Piet Keizer was geen raadsel, hij was gewoon een hele goede voetballer

 

Soms maakt voetbal zoveel indruk dat een wedstrijd verder reikt dan het laatste fluitsignaal. Op 21 oktober 1970 speelden Ajax en FC Basel tegen elkaar in het Olympisch Stadion van Amsterdam, tweede ronde Europa Cup 1. Ik had me voorgenomen zo hard voor de thuisclub te juichen dat ze de volgende dag op school zouden vragen waar die schorheid opeens vandaan kwam.

Van die herinnering was weinig meer over dan een vaag gevoel, totdat hoofdrolspeler Piet Keizer tweeënhalf jaar ­geleden overleed. Jaap Visser en ik besloten een boek over hem te maken.

Daarvoor verplaatste het strijdtoneel zich onder meer naar de woonkamer van de 71-jarige Fred Worm, een Amsterdamse oud-onderwijzer. Worms vader had het jeugdelftal geleid van voetbalclub Amstel, waarin Piet Keizer zijn ­kunsten voor het eerst binnen kalklijnen vertoonde. Zelf stond of lag Fred Worm achter het vijandelijk doel om die kunsten van dichtbij te bewonderen. Daarmee ging hij door als seizoenkaarthouder bij Ajax.

Een hartstochtelijker fan dan Worm heeft Keizer vermoedelijk niet gehad. Op mijn verzoek had hij genoteerd wat Piet Keizer zo bijzonder maakte. Dat had hij met grote nauwkeurigheid gedaan. Een blocnote was de afgelopen weken niet van Worms zijde was geweken. Elk ­moment dat hem iets inviel, in bed of in bad, schreef Fred Worm het op. Zijn ­inventarisatie besloeg zes ­velletjes.

Voor de fijnproevers

Een greep daaruit: mysterieus, eigenzinnig, flegmatiek en creatief. Zelfverzekerd, maar niet arrogant. Had spelinzicht als geen ander. ‘Pietje had passes die zelfs zijn medespelers niet begrepen.’ In relatie tot tijdgenoot, vriend en rivaal Johan Cruijff schreef Fred Worm: ‘Keizer was geen tamtam, terwijl Cruijff juist heel erg tamtam was.’ De conclusie van zijn lange opsomming: ‘Pietje was voor de fijnproevers.’

O ja, zo was het. Pietje was voor de ­fijnproevers.

Even terug naar die wedstrijd tegen Basel, alweer een halve eeuw geleden. In zekere zin kan die worden beschouwd als de opmaat naar de meest succesvolle periode in de geschiedenis van Ajax. Tot dan toe waren die successen incidenteel geweest. De ene wedstrijd werd glorieus gewonnen van Liverpool, de andere ­wedstrijd sneu verloren van Dukla Praag. Een jaar eerder had Ajax de finale gehaald van wat nu de Champions League heet. Het werd een kansloze ­nederlaag tegen AC Milan.

De voortekenen voor de wedstrijd ­tegen de Zwitserse landskampioen Basel waren niet hoopgevend. In de nationale competitie was Ajax tot dan toe matig op dreef. Tot overmaat van ramp zou ­Johan Cruijff wegens een liesblessure ontbreken. Maar Piet Keizer zette in zijn plaats vanaf de eerste minuut de toon. Hij dirigeerde het elftal naar de eindstand van 3-0. Vervolgens zou Ajax drie seizoenen lang heersen over alle voetbalvelden ter wereld.

Aan die hegemonie zijn in eerste instantie de namen verbonden van Johan Cruijff als sterspeler en Rinus Michels als architect. In vergelijking met die twee is Piet Keizer hard op weg naar de vergetelheid. Je moet als voetballiefhebber inmiddels de leeftijd van Fred Worm hebben bereikt om met gezag te kunnen beweren dat zijn aandeel minstens zo groot was (en dat hij eigenlijk nog beter was dan Cruijff).

Te bescheiden?

Die vergetelheid is Keizers eigen schuld. Beter gezegd: zijn eigen wens. Vaak ­genoeg is hem gevraagd mee te werken aan een biografie of een documentaire, maar Keizer hield altijd de boot af. Zoiets zou alleen maar op heldenverering ­uitdraaien en Piet Keizer had een broertje dood aan heldenverering.

In zijn weerzin tegen roem en waardering kon hij ronduit bot zijn. Wanneer wildvreemden Keizer op straat aanspraken om te zeggen dat ze vroeger zo van hem hadden genoten, mompelde hij ‘ik ook’ en liep zo snel mogelijk door. Daarover zegt televisiepersoonlijkheid Peter R. de Vries, met wie Keizer in voetbalzaken was: ‘Piet had er veel meer van ­moeten genieten. Hij had veel meer de benefits moeten toelaten.’

Maar zo zat Piet Keizer niet in elkaar. Hij ging toch ook niet elke ochtend voor de bakker applaudisseren omdat die ’s morgens weer een brood voor hem had gebakken? Terwijl dat brood toch een stuk essentiëler is dan dat voetbal van hem.

Dat maandag nu toch een boek over Piet Keizer officieel het licht ziet, is te danken aan Rinse Keizer, zijn jongste zoon, en aan Mark Geestman die nauw met Keizer optrok in kwesties rondom Ajax. Net als Johan Cruijff had Piet Keizer een uitgesproken visie op goed voetbal en de organisatie daarvan. Hun ideeën liepen zelfs nagenoeg parallel, maar over de uitvoering verschilden ze van mening. Keizer verweet Cruijff dat hij als een stoomwals over opvattingen en ­gevoelens van anderen heen ging.

NSB

Wel sprak hij vlak voor zijn dood de wens uit dat zijn voetbalvisie werd vastgelegd, bij wijze van testament. Het boek is dus de uitdrukking van die wens. Naast die visie is ‘Keizer’ (in de titel met een kroontje op de i) een poging ­persoon en voetballer te duiden. Bij ­Keizer vielen die twee samen. Zo onnavolgbaar als Keizer op het veld was, zo moeilijk te doorgronden was hij daarbuiten.

In een tijd waarin voetballers uitgroeiden tot Bekende Nederlanders hield Piet Keizer zich verre van publicitair gedoe. Interviews met hem waren zeldzaam en altijd vakmatig. Vragen over zijn privéleven ging hij uit de weg. ‘Jullie zitten hier omdat ik voetbal en niet omdat ik vader ben van twee kinderen’, zei Keizer in 1972 tegen weekbladverslaggevers Frits ­Barend en Henk van Dorp toen het gesprek wat hem betreft de verkeerde kant op ging.

Op zoek naar het grote mysterie kwam onderzoeker Sytze de Boer er achter dat de vader van Piet Keizer tijdens de Tweede Wereldoorlog lid was geweest van de NSB en de Landwacht, een paramilitaire ondersteuning van de bezetter. Omdat de rechtbank hem beoordeelde als een naïeve meeloper kreeg Keizer sr een relatieve lage gevangenisstraf van tweeënhalf jaar.

Keizer jr heeft dat oorlogsverleden van zijn vader altijd als een geheim met zich meegedragen. Het moet in de stad en rondom de voetbalvelden rond gezoemd hebben, maar teamgenoten en vrienden wisten van niets of wilden van niets weten. Salo Muller, de Joodse fysiotherapeut bij Ajax, zegt daarover: ‘Ik vroeg er niet naar omdat ik bang was dat het onze vriendschap zou verpesten. En ik denk dat Piet er niet over durfde te beginnen uit angst dat ik de vriendschap zou beëindigen.’

Daarmee leek de sleutel tot het mysterie gevonden. In een tijdperk waarin NSB-kinderen werden opgezadeld met een groot schuldgevoel, voetbalde Piet Keizer bij een vereniging die zich een Joods imago laat aanleunen. Logisch dat hij daarom de openbaarheid meed, bang dat het geheim naar buiten kwam.

Toch is het de vraag of die sleutel past. Vrienden en familie benadrukten telkenmale dat die behoedzaamheid een karaktertrek was. Zo zitten de Keizers nu eenmaal in elkaar. Blijven het liefst op de achtergrond. ‘Piet was liever geïnteresseerd dan interessant’, zegt een zwager.

Daarnaast was Piet Keizer een man die zich altijd liet leiden door de ratio, ook in zo’n gevoelige kwestie. Vriendin ­Angela: ‘Zijn keuze was het niet geweest. Daarmee was het dus ook niet zijn ­verantwoordelijkheid.’ De verhouding met zijn vader, na de oorlog een gewaardeerd lid van de samenleving, heeft er ook nooit onder geleden.

Keizerlijke show

Na twee jaar spitten in leven en loopbaan moet de conclusie misschien wel zijn dat het mysterie domweg niet bestaat. Dat wil zeggen: de buitenwereld heeft van Piet Keizer een mysterie gemaakt, terwijl hij niet meer deed dan volstrekt zichzelf zijn. Opnieuw Angela: ‘Heel consequent, in alles eigenlijk. Soms was dat best lastig, voor hemzelf het meest. Maar het is ook best knap. Je blijft wel trouw aan jezelf. Zo was Piet. Een persoonlijkheid, altijd geweest.’

Nog één keer over dat duel met Basel, ook om duidelijk te maken dat het meer is dan de vervlogen opwinding van een puber. ‘Een keizerlijke show’, schreef De Telegraaf een dag later over een wedstrijd die ‘in lange tijd niet meer is vertoond in het Europese bekertoernooi’. De magistrale Piet Keizer heeft in alle drie de doelpunten de hand gehad. ‘Als solist en in de combinatie schitterde hij in flonkerende stijl.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *