Nederland kan vanaf nu écht zaken doen op de coëfficiëntenlijst

 
 

Na de augustuseuforie aast Nederland vanaf deze week op nieuwe successen in Europa, en dus op de coëfficiëntenlijst. De aloude rivaal Oostenrijk kan het tempo van Nederland niet meer bijbenen. Oekraïne en Turkije moeten vrezen.

Het valt helemaal niet uit te sluiten dat de huidige nummer elf Nederland zich donderdagavond terugvindt op de negende plek van de lijst die tijdens Europese avonden steeds meer aandacht geniet. De achterstand op nummer negen Oekraïne bedraagt immers maar 0,350 punt. Elke overwinning in het hoofdtoernooi van de Champions League en Europa League levert twee punten op, een oogst die wel moet worden gedeeld door het aantal teams waarmee de campagne werd aangevangen, in het geval van Nederland vijf. Een zege levert met andere woorden 0,4 punt op voor de coëfficiëntenlijst, een gelijkspel leidt tot de helft van die score. We staan aan de vooravond van een belangrijke periode, omdat er de komende maanden minimaal 24 kansen zijn om 0,4 punt te pakken.

Straks meer over de stand van zaken bij onze coëfficiëntenconcurrenten, eerst nog even terug naar eind augustus. In een tijdsbestek van 23 uur boekten de Nederlandse clubs op 28 en 29 augustus vier overwinningen in Europa, net zoveel als twee seizoenen geleden in een heel jaar. Wat 1672 is in de Nederlandse geschiedenis is 2017/18 voor Nederlandse volgers van de UEFA-coëfficiëntenlijst: een absoluut rampjaar. Liefst 28 landen veroverden in dat seizoen meer punten, van Bulgarije tot Roemenië en van Azerbeidzjan tot Kazachstan. Betrouwbare puntenpakkers als Ajax en PSV slaagden er niet eens in te overzomeren en Feyenoord en Vitesse konden niet boven zichzelf uitstijgen in de groepsfase van de Champions League en Europa League. Nederland sloot dat seizoen af op de veertiende plaats op de coëfficiëntenlijst – die over vijf seizoenen gaat, zodat een horrorjaar niet meteen extreme gevolgen heeft – en dreigde zelfs buiten de topvijftien te vallen. Een land als Oostenrijk was al bijna uit het zicht verdwenen. Europese seizoenen waarin alle Nederlandse clubs zouden moeten instromen in de eerste en tweede voorronde van toernooien dreigden. Zomers waarin de landskampioen moet aantreden in Noord-Ierland of Slovenië terwijl de Tour de France net bezig is, dat werk.

Nog geen anderhalf jaar later is een woord als coëfficiëntenpolonaise bijna trending topic op Twitter en is Nederland bezig aan zijn beste Europese reeks aller tijden. Dankzij de sublieme Champions League-campagne van Ajax sloot Nederland het voorbije seizoen af op de elfde plaats. Een zeer belangrijke positie, aangezien de landskampioen van het land dat elfde staat zeker is van een Champions League-ticket als de winnaar van het miljardenbal zich ook via de competitie plaatst voor het miljardenbal, iets dat bijna altijd gebeurt. De Eredivisie-titel van 2020 is dus extra veel waard

Door deze uitstekende resultaten kan Nederland mikken op een rentree in de toptien. Tsjechië en Denemarken, landen die aasden op de positie van Nederland, moeten hun ambities bijstellen na een dramatische zomer, waarin de ene na de andere club strandde. Ook coëfficiëntenconcurrent Oostenrijk heeft weleens betere zomers gekend. LASK Linz liep bonuspunten voor Champions League-deelname mis en voor Sturm Graz en Austria Wien viel het doek in de Europa League-voorronde. Oostenrijk, dat inmiddels al bijna twee volle punten minder bezit dan Nederland, heeft met Red Bull Salzburg (Champions League), LASK Linz (Europa League) en AC Wolfsberger (Europa League) nog maar drie ijzers in het vuur. Het moet raar lopen wil Nederland zijn elfde plaats dit seizoen verliezen. De lat mag hoger worden gelegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *