Petje en Dorfie op avontuur in Kameroen: die docu moet er komen

 

‘Petje! Ja met mij, Clarence. Even snel. Als ik tegen jou zeg: Kameroen, wat zeg jij dan? (…) Ja,volgens mij ligt het aan zee en tot nu is er nog geen massagraf gevonden. Ik word net gebeld en ze hebben wel zin in twee Nederlandse jongens. Ik heb Edgar net gebeld, maar die is net een nieuwe korte broekenlijn aan het stylen of zoiets. Die kan even niet en toen dacht ik meteen aan jou. Ik heb al een beetje naar huizen zitten kijken. Zullen we het doen? Kan ons het rotten man. Lachen toch. Kameroen. Vragen we of Bogarde keeperstrainer wil worden.’

Wanneer ik dit schrijf denken Clarence Seedorf (196 jaar oud) en Patrick Kluivert (14 jaar oud) nog na over de aanbieding, maar als er een God bestaat dan gaat dit gewoon door. Patrick Kluivert in Kameroen, dat is te vergelijken met het opstarten van een pannenkoekenrestaurant in Gambia. Kluivert, die een jaar geleden nog door Parijs flaneerde opeens in het ruige Kameroen. Ik verheug mij nu al op de documentaire.

Want die moet er komen. Maakt niet uit hoe. Desnoods betalen alle VI lezers een tientje en sturen we Marcel van Roosmalen – samen met een cameraman – twee jaar lang naar Kameroen. Dit MOET worden gedocumenteerd. En het moet snel. Over een paar dagen staan Clarence en Patrick al ergens in een stoffig kantoortje en luisteren ze naar een handlanger van het huidige staatshoofd. Die heeft zelf een shirt ontworpen en ook meteen, omdat hij toch bezig was, een nieuwe leren bal, met zes ventielen, zodat je nooit meer hoeft te zoeken.

Hij vraagt of ze de eerste wedstrijd een paar keer vanaf eigen helft kunnen scoren. Vinden de mensen mooi daar. En er moet een nieuw dansje komen bij de cornervlag. Bij thuiswedstrijden wordt het doel van de tegenstander twee meter breder gemaakt. Niet doorvertellen. En Clarence en Patrick, we zien ze daarna vol goede moed aan een onmogelijke opdracht beginnen.

Ik moet eerlijk toegeven, alles wat ik hier boven schrijf is gebaseerd op vooroordelen en doodsangst. Ik las het bericht en dacht: welke dieren scharrelen daar in de rondte, in Kameroen? Dat zou mij zelf erg bezig houden, het onbekende en hoe ik me daar als geboren Amsterdammer doorheen ga worstelen. Het is prijzenswaardig dat Petje en Dorfie daar geen last van lijken te hebben.

Die worden volgende week wakker met een leguaan van vier meter naast hun bed. Als je hem drie keer boven op zijn hoofd tikt doet hij kleine huishoudelijke klusjes. Petje en Dorfie durven dat. Zoiets doe je niet voor het geld. Kameroen, daar zeg je ja tegen als je op zoek bent naar de rauwheid die voetbal ooit zo bijzonder maakte. Of als je een gokschuld hebt, maar ik ben ervan overtuigd dat het voornamelijk het avontuur is.

Zoiets doe je niet voor het geld. Kameroen, daar zeg je ja tegen als je op zoek bent naar de rauwheid die voetbal ooit zo bijzonder maakte.

Seedorf heeft al eerder blijk gegeven van een exotische voorkeur. Ik herinner mij een prachtig verhaal in VI over zijn verblijf in Brazilië, het geboorteland van zijn vrouw. Ik lees het nog weleens. Clarence die een rondgang maakt door het stadion van Botofago en eigenlijk alles afkeurt. Trappetjes zijn te smal, er moeten andere zeeppompjes komen, andere haakjes voor de kleren, en eigenlijk ligt het veld verkeerd. Moet negentig graden worden gedraaid.

Dat is het prachtige van Clarence: hij twijfelt nooit. Dat heeft het Nederlands elftal nogal wat punten gekost. Al miste Seedorf zes keer achter elkaar in een belangrijke wedstrijd een strafschop, hij ging gewoon weer achter die bal staan. Clarence was op zijn derde al een natuurlijke leider. Als hij het woord neemt dan zegt hij dingen die later eventueel in een Nieuw Testament terecht kunnen komen. Alles wat Clarence zegt klinkt meteen als een eeuwenoude wijsheid.

Dat is ook meteen zijn makke. Humorloosheid. Als Clarence sprak wilde je eigenlijk je arm om hem heen slaan en zeggen: ‘Jongen, je vecht je leeg voor Nelson Mandela en dat is prachtig, maar leer ook eens lachen om een keiharde scheet tijdens een ontbijt. Laat eens – als een echte voetballer – iemand aan je vinger trekken. Lach eens ECHT, jongen. De slappe lach om niets, oefen die een keer, Clarence.’

En volgens mij heeft Clarence dat nu eindelijk begrepen, dat er wat lucht in moet, dat het lichter mag en dat het maar voetbal is. Daarom heeft hij Patrick gebeld. Waar Patrick verschijnt wordt er ontspannen. Mensen voelen dat. Als je per ongeluk een Van Gogh hebt gestolen en je kunt nergens terecht, dan staat Petje je met open armen op te wachten. Zo een jongen is dat.

Daarom verheug ik mij erg op hun werk in Kameroen. Ik vind wel dat ze er moeten gaan wonen. Niet af en toe met een privévliegtuigje op het trainingsveld landen, nee echt in een resort gaan wonen en gedroogde vis langs de weg kopen. Op die manier kan hun aanwezigheid vernietigend mooi uitpakken. De wijsheid van Clarence en de vluchtigheid van Patrick, het zou zomaar eens kunnen gaan werken.

Een goede raad: laat die documentaire maken en doe tussendoor geen interviews met Nederlandse journalisten. In vredesnaam geen Leo Beenhakker-interviews. Voor een hangmat in een rieten stoel je samen met andere Nederlanders helemaal gek lachen om de trainingsfaciliteiten. Niet doen. Niet gaan vertellen dat ze, op weg naar een uitwedstrijd, in de bus ‘een heel eigen manier van voorbereiden hebben’. Niks zeggen. Geen interviews en over twee jaar een winnende documentaire. Ik wil dolgraag de voice-over doen. Gratis.

http://www.vi.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *