Ode aan Henk de Jong:

 
 

Wij, als bestuur van De Graafschap, waren op zoek naar een mensenmens-trainer. Iemand die goed bij De Graafschap past. Dat je zestien keer op je kloten krijgt, maar dat je je nog steeds een Superboer voelt. In die sfeer hebben wij het gezocht. Oké, je snackbar kan afbranden, maar de friet is wel goed afgebakken – dat idee. Positief kijken. Over het verlies heen kijken. Dan kom je al snel bij Henk de Jong uit. We hebben ook met Henny Huisman gepraat, maar die deed moeilijk over zijn paarden en wilde dat we Met z’n allen in de kleedkamer zongen. Dat werkt hier niet. Dat is een te verstaanbare tekst. Wij zingen in de kleedkamer altijd Tjerd mien kabel in mie skoen, meuk me bakels net als toen. Dat kennen de mensen. (…)

(…) Twan Huys, daar hebben we mee gesproken. Ook iemand die iets slechts nog slechter kan maken. Daar waren wij naar op zoek. We waren al ver met Twan, maar na het gesprek met Henk de Jong hebben we hem afgebeld. Dat was zó overtuigend. Henk zat daar als mens, met al zijn gebreken en tekortkomingen en dat maakte indruk. Dat was waarnaar wij zochten, iemand die iedere week verliest en dan toch stralend voor de camera gaat staan. Laat Henk spreken op de begrafenis van je moeder en je loopt lachend naar buiten. We waren er eigenlijk snel uit. Henk was heel blij met de abominabele selectie waarmee hij moest werken en wij waren heel blij dat we een gek hadden gevonden die stralend zou uitleggen hoe slecht we zijn. Een win-win-situatie. (…)

(…) Wij als bestuur hebben zijn eerste training gezien en toen wisten we genoeg. De juiste man op de juiste plek. Henk heeft bijna anderhalf uur staan praten met die jongens. Over van alles. Hoe je rijst kookt, het tweede seizoen van Game of Thrones, waarom je de snaren op een gitaar af en toe moet vervangen. Verzin het maar. Niks over voetbal. Henk snapt dat hij jongens in zijn selectie heeft die je niets met de bal moet laten doen. Hij traint zo weinig mogelijk op het veld. Vaak komen ze de kleedkamer niet uit. Dat zat allemaal al in die eerste training. Hij zei zulke rake dingen daar. (…)

(…) Henk heeft onze spelers geleerd dat je als een dubbeltje wordt geboren en dat je bij De Graafschap dan een stuiver wordt. Hij liet dat die jongens zien. Eerst een dubbeltje en daarna twee stuivers. ‘Dus dat is eigenlijk meer’, zei hij. Toen had hij meteen die hele groep mee. In het westen noemen ze wat Henk heeft ‘aanstekelijk enthousiasme’, maar wij als bestuur van De Graafschap hebben het liever over ‘lachen met de dood in je achterzak’. Zo zitten wij in elkaar. Andere clubs zijn bezig met verzorgd voetbal en een representatieve trainer. Dat kan ons de kont waaien. Henk laat die gasten allemaal dezelfde kant op lopen. Dat vinden wij al knap. Meer zit er ook niet in. (…)

(…) Wij van het bestuur zagen meteen wat voor een selectie we hadden. Een stel uitgerangeerde touwtrekkers. Jongens die ooit zesde zijn geworden bij een wedstrijd telefoonboek scheuren. Jongens die zestien bier kopen en het boven hun hoofd flikkeren omdat ze een elektrische gitaar horen. Die moet je niet willen laten voetballen. Alles wat je dan nog kunt doen, is zorgen dat ze een gezellig seizoen hebben en Henk is een garantie voor gezelligheid. Al jaren. Iemand die eruitziet alsof hij het zelf nog niet kan geloven dat hij op de televisie komt. Daar houden wij van. Geen kapsones. (…)

(…) Afgelopen zondag kwam alles waar we met z’n allen zo hard aan hebben gewerkt bij elkaar. Hoe wij verloren bij Ajax, daar moet ik Henk een compliment voor geven. Doe het maar eens, met 8-0 verliezen, je verdedigers staan midden in het strafschopgebied vakantiefoto’s in te plakken, na de 6-0 bestelt de keeper met zijn mobiele telefoon chinees voor in de bus terug en dan toch, als trainer, met een goed humeur voor de televisiecamera verschijnen. Dat is klasse. (…)

Of het een vervelende terugreis was? Ben je gek! Alle spelers lieten elkaar zien welk Ajax-shirt ze hadden geruild

(…) Wij als bestuur zijn meegereden in de spelersbus en hebben Henk een korte speech horen geven. Dat was prachtig. Hij vertelde zijn spelers dat ze zich niet moesten laten intimideren. Hij zei: ‘Oké, jongens, luister. Ja, ze hebben daar in Amsterdam een echt stenen stadion, met plastic stoelen en ja, iedere speler heeft zijn eigen kledinghaakje in de kleedkamer en ja, de mascotte van Ajax heeft – zelfs met zijn schuimrubber pak aan – meer souplesse in zijn voeten dan jullie, maar wij hebben iets wat zij niet hebben.’ Daarna werd het stil. Muisstil. Totdat de aanvoerder vroeg: ‘Wat dan?’ En Henk stelt zo’n jongen dan gewoon op. No hard feelings (…)

(…) Of het een vervelende terugreis was? Ben je gek! Nee, natuurlijk niet. De sfeer was prima. Alle spelers lieten elkaar zien welk Ajax-shirt ze hadden geruild. Frenkie de Jong had er nog iets op geschreven. ‘Voor de slechtste verdediger tegen wie ik ooit speelde.’ Dat is toch geweldig, voor later. Dat heeft Henk ze ook gezegd in de bus. ‘Jongens, dit lijkt een afgang. Heel Nederland zal jullie uitlachen, maar wij staan morgen gewoon weer op het trainingsveld en dan vertel ik jullie een verhaal over Tinus Ruithoef, een boer die zijn schoenen altijd verkeerd om aan heeft en toch gelukkig is. Ik ben trots op jullie! (…)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *