Op bezoek bij Ricardo Moniz

REPORTAGE in de VI

Feyenoord trof afgelopen donderdag in de derde voorronde van de Europa League AS Trencín uit Slowakije, maar krijgt volgens de trainer daar, Ricardo Moniz (54), een opponent die Nederlandser speelt dan alle clubs uit de Eredivisie bij elkaar. VI trok naar Trencín en zag hoe de geest van Johan Cruijff er rondwaart.

Als AS Trencín donderdag in het eigen stadion had gescoord tegen Feyenoord, zouden de Nederlandse spelers een bekende stem hebben gehoord uit de luidsprekers: een zingende Johan Cruijff met Oei, oei, oei (Dat Was Me Weer Een Loei). Maar de Slowaken spelen in het Stadion pod Dubnom, zeventig kilometer verderop in Zilina en laten de goaltune achter in Trencín, tot lichte teleurstelling van Ricardo Moniz. ‘Toen ik hier net trainer was, wist ik na een doelpunt ook niet wat ik hoorde’, zegt de trainer van AS Trencín. ‘Stootte Tscheu (La Ling, de eigenaar van de club, red.) me later aan. “Mooi, he”, zei-ie. “Zo horen we Johan tenminste nog eens”. Het is een soort van eerbetoon. Tscheu was heel close met Johan in de laatste fase van zijn leven en voor mij is hij een held van wie ik het nog steeds niet kan geloven dat hij er niet meer is.’

Zo waart de geest van Cruijff door Trencín, want de visie van de club is gebaseerd op de ideeën van de Maestro. Maar het is niet alléén Cruijff, blijkt als Moniz, gehuld in – hoe kan het ook anders – een trainingspak van Cruyff Sports, voorgaat door het stadion. Of beter gezegd: wat er nog van over is. AS Trencín staat letterlijk in de steigers en bouwt aan een multifunctionele arena die volgend seizoen klaar moet zijn. Tot die tijd is het behelpen en zweet Moniz zich suf in zijn kantoor zonder airco, waar hij het spel van Feyenoord analyseert, en moeten de spelers voor krachttraining de weg oversteken naar de kantoren van de club. Daar treffen ze dan weer een Nederlander die er niet meer is: Dick van Toorn. De oude Rotterdamse wonderdokter leeft voort in de gym van AS Trencín. Alle ‘martelwerktuigen’ waarmee hij menig topvoetballer fit kreeg, zijn mee verhuisd naar Slowakije en de apparaten die niet in het vliegtuig pasten, liet Tscheu La Ling in China gewoon reproduceren. Moniz kijkt er tevreden naar, want zelf nam hij de visie van Richard Smith mee, ook al zo’n fysio-goeroe die de toppers van vroeger overal naartoe lieten vliegen, omdat hij ze sneller fit wist te krijgen dan ieder ander. De trainer van AS Trencín heeft maar één woord nodig om te omschrijven waarom dit alles zo belangrijk is: protocolleren. ‘Cruijff, Van Toorn, Smith, maar ook Piet Keizer, ze hebben het Nederlandse voetbal zo veel gegeven, maar met al die kennis wordt niks gedaan. Het is toch raar dat wij het in Slowakije moeten doen en in Nederland er geen hond is die er nog naar omkijkt?’

MILJONAIR

Pratend over voetbal is Moniz in zijn element. ‘Ik ben een missionaris die traint’, zegt hij, ‘ik probeer het gedachtengoed van Cruijff, Keizer, Coerver te interpreteren en daardoor een goede trainer te worden. En dan maakt het mij niet uit dat ik nu in Trencín werk. Is ook een beetje mijn eigen schuld geweest. Als ik een andere weg had gevolgd, was ik nu miljonair geweest. Maar wat heb ik eraan? Op een goede manier ergens kunnen werken is mij veel meer waard en bij Trencín kan dat. Dus ben ik hier op mijn plek.’

Schetst u eens een beeld van AS Trencín.

‘We zijn een kleine club, zelfs in Slowakije, maar we doen het op onze eigen manier. Tscheu La Ling heeft hier in tien jaar tijd echt iets neergezet naar zijn ideaalbeeld. Toen hij kwam, was er niks, nu is er eigen vermogen, worden er spelers ontwikkeld en verkocht en verrijst er een splinternieuw stadion. Voor hem en zijn rechterhand Gideon van der Wee vind ik het dan ook prachtig dat we nu tegen Feyenoord spelen. Nu kan iedereen met eigen ogen zien dat de visie van Tscheu ook iets oplevert. Je kunt AS Trencín vergelijken met Red Bull. We hebben weliswaar veel minder geld en een totaal andere voetbalvisie, maar wél een plan. En met een plan, kun je ver komen. Dat heeft Red Bull wel bewezen.’

Toch: u werkt met relatief onbekende spelers. Joey Sleegers is nog de bekendste, hij stond ooit onder contract bij Feyenoord.

‘Trencín is ooit twee jaar achter elkaar kampioen geworden, maar toen zat er ervaring in de ploeg, met jongens zoals Ryan Koolwijk, een gerespecteerd Eredivisie-voetballer, en Stefan Maierhofer, een jongen die nog bij Red Bull Salzburg heeft gespeeld. Tegenwoordig is Joey Sleegers de oudste speler in mijn elftal: 24 jaar. De rest is nog jonger. Ik werk met Nederlandse, Afrikaanse en Slowaakse jongens die aan het begin staan van hun carrière of via Trencín een stap willen maken. Nou, daar is niks minderwaardigs aan, hoor. Die gasten willen allemaal trainen, beter worden, léren en ze zien nu ook dat onze manier van werken aanslaat. We verslaan in de voorronde van de Europa League toch zo even twee goede tegenstanders. FK Buducnost, gewoon een aardige ploeg uit Montenegro, en Gornik Zabrze, dat veel meer mogelijkheden heeft dan wij. Dat is toch wat je nastreeft, dat spelers gaan zien dat wat jij wilt als trainer, kan leiden tot succes. Ik eis ook heel veel van ze. Neem Sleegers, intrinsiek een goede speler, maar hij staat nu wel op het punt dat-ie het echt moet gaan laten zien. Of Aschraf El Mahdioui, afkomstig uit de jeugd van Ajax en aangetrokken van ADO Den Haag. Mijn aanvoerder, 21 jaar pas, en over stilisten gesproken. Maar hij speelt, met alle respect, voor AS Trencín. Wat ik wil – wat ik mijn hele leven al heb gewild en wil doen – is dat soort jongens helpen. Dan ben ik gelukkig.’

In Slowakije hebben ze intussen al wel kennisgemaakt met Ricardo Moniz, hè.

‘We kregen tegen Ruzomberok twee keer een rode kaart die niemand begreep, behalve ik. In Hongarije heb ik het toch ook meegemaakt, zaken waar je met je verstand niet bij kan. Ik ben zo dat ik er iets van zeg en dat zijn ze in dit soort landen dan weer niet gewend. Bij Ferençváros heb ik drie maanden aan het bed gezeten van Akeem Adams, nadat die was getroffen door een hartaanval. Ik heb vragen gesteld, alles gereconstrueerd en kwam tot de conclusie dat er slecht en sowieso veel te laat is ingegrepen bij die jongen. Na een paar weken kwam niemand meer kijken, ze hebben die zaak in de doofpot geprobeerd te stoppen. Nou, dan word ik nijdig. Ik zie het gebeuren, ik onderzoek het, ik zeg er iets van. Ik zat aan het bed met zijn moeder. Ze praatte tegen hem en dat moest ik ook doen. Later kwam die jongen bij, zijn been was al afgezet. Had-ie alles gehoord, zei hij. Ik wilde hem mijn assistent maken, hem voor het voetbal behouden. Dat gaf hem zo veel energie. Tot ze me ontsloegen. Drie weken later kreeg ik een telefoontje. Akeem was alsnog overleden. Die jongen had het opgegeven. Was ik helemaal kapot van. De consequentie is vervolgens dat je carrière anders loopt dan-ie had kúnnen lopen.’

‘Ik heb principes en zal ze nooit verloochenen, ook al gaat dat ten koste van mezelf’

Is spijt een woord dat u kent?

‘Eigenlijk niet, principe is een woord dat zwaarder weegt. Ik heb principes en zal ze nooit verloochenen, ook al gaat dat ten koste van mezelf. Daarom heb ik nergens spijt van. Toen ik het overnam bij Hamburger SV, speelden we de halve finale van de Europa League tegen Fulham. Thuis 0-0, in Londen staan we met 0-1 voor, twintig minuten voor tijd maakt Dempsey gelijk. Voor ons nog niks aan de hand, maar in de 75ste minuut: 2-1. Geen finale en ik kon vertrekken. Ik kan me dan wel afvragen wat er zou zijn gebeurd als we die eindstrijd wél hadden bereikt, nota bene in Hamburg, maar wat heeft het voor zin? Een paar weken na mijn vertrek belde Ruud van Nistelrooy me op. “Ricardo, waar zit je?” Ik sta op een veld in Ghana Onder-6 te trainen, zei ik. Begreep-ie niks van, maar ik was bij het project van Red Bull aan de slag gegaan. Ik móét gewoon voeling hebben met die bal, elke dag opnieuw. Als ik dat ding niet aan mijn voeten heb, word ik ongelukkig.’

‘Red Bull heeft bewezen dat je met een goede filosofie de top kunt halen’

U leek gelukkig bij Red Bull.

‘Ik was er hoofdtrainer geworden, met Piet Hamberg als assistent. Piet is een grootheid in het aanbrengen van structuren en bij Red Bull kon financieel heel veel. De filosofie stond ook: gegenpressing, maar ik wilde er toch ook andere accenten aan toevoegen. Dat ging heel goed, we behaalden de eerste dubbel in de historie van de club, maakten naam in Europa. Tot ik op de dag dat ik terugkwam van vakantie met de directie in gesprek ging en hoorde dat de dokter van de ijshockeyafdeling de invulling van mijn trainingen mocht bepalen. Die man wist niks van voetbal. Dan ben ik niet de diplomaat die denkt: Laat gaan, werk samen en maak er het beste van. Ik heb Dietrich Mateschitz (eigenaar Red Bull, red.) gebeld en gezegd dat hij maar een ander moest zoeken. En dat terwijl ik het naar mijn zin had bij Red Bull. Hamberg werd gek. Leonardo, die ik natuurlijk had meegenomen en uitstekend presteerde, kon ook meteen zijn biezen pakken. Pijnlijk, ja, maar principes tellen zwaarder. Nu kan ik er zonder wrok naar kijken. Ik ben toch wezenlijk onderdeel geweest van de enorme groei die de club heeft doorgemaakt. Wat je ook vindt van Red Bull, ze hebben wel iets neergezet in Salzburg en Leipzig, in combinatie met de opleidingen wereldwijd. Red Bull heeft bewezen dat je met een goede filosofie de top kunt halen.’

Kan dat ook met de filosofie van Trencín?

‘Ja, maar ons probleem is dat als spelers goed worden, de club ze niet kan houden. En de filosofie is dat we geen spelers kopen, maar zelf opleiden of transfervrij halen en ontwikkelen. Even met een privévliegtuig naar Barcelona vliegen om Jonathan Soriano op te halen, zoals ik deed bij Red Bull, zit er hier niet in.’

METAFOOR

We gaan lunchen bij het beroemde Kasteel van Trencín, een baken in de verte voor iedereen die de stad zoekt, maar de schoonheid van het slot gaat aan Moniz voorbij. Liever praat hij door over de filosofie van AS Trencín die hem past als een jas. Wat die is? ‘Cruijff en Keizer’, zegt Moniz. ‘Overal waar ik naartoe ga, neem ik die twee met me mee. En bij Trencín kwam ik ze tegen, omdat Tscheu La Ling heel sterk is in het uitleggen van alle details. Hij heeft alles zelf alles ervaren. Beter gezegd, hun denkbeelden over voetbal, hun visie, hun manier van kijken naar wedstrijden en spelers. Met Trencín spelen we in de geest van Johan en Piet: met buitenspelers, 4-3-3, heel diep, we verdedigen de middellijn. Zeg maar precies op de manier waarmee Nederland zich heeft onderscheiden in de wereld. Cruijff en Keizer, voor mij is dat het Nederlandse voetbal. Natuurlijk, niet alléén die twee, maar ik gebruik ze als metafoor. Voor mij zijn dat twee mannen die hun leven hebben gegeven voor het voetbal. Daarom verdedig ik ze te zwaard, als het moet. Toen tijdens het voetbalcongres een paar jaar geleden Johan Cruijff langskwam, een geweldig referaat hield over Totaalvoetbal, nog niet was vertrokken of Raymond Verheijen kwam met commentaar, ben ik geflipt. Ik heb echt veel van Raymond geleerd, maar van Cruijff blijf je af. Of je gaat de discussie met hem aan. Maar ja, dat is het probleem van Nederland, hè. Het is wat ik hiervoor al zei: in plaats van Cruijff en Keizer te protocolleren, nemen we qua voetbal de afslag die alle andere landen nemen.’

‘Overal waar ik naartoe ga, neem ik Johan Cruijff en Piet Keizer met me mee’

Legt u eens uit.

‘Wat stelde Nederland voor in de jaren zestig? En wat daarna? Alles is begonnen met Cruijff en in zijn kielzog Piet, Willem van Hanegem en noem ze maar op, die oude klassespelers. Ik heb veel interviews met Keizer gelezen en gezien, heel indringend. Je dacht toch niet dat Rinus Michels alles bepaalde? Deden die gasten gewoon zelf. “We hebben niets anders gedaan”, zei Piet, “dan het bespelen van ruimtes”. Maar dat moet je wel zien. Zij zagen het. Maar wat doen wij met al die kennis? Iedereen weet intussen wel wat Wiel Coerver voor mij heeft betekend, ik heb geen zin om dat weer allemaal op te rakelen, maar Wiel was veel meer dan kappen en draaien, hè. Hij dacht verder, was altijd bezig met het ontwikkelen van voetbal. Kéék naar Cruijff en deed er zijn voordeel mee in zijn oefenstof. Hij sleutelde al aan fitnesstoestellen toen dat nog helemaal niet in de mode was. Of hij ontwierp ze zelf. Met de trainingsmethode die Wiel heeft ontwikkeld, krijg je in principe iedereen aan het voetballen, juist ook de minder getalenteerden. Het gaat ver en diep. Coerver moet je in feite interpreteren. Ik heb ook zat discussies met Wiel gehad, omdat hij net zo principieel was als ik. Hij snapte bijvoorbeeld niet dat ik op een heel veld zes-tegen-zes ging trainen, of acht-tegen-acht. “Met twee-tegen-twee hebben die jongens vierhonderd procent meer balbezit”. Had-ie gelijk in. Maar ja, zei ik, zou Rafael van der Vaart aan zes-tegen-zes niet wat meer hebben dan van twee-tegen-twee in kleine ruimte? Ook als je het uitlegde was Coerver niet makkelijk te overtuigen. Principes, heb je het weer. Maar ik interpreteerde zijn ideeën op míjn manier. Wat is nou bepalend in het hedendaagse topvoetbal? Dat je over je middenveld heen kunt gaan, steeds weer opnieuw. Diepgang. Maak dan de koppeling even naar de ploegen van Cruijff. Neeskens, hoe vaak kwam die wel niet? Of neem Johan zelf. Zo was het Nederlandse voetbal tot een jaar of vijf geleden. Toen hadden we Robben nog, Van Persie en Sneijder en toen hield het op. In mijn beleving heeft dat ook te maken met de manier waarop je traint. Als jij dribbelen al gaat verbieden in de jeugd, leid je nooit meer goede spelers op. Sterker: als je niet veel traint, word je ook niet beter. Maar we trainen niet veel meer en op een actie maken staat een straf. Hoe wil je dan ooit nog verschil maken in het veld? Werkelijk alles lijkt verdwenen uit het Nederlandse voetbal.’

Maar kan het dan nog in het hedendaagse topvoetbal, spelen in de geest van Cruijff?

‘Natúúrlijk! Alleen niemand doet het. Verschrikkelijk, dat het niet meer gebeurt. Zelfs mijn eigen land gooit alles waar het ooit voor heeft gestaan, zo, húp, overboord. Het is wat Coerver ooit riep toen hij zijn laatste serie dvd’s op de markt bracht. “Mensen zijn niet moedig, niemand heeft het lef dit nou eens tien jaar uit te proberen.” Dat is ook wat mij zo tegenstaat: hoe snel men in de voetballerij van het pad af wijkt. Lukt het even niet, gaan we het anders doen en nemen we lekker afscheid van de uitzonderingspositie die we als Nederland hadden in de wereld. Maar dat is toch niet waar Cruijff, Keizer, Van Hanegem en iedereen die ons voetbal op de kaart heeft gezet ooit voor stonden?’

Cruijff en Keizer zijn niet meer.

‘Joh, ik heb zelfs moeite daarover te praten, weet je dat. Nog steeds grijpt de dood van die twee me aan. En niet alleen mij. Als ik thuis tegen mijn moeder over Cruijff begin, wordt ze emotioneel. Ziet ze hem op tv, zet ze dat ding uit. Zo diep zit het. Cruijff heeft de jeugd, of beter, het leven van zo veel voetballiefhebbers op zo’n ongelooflijke manier verrijkt. Dat is voor altijd. Maar even eerlijk nu, wat is er dan met al zijn kennis gedaan? Er is een boek uitgekomen, ja. Maar wat verder? Zo veel kennis, zo veel knowhow. Waarom, in hemelsnaam, is dat niet geprotocolleerd? Ja, Wim Jonk en Ruben Jongkind hebben dat perfect gedaan, maar voor België en China. Waarom niet bij Ajax of de KNVB. Júíst de KNVB. Ik las laatst het boek van Willem van Hanegem. Staat alles in. Maar niemand doet er iets mee. Willem staat nu op de golfbaan met al zijn kennis van het voetbal. En ondertussen laten we ons overrulen door academici en dokters met witte handschoentjes. Maar als je met Cruijff, Keizer, Coerver sprak of nu met Van Hanegem praat, hebben ze geen laptop nodig. Dan schuiven ze met koffiekopjes en leggen helder uit hoe de materie in elkaar steekt. Coerver scheurde servetjes in elf stukjes en als de ober dan kwam schoonmaken gilde hij dat-ie van zijn spelers af moest blijven. Daarom vind ik, zeker na het overlijden van Cruijff en Keizer, dat Van Hanegem de enige is naar wie we echt moeten luisteren. Hij leeft nog, dóé er wat mee.’

‘Willem van Hanegem is de enige naar wie we echt moeten luisteren. Hij leeft nog, dóé er wat mee’

In feite is Cruijff ook de reden dat u nu bij Trencín werkt.

‘Vorig seizoen zat ik bij Randers uit Denemarken, maar dat liep weer eens fout. De club had een deal gesloten met een televisiemaatschappij voor een docusoap, overal camera’s. Met mij als hoofdtrainer is dat misschien niet handig. Ik ben recht voor zijn raap, zeg wat ik denk, dus ik zat al snel in iedere promo. Al die uren dat ik met die spelers heel gedetailleerd en diep over voetbal zat te praten, knipten ze eruit: niet interessant. Praat je over tachtig procent van de tijd. Het bestuur kon niet met me omgaan, zo’n extraverte, felle trainer hadden ze niet eerder gehad. Dan weet je dat je een verloren wedstrijd speelt. In januari moest ik gaan en toen belde Tscheu La Ling. Meteen was er een klik. La Ling, voor hem ging je vroeger kijken, eigen tribune, mooie speler, technisch vaardig. En zo wil hij Trencín laten voetballen. Voordat Johan stierf was hij ongelooflijk close met Tscheu. De principes van Johan zie je terug bij Trencín. Ling wil de club laten spelen in de geest van Cruijff: buitenspelers, 4-3-3, áltijd 4-3-3, daar is-ie heel principieel in. Nou, met zulke mensen wil ik wel werken. Toen hij me belde, werd ik adviseur. In die rol heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de plaatsing voor Europees voetbal. Na het seizoen vroeg hij of ik hoofdtrainer wilde worden.’

U bent geboren in Rotterdam en heeft gewerkt in de opleiding van Feyenoord. Is spelen tegen die club dan bijzonder?

‘Ik vind het speciaal dat we het hebben verdiend ze partij te mógen bieden. Dat voelt als een prijs. Na vier Europese wedstrijden zijn we blijkbaar goed genoeg daarvoor. Dat is waar ik naar kijk. En ik vind het leuk voor Tscheu, dat iedereen in Nederland nu kan zien dat zijn project er nog steeds is en dat het ook wat oplevert. Daarbij is het voor mijn spelers een prachtig affiche om zich te laten zien.’

En voor u persoonlijk?

‘Ik heb er gewerkt met Chris Dekker in de opleiding. Orlando Engelaar, Robin Nelisse, Robin van Persie, Leonardo, Said Boutahar, Thomas Buffel, Royston Drenthe, je trok gewoon een blik talent open en wij gingen ermee aan de slag. We waren zo goed dat we Ajax dreigden te passeren, maar daarna besloot de club een andere koers te varen. Feyenoord is voor mij de club waar Wiel heeft gewerkt als hoofdtrainer, de club van Willem van Hanegem. Ik vind het leuk om Van Persie weer te zien, na al die jaren. Dat is het dan ook wel. Ik heb in mijn carrière als trainer te veel strijd gevoerd om echt te kunnen genieten. De consequentie van alles is dat ik veel afstandelijker ben geworden. Ik denk dat ik pas echt sta te genieten als de scheidsrechter fluit voor het begin van de wedstrijd en de bal gaat rollen.’

Tot slot: maakt AS Trencín ook maar enige kans tegen Feyenoord?

‘Er is altijd kans op succes, maar belangrijker vind ik dat we het doen op onze manier. Op een manier die de mensen in Nederland doet terugdenken aan hoe het vroeger was.’

4-0!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *