‘Robin van Persie staat over drie jaar in de regen tussen de linies te wijzen’

Ik weet nog goed wanneer ik een voetbalanalist voor het eerst ‘tussen de linies’ hoorde zeggen. Ik begreep hem verkeerd. Ik dacht dat hij antwoord gaf op de vraag wat zijn favoriete boek over de Tweede Wereldoorlog was. Het zou zomaar Jan Boskamp kunnen zijn geweest. Die houdt van bamischijven en van de Tweede Wereldoorlog. Andere coaches gaan in de zomer met het hele gezin naar Dubai, Jan Boskamp staat met een caravan vlak bij Auschwitz.

Tussen de linies, dat leek me een goed boek. Over een eenzame soldaat die eigenlijk erg voor vrede is en die even niet oplet welke kant hij op loopt. Hopla, tussen de linies. Ik kon de flaptekst van dat boek eigenlijk al dromen. ‘In Tussen de linies schetst Tiebert Kuuk een indringend beeld van zeventig jaar Friese oorlog. Tiebert Kuuk wordt ook wel de Hemingway van Leeuwarden genoemd.’

Het bleek om een nieuwe voetbaltactiek te gaan. Slim tussen de linies spelen. Voor mij was dat iets totaal nieuws. Toen ik voetbalde, waren er geen linies, laat staan dat je ertussen kon spelen. Wij vonden een middenveld al iets heel moderns. De jongens die in ons elftal op het middenveld speelden, zijn later allemaal schilder of danser geworden. Dat je tussen die linies kon voetballen, kwam helemaal niet in ons op.

Nadat die analist erover was begonnen, ben ik mij erin gaan verdiepen en dat was een openbaring. Er gebeurt ongelofelijk veel tussen de linies. Als je het niet weet, zie je het niet, maar tussen de linies staan heel gezellige voetbalcafés en je hebt er ook alle tijd om een bal aan te nemen, omdat de andere voetballers je niet zien. Als je slim tussen de linies speelt, dan ben je voor de gemiddelde boerenlul vrijwel onzichtbaar.

Frenkie de Jong schijnt heel goed tussen de linies te kunnen spelen. Ik heb nog geen grondige research kunnen doen, dus ik weet niet zeker of je vanaf de reservebank in Barcelona ook tussen de linies kunt spelen. Tussen de linies spelen was niet eens zo heel lang geleden revolutionair. Het kwam in de plaats van polyvalent spelen op het middenveld.

Toen ik daar voor het eerst van hoorde, dacht ik dat het om een nieuwe tandpasta ging. Polyvalent, voor mensen met veel gebit. Een tandpasta die voormalig Feyenoord-keeper Ed de Goey goed had kunnen gebruiken. Het bleek echter om een bepaald type voetballer te gaan. De polyvalente middenvelder. Ook die had je niet in mijn tijd.

Wij hadden een jongen op het middenveld die twee verschillende voetbalschoenen droeg. Dat was het wel qua polyvalent. In ons team was eigenlijk iedereen mono-talentloos. Poly, zo heette de dochter van je huisarts of het paard van de buren. Zo snel is dat dus gegaan, de ontwikkeling in het moderne voetbal. Ikzelf kon de veranderingen nauwelijks bijbenen. Ik heb lange tijd gedacht dat een stiftbal een leren bal vol tekeningen was.

Het is dus nogal een wonder dat u mij nu hier op deze plek leest, als columnist in een voetbaltijdschrift. Dat brengt een zekere verantwoordelijkheid met zich mee. Ik zie het als mijn taak hier, in dit tijdschrift, vernieuwingen in het voetbal op tijd te signaleren. Daarom veerde ik op uit mijn stoel toen Robin van Persie zondagmiddag, vlak na de nederlaag tegen Excelsior, werd geïnterviewd. Hij gebruikte enkele keren achter elkaar, met grote nadruk, een woord dat ik nog niet kende. Feyenoord was volgens Robin afhankelijk van de juiste maaiset.

Ik dacht: Natuurlijk, een goed gemaaid grasveld is belangrijk, maar zou het ook niet een beetje aan jullie zelf kunnen liggen, Robin? Jullie verdienen tonnen, miljoenen. Als het zo belangrijk is, koop dan met z’n allen een goede maaiset. Klaag niet, maar doe er wat aan. Robin was er nogal vol van. ‘We hadden een heel andere maaiset dan een week geleden. Onbegrijpelijk.’

Dat is inderdaad vreemd, maar – dacht ik – zou dat ook niet kunnen komen, omdat ze bij Excelsior op kunstgras spelen? Daar hebben ze, denk ik, niet eens een maaiset. Pas toen hij het woord voor de vierde keer gebruikte, hoorde ik wat hij zei. Mindset. Engels, natuurlijk. Jaren daar gespeeld. Mindset.

Toch maakte dat alles nog niet veel duidelijker. Als ik Robin moest geloven, dan was de mindset tegen Ajax prima. Niks aan de hand. Iedereen in die foeilelijke spelerstunnel (playerstunnel) met een paar tussen de linies (between the battlefields) spelende polyvalente balstifters, stuk voor stuk met de juiste mindset.

Wat Robin niet begreep, was de verandering. Hoe kon in een week tijd de mindset zo veranderen? Ik begreep opeens alles. Hier sprak geen voetballer, maar een trainer. Robin van Persie is over een aantal jaren de nieuwe trainer van Feyenoord. Dat is een wet in het moderne voetbal. Voetballers die na een wedstrijd staan te lullen over verkeerde mindset, die willen trainer worden. Spelers die geen trainer willen worden, die zeggen: ‘Het was he-le-maal zaad vandaag. He-le-maal bagger met peertjes. We voetbalden als dikke stront. Vorige week waren we hot, vandaag voetbalden we als mijn overleden hond.’

Aankomende trainers zullen dat nooit zeggen. Mark van Bommel, als je die drie woorden hoorde spreken, wist je dat hij trainer wilde worden. Erik ten Hag voetbalde met een studieboek in zijn broekje. Robin van Persie wordt de volgende. Mindset. Dan weet je het wel. Die staat over drie jaar in de regen tussen de linies te wijzen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *