Rustige baan, relatief laag salaris – als bondscoach ‘piek’ je een paar keer per seizoen

Een profielschets van de nieuwe bondscoach, bij de zoektocht van de KNVB naar de opvolger van Ronald Koeman. Wat houdt de functie precies in en hoe aantrekkelijk is het? „Hartstikke mooie job, lijkt me.”

Het gaat altijd door in Zeist, ook als er geen interlands zijn: het analyseren van spelers. In trainingspak, met een kop koffie, in de beslotenheid van het hoofdkwartier van de KNVB. Zo schuift aan het begin van de week de bondscoach aan met zijn assistenten, scouts en medische begeleiders, om de prestaties van potentiële internationals door te nemen. Vaste prik, elke week.

Alles wordt in kaart gebracht. De tussenrapportages van de tientallen spelers die in aanmerking komen voor het Nederlands elftal worden op de maandagen opgesteld door scouts en assistenten. Wedstrijden zijn dat weekend bezocht, beelden bekeken. Hoe speelde die? Wat blijkt uit de data? Hoe staat hij er fysiek voor? Hoe zit het met dat ene toptalent? „Constant monitoren we de spelersgroep”, zegt Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal bij de KNVB.

De dinsdagen in Zeist waren in zijn tijd „een soort D-day”, zegt Danny Blind, assistent onder Louis van Gaal en Guus Hiddink en daarna zelf bondscoach tussen 2015 en 2017. Alle spelers worden besproken, één voor één, urenlang. Beelden ondersteunen de betogen van scouts en assistenten over de kracht of zwakte van internationals.

Het analyseren gaat zo ver dat een fictieve selectie met de best mogelijke spelers van dat moment wordt samengesteld – met daaraan gekoppeld een basisopstelling. Blind: „We werkten steeds alsof er komend weekend een wedstrijd was.” Deze methode is in 2012 door Van Gaal geïntroduceerd en later doorgezet onder Hiddink, Blind en Ronald Koeman.

Contact met spelers wordt in interlandluwe periodes onderhouden, de betreffende clubtrainers regelmatig bezocht en de bondsarts laat zich door de clubdoktoren bijpraten. Idee hierachter: alle ontwikkelingen, ook op privégebied, moeten op de voet worden gevolgd, zodat de bondscoach tot in detail voorbereid is op de interlandperiodes, waar in korte tijd moet worden gepresteerd.

Na het vertrek van Koeman naar FC Barcelona deze week, is de KNVB op zoek naar een nieuwe bondscoach. Het ‘instapmoment’ lijkt gunstig, met een veelbelovende generatie en de zekerheid van de kwalificatie voor het EK volgende zomer, waar gericht naar kan worden toegewerkt. En een WK direct het jaar erop. Veel duels, veel potentie. „Hartstikke mooie job, lijkt me”, zegt Hoogma.

Maar wat houdt de functie precies in? Hoe belangrijk ben je? Hoe aantrekkelijk is het? En wat zoekt de bond in zijn belangrijkste coach?

De geschiedenis

Zij hadden het de eerste vijf decennia van het Nederlands elftal – dat in 1905 zijn eerste officiële duel speelde – voor het zeggen: de ‘wijze mannen’ van de keuzecommissie. Zij bepaalden de selectie én welke spelers werden opgesteld. De bondstrainers, tot aan de Tweede Wereldoorlog met name Engelsen, liepen aan de leiband van de bestuurders, vertelt voetbalhistoricus Matty Verkamman.

De officials („hotemetoten met een bolhoed op”) hadden inhoudelijk weinig kennis van zaken. Met hun regionale achtergrond schoven zij vaak lokaal bekende spelers naar voren bij Oranje, zegt hij. „De bondstrainers werden soms gestoord van de bestuurders, ze hadden er meer last dan gemak van.”

Ze hielden lang vast aan hun macht, tot in 1957 na een rel tijdens de 1-1 tegen België in Amsterdam. De keuzecommissie wilde een andere buitenspeler inbrengen voor Piet van der Kuil, die niet goed in de wedstrijd zat. Een speler werd destijds alleen gewisseld als die geblesseerd was. Van der Kuil moest een blessure simuleren zodat hij vervangen kon worden, maar hij weigerde, bleef staan en ging later woedend naar huis. „Een journalist kreeg daar lucht van, het werd een schandaal, waarna de commissie voorgoed van het toneel verdween. Een kantelmoment.” Dat jaar werd Elek Schwartz de eerste zelfstandige bondscoach.

Jaren later, in 1974, was het Rinus Michels die het bondscoachschap een nieuwe dimensie gaf. Met Johan Cruijff en Willem van Hanegem maakte hij Nederland bijna wereldkampioen – verlies in de finale tegen West-Duitsland. „Hij handelde slim richting de grote spelers, luisterde naar hun ideeën”, zegt Verkamman. „De grote spelers maken een coach, zo is het altijd en overal.”

Lenig en inlevend

Je moet boven alle partijen staan, gezag hebben en door de vele media-aandacht rond Oranje goed met de pers kunnen omgaan. Waarbij je door de zichtbaarheid in de media indirect ook de ambassadeur van het Nederlands voetbal en de KNVB bent.

Achter de schermen is het van belang goed contact te onderhouden met de clubs waar de internationals actief zijn, zegt Kees Jansma, die tien jaar perschef was bij het Nederlands elftal. Clubs zijn de werkgevers, de bond ‘leent’ de spelers. Door de toegenomen financiële belangen – met hoge salarissen en transfersommen – kan dat voor spanningen of afmeldingen zorgen. „De bondscoach heeft daarmee een enorm grote verantwoordelijkheid in het begeleiden van de internationals.”

Om dat in goede banen te leiden heb je een „lenige, inlevende bondscoach nodig”, zegt Jansma. „Spelers zitten doorlopend in een spagaat. Op het moment dat je niet helemaal fit bent bij je club en toch naar het Nederlands elftal gaat, zegt de club: wat ga je in godsnaam doen? Je gaat niet.”

Clubs moeten om die reden overtuigd worden dat spelers de best mogelijke verzorging krijgen als zij worden afgestaan aan Oranje, zegt Jansma. Vertrouwen kweken, meedenken, oplossingen bieden – daarin voert ook de bondscoach de regie. Zo werd de revalidatie van Olympique Lyon-spits Memphis Depay, die dit jaar herstelde van een zware knieblessure, nauwlettend gevolgd vanuit Zeist.

Peoplemanager

Een recente verandering in Zeist is dat de staf van Oranje nadrukkelijker deel is gaan uitmaken van de rest van de voetbalorganisatie. „We hebben nu een aparte voetbalafdeling waar ook de jeugdcoaches en vrouwencoaches zitten”, zegt Hoogma. „Dat is bewust zo gecreëerd om binnen de KNVB een rode draad te hebben. Dat is ook omarmd door Ronald.” Tot twee jaar terug zat de staf van Oranje nog op afstand van andere trainers. „Nu dragen we kennis en kunde over aan elkaar.”

Zo analyseerde Koeman na interlands in technisch overleggen met alle andere trainers wat wel en niet goed ging. „Je ziet dat de organisatie daardoor groeit”, zegt Hoogma. Die lijn wil de bond doorzetten. Dat vraagt om een ‘breed’ profiel bij de nieuwe bondscoach – je moet verder kijken dan alleen Oranje. Het is een filosofie die aansluit bij hoe Van Gaal, genoemd als een van de kandidaten, te werk wil gaan.

Het bondscoachschap is een fulltime baan, waarbij de vacature niet wordt opengesteld, zoals vorig jaar bij de functie van KNVB-voorzitter wel gebeurde. Een kerngroep, met Hoogma en directeur betaald voetbal Eric Gudde, gaat over de benoeming, waarbij de spelersraad inspraak heeft. De KNVB-top stelde de afgelopen dagen een lijst met kandidaten samen. De bond staat ook open voor een buitenlandse trainer.

De bondscoach stuurt een staf aan van zo’n dertig mensen – van voedingsdeskundige tot keeperstrainer. „Je moet een peoplemanager zijn, zowel richting de spelersgroep als de technische staf”, zegt Hoogma. „Duidelijkheid creëren: wat wil je precies? Je moet tussen maar ook boven de spelers staan, de baas zijn. Respect afdwingen. Het goede gevoel geven aan spelers en staf.”

Daarnaast moet hij (of zij) de belevingswereld van deze generatie, met diverse achtergronden en uiteenlopende karakters, goed kunnen doorgronden. „Je moet hun taal spreken, hoe zij denken en doen”, zegt Hoogma. „Dat voelde Koeman uitstekend aan.”

Rustige baan, relatief laag salaris

Het aantal interlandperiodes waar een bondscoach naartoe werkt is beperkt én kort – met vaak twee duels in acht dagen. Eindrondes, waar Oranje sinds het WK van 2014 niet meer op uitkwam, vormen de hoogtepunten.

„Ik vind het geen drukke baan als je het vergelijkt met een clubcoach”, zegt Blind, die ook coach was van Ajax. „Dan moet je elke dag trainen, zijn er elke dag perikelen, elke dag zorgen, zoals blessures. In die zin vind ik het niet te vergelijken.”

Je „piekt” een aantal keer per seizoen als bondscoach, zegt Hoogma. „Je moet de internationals niet te veel belasten, omdat zij bij hun club ook allerlei zaken moeten doen. Je moet echt heel selectief contact leggen, en ze niet volstouwen met informatie vanuit het Nederlands team als ze bij hun club zitten.”

Dat je relatief weinig tijd én weinig duels hebt om een spelersgroep naar je hand te zetten, maakt het voor een bondscoach lastig – iets waar Koeman ook tegenaan liep. „Daar moet je mee om kunnen gaan”, zegt Hoogma. „Je moet niet denken: ik ga iedere dag op het veld staan, want dat is niet aan de orde als bondscoach.”

Dat maakt dat het bondscoachschap over het algemeen minder is weggelegd voor jongere trainers, omdat zij juist in die fase van hun carrière hun filosofie erin willen slijpen. Hoogma: „Bij een oude ervaren rot die alles al heeft meegemaakt is dat misschien anders.”

Daarnaast is een factor dat het salaris van de bondscoach, in verhouding tot de internationale top, laag ligt: in 2017 was dit bij de KNVB maximaal 1,2 miljoen euro. Ter vergelijking: Manchester City-coach Pep Guardiola zou jaarlijks zo’n 17 miljoen euro verdienen. Verschil is dat het bondscoachschap meer als ‘erebaan’ geldt – een beloning voor goed presteren bij clubs. Mogelijk biedt de afkoopsom van 4,5 miljoen euro die FC Barcelona aan de KNVB betaalt voor Koeman extra financiële ruimte voor zijn opvolger.

Bondscoaches zijn „een soort bezigheidstherapeuten”, zegt Matty Verkamman. „Je moet alleen wel verstand van voetbal hebben en goed kunnen coachen. Als je het daarnaast een beetje leuk maakt voor de spelers is het allemaal niet zo moeilijk.”

Maar makkelijk wordt de zoektocht niet. Hoogma: „Het is niet zo dat je een la opentrekt en heel veel trainers aan het profiel voldoen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *