vervolgen hun weg naar verschillende joodse families her en der in de stad, om die uit hun woningen te zetten.

Vanaf die nacht hebben de broertjes Manfred en Fred Mayer geen huis meer. Met hun ouders worden ze naar een concentratiekamp in Zuid-Frankrijk vervoerd, waar ze vervolgens van hun familie worden gescheiden en naar hun weeshuis worden vervoerd. Hun moeder stuurt hen talloze brieven, tot de stroom correspondentie in augustus 1941 plots stokt. De ouders van Fred en Manfred zijn naar Auschwitz gebracht, om er nooit meer uit terug te keren.

Vele jaren later ontmoetten Fred en Manfred elkaar opnieuw. Ze woonden inmiddels aan weerszijden van de aardbol, hadden een nieuwe naam aangenomen. In 2007 werd over hen werd een documentaire gemaakt, Menachem & Fred. In een van de ontroerendste scènes van die documentaire staan de broers oog in oog met de kinderen van Emil Hopp, een van de SA-soldaten die hen in november ’38 uit hun huis had verdreven: Carola, Rüdiger en Dietmar.

Dietmar Hopp draagt het verleden van zijn familie altijd en overal met zich mee. Hij vertelt er vaak over, met schaamte, en heeft de daden van zijn vader al meermaals expliciet veroordeeld – al heeft-ie er ook wel eens ongetwijfeld door liefde ingegeven, relativerende opmerkingen over gemaakt. Zo zou zijn vader niet anders hebben gekund dan meegaan op die pogroms; het was dát of ontslag als hoofdonderwijzer. Het op welke manier dan ook goedpraten van deelname aan huisonteigeningen van mensen die vervolgens grotendeels in vernietigingskampen zijn verdwenen, is op z’n zachtst gezegd dom en ongepast. Maar het wordt Dietmar Hopp in Hoffenheim graag vergeven. Hij is een rijk man, een van de succesvolste Duitse ondernemers van na de oorlog, een softwaremiljardair die vooral bekend is als weldoener, hij steekt zijn geld in talloze goede doelen: kinderziekenhuizen, amateursportverenigingen, duurzaamheidsprojecten én in een uitgave van de brieven van de moeder van Fred en Manfred. Overigens is Hopp, net als veel rijke mecenassen, tegen vermogensbelasting: ‘Ik bepaal zelf wel waaraan ik mijn geld uitgeef.’

Hopp houdt niet van reizen, komt zelden Hoffenheim uit, de stad die de vader ooit te schande maakte en waarvan de zoon nu een soort superburgemeester is, een stadspatriarch. Bovendien is hij de reden dat dat stadje van vijf straten en een kerkplein, een topvoetbalclub bezit. Al meer dan tien jaar lang pompt Dietmar Hopp vele miljoenen in 1899 Hoffenheim. Ooit het TOP Oss van Duitsland, inmiddels stamgast in de subtop van Europa. Zaterdag, toen met Bayern München de top van Europa in Hoffenheims supersonische stadion op bezoek kwam, ontrolden de Bayern-supporters een spandoek.

‘Hoerenjong’, stond erop.

Het ging over Dietmar Hopp, die eigenhandig de regel dat supporters in Duitsland altijd de meerderheid van de aandelen van de club in handen hebben heeft omgebogen en van Hoffenheim zijn persoonlijke statussymbool heeft gemaakt.

Tegen de tijd dat Bayern met 0-6 voorstond, werd de wedstrijd stilgelegd. Het laatste kwartier speelden de voetballers van beide teams elkaar de bal toe, zonder enige andere intentie dan hun steun te betuigen aan Hopp.

Zelden heb ik zoiets vervreemdends gezien. Niet alleen het verveeld rondtikken van de bal – dat me trouwens deed denken aan ‘Het bedrog van Gijón’, toen West-Duitsland en Oostenrijk op het WK ‘82 in de laatste poulewedstrijd beide genoeg hadden aan een 0-0 en de bal eindeloos heen en weer tikten om zo Algerije te elimineren (een Spaanse krant drukte het verslag van die wedstrijd de volgende dag af op de pagina ‘Lokale misdaad’) – maar ook het engagement van de spelers, die zo overduidelijk lieten weten dat hier een grens werd overschreden.

En natuurlijk: ‘hoerenjong’ gaat over alle grenzen, net als de beledigende en bedreigende spandoeken die Hopp als gezicht van het grote geld in het voetbal regelmatig ten deel vallen. Bij FOX was iedereen het erover eens: uitstekende actie van de spelers. Arnold Bruggink vond het allemaal hypocriet (want: overal zit groot geld) en Marco van Basten zei: ‘Die man pompt miljoenen in het voetbal, iets wat we allemaal willen. Hoe kun je daar op tegen zijn?’

Eenieder die wil weten hoe je daar op tegen kunt zijn, raad ik de documentaire Das Leben ist kein Heimspiel aan. In die film, over de transformatie van Hoffenheim van een dorpsclub in een multinational-achtig bedrijf, is een grote rol weggelegd voor Thorsten, een morsige supporter die nooit zonder pilsje en shaggie wordt waargenomen. Terwijl de club demarreert, blijft de fan die al niet veel heeft achter in het slinkende peloton. Wat Hopp – en met Hopp vele anderen – heeft gedaan, is het aanschaffen van de enige kroeg in het dorp en er een chique brasserie van maken: er wordt meer verdiend, het ziet er mooier uit, het ruikt er ook frisser, maar het is anders en niet meer voor iedereen. Mensen als Thorsten vallen onherroepelijk buiten de boot. Of, in Hopps termen: buiten het zeiljacht.

In de West-Deutsche Zeitung werd Hopp maandag een symbool genoemd van het ‘gegentrificeerde voetbal’, een tak van sport voor mensen die het geld en de gelegenheid hebben mee te gaan, hoger, sneller, flitsender. Voor de anderen, voor de talloze Thorstens in Duitsland en ver daarbuiten, wordt hun club, hun vaste honk een golfclub waar ze wel naar binnen mogen, maar zich nooit meer thuis zullen voelen. Afspraken zoals de Duitse 50+1-regel worden gerust even tussen haakjes gezet zodra een Dietmar Hopp arriveert.

Wat er zaterdag in Hoffenheim gebeurde, kun je beschouwen als een giftige bel die opstijgt uit een bodempje brak water waar de voetbalwereld al jaren zelf oneerlijkheid, leugens over democratische besluitvorming en lelijkheid in heeft gestort. De toon van het protest mag dan onverkwikkelijk zijn, hetgeen waartegen geprotesteerd wordt is in wezen kwalijker. Dat de spelers van Bayern en Hoffenheim bij hoge uitzondering een gezamenlijk engagement toonden, bewijst vooral dat solidariteit voor iedere miljardair te koop is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *