Monaco’s got talent: de strategie achter de talentenfabriek

 

De ene week een Picasso en de andere week de nieuwe Messi. De eigenaar van AS Monaco verzamelt kunst en jonge voetballers. Waarom en hoe een club ingeklemd tussen een paar rotsen en zonder fans een overlevingsstrategie heeft gevonden in het vastleggen van toekomstige wereldsterren.

Het concept is simpel. Toptalenten halen wanneer ze nog niet zo duur zijn en ze op het juiste moment verkopen aan de hoogste bieder. AS Monaco heeft de afgelopen jaren extreme winstmarges geboekt op spelers die zonder naam binnenkwamen, zich ontwikkelden, de een wat sneller dan de ander, en daarna een lucratieve overstap maakten naar de Premier League, Paris Saint-Germain of een Spaanse topclub.

Het huidige AS Monaco heeft veel weg van een fabriek waar de mooiste, meest exclusieve diamanten worden fijngeslepen om te worden doorverkocht aan de rijken der aarde. De afgelopen vijf seizoenen deden de Monegasken voor bijna negenhonderd miljoen euro aan voetballers van de hand. Ongeveer de helft daarvan werd geherinvesteerd in nieuwe spelers. De opleiding is altijd een belangrijke levensader van de club. Denk aan Emmanuel Petit, Lilian Thuram, Thierry Henry en meer recent Kylian Mbappé.

Spelers opleiden doen ze nog altijd op La Turbie, het prachtige uit de rotsen gehakte trainingscomplex van de club. Maar in het huidige businessmodel valt of staat alles met de scouting. Het elftal van trainer Leonardo Jardim is in de eerste plaats een etalage. Sportief succes zal waarde toevoegen aan talenten die in de belangstelling staan. Een incidentele uitschieter zoals in 2017, toen Monaco de halve finale van de Champions League bereikte en Paris Saint-Germain klopte in de titelrace, zorgt voor extra inkomsten op de transfermarkt. Intern realiseert ook iedereen zich dat er geen supporter extra in het stadion komt te zitten.

RIJKDOM EN LUXE

AS Monaco is in die zin een wat vreemde club in Frankrijk, die ingeklemd ligt tussen een paar rotsen en op een lapje grond van twee vierkante kilometer wordt omringd door schreeuwerige rijkdom en luxe. Er rijden meer miljonairs in een Ferrari door Monaco dan dat er bij een voetbalwedstrijd mensen op de tribune zitten. Het speeltje van het prinsdom heeft al jaren het laagste toeschouwersgemiddelde in de Ligue 1, terwijl je als seizoenkaarthouder kunt zeggen dat je onder anderen Mbappé, Thomas Lemar, Benjamin Mendy, Bernardo Silva en Yannick Carrasco live hebt zien spelen toen niemand ze nog echt kende.

Er rijden meer miljonairs in een Ferrari door Monaco dan dat er bij een wedstrijd mensen op de tribune zitten

Het beleid van AS Monaco is in de recente historie niet altijd geënt geweest op het kopen en doorverkopen van veelbelovende talenten. In december 2011 kwam de club in handen van de Russische miljardair Dmitry Rybolovlev. AS Monaco vocht in die tijd in de tweede divisie tegen degradatie. Er werd ineens met miljoenensalarissen gesmeten, de club promoveerde anderhalf jaar later met Claudio Ranieri als trainer en maakte razendsnel de opmars terug naar de top van de Ligue 1.

In de afgelopen vijf seizoenen eindigde AS Monaco altijd bij de eerste drie op de ranglijst. Toch is niets meer zoals in 2013, toen het even leek of Rybolovlev aan de Côte d’Azur een evenknie van Manchester City of Chelsea ging laten verrijzen. In één zomer kwam er voor 160 miljoen euro aan versterkingen, met Radamel Falcao, James Rodríguez en João Moutinho als de meest opvallende spelers. Veel andere toppers werden in verband gebracht met de club. Totdat Monaco van het ene op het andere moment 180 graden van koers veranderde.

Daar liggen twee cruciale gebeurtenissen ten grondslag: een inschattingsfout van de beleidsmakers en de striktere toepassing van de regels voor Financial Fair Play. AS Monaco gaf geld uit als een rijke Premier League-club, zonder dat het beschikte over de inkomsten van een rijke Premier League-club. Een tijdlang liet de UEFA dat oogluikend toe, maar nadat onder meer Paris Saint-Germain en Manchester City waren gestraft omdat ze de begrotingsregels hadden overtreden door hun inkomsten op creatieve wijze op te krikken, moest ook Monaco op het hoofdkwartier in Zwitserland komen uitleggen hoe de financiën precies in elkaar staken. Er ging veel meer geld uit dan er ooit binnen kon komen. Rybolovlev en zijn medewerkers dachten door een heel blik topvoetballers open te trekken dat de aandacht en daarmee de inkomsten voor Monaco vanzelf zouden toenemen. Maar grote commerciële deals bleven uit en het stadion liep niet voller.

Daarbovenop zag de eigenaar van Monaco zich geconfronteerd met een dure echtscheiding. Elena Rybolovlev was het zat dat haar man feestjes met jonge vrouwen gaf op zijn jacht en startte in 2008 een procedure die in 2015 eindigde in een van de duurste scheidingen ooit. Hoeveel de Monaco-eigenaar precies moest afstaan is niet bekend, maar Elena eiste aanvankelijk de helft van zijn vermogen. Een minnelijke vier miljard euro.

Overigens zal Rybolovlev niet schrikken van de steeds hogere bedragen die worden rondgepompt in het voetbal. Een jaar geleden verkocht hij een schilderij van Leonardo da Vinci, dat hij in 2013 voor 136 miljoen dollar had gekocht, voor 450 miljoen dollar. Ook klaagde hij een Zwitserse handelaar aan die een miljard euro commissie rekende voor 37 kunstvoorwerpen ter waarde van twee miljard euro die hij als tussenpersoon regelde.

LINKSBACK A, B EN C

Wie de transferbewegingen van Monaco erbij pakt, ziet in 2014 een duidelijke trendbreuk. Van min 155 miljoen naar plus 50 miljoen. De cijfers zijn te lezen alsof er een aardbeving heeft plaatsgevonden. Een geweldige uitschieter en erna is alles anders. In feite is dat ook zo. Omdat Rybolovlev geen geld meer kon of wilde uitgeven, is er naar een andere pot goud gezocht. De oplossing werd gevonden in het klaarstomen en transfereren van voetballers naar de topclubs. Een jaar geleden ging Vadim Vasilyev in de sportkrant L’Équipe dieper in op de strategie. De vicevoorzitter is al jaren de rechterhand van de mediaschuwe Rybolovlev, heeft de dagelijkse leiding in handen en geldt als de spreekbuis van de club. ‘Het gaat ons niet zozeer om veel geld verdienen’, legde Vasilyev destijds uit. ‘De realiteit is dat wij niet dezelfde inkomstenbronnen hebben als bijvoorbeeld de clubs in de Premier League. Kijk je naar de recettes, dan halen wij in een heel seizoen binnen wat Arsenal in één wedstrijd binnenhaalt. Bij de nummer 20 in de Premier League komt bijna drie keer zoveel binnen als bij onze kampioen van Frankrijk. We willen competitief zijn op Europees niveau en daarom moeten we het anders doen. Het betekent dat we succesvol moeten zijn in transfers.’

Concreet betekent het dat AS Monaco elk jaar een aantal van zijn beste en meest gewilde spelers zal moeten verkopen om op de lange termijn competitief te blijven. Idealiter lopen de opvolgers van de verkochte spelers al rond bij de club voordat de transfer plaatsheeft. Linksback A maakt furore en wordt veel geld waard, linksback B wordt intussen klaargestoomd om linksback A te vervangen en linksback C gescout om op termijn linksback B op te volgen als die de positie van linksback A heeft overgenomen. Ter illustratie: het Belgische toptalent Youri Tielemans werd een jaar geleden voor 25 miljoen euro overgenomen van Anderlecht en moest tot begin dit seizoen wachten voordat hij een volwaardige basisplaats kreeg. Met de verkoop van Fabinho en Thomas Lemar kwam er een plek vrij in het centrum van het middenveld. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Wanneer Tielemans zich direct had gemanifesteerd, had een andere speler mogelijk eerder verkocht kunnen worden.

AS Monaco moet elk jaar een aantal van zijn beste en meest gewilde spelers verkopen om op de lange termijn competitief te blijven

Er zit een bepaalde logica achter het transferbeleid. Zo probeert de club maximaal drie en idealiter twee gevestigde basiskrachten per zomer te verkopen. Na de landstitel had Monaco het hele elftal in één keer van de hand kunnen doen en ruim vijfhonderd miljoen winst kunnen maken. Complicatie in dat geval is dat de continuïteit van de plannen in gevaar komt. AS Monaco moet blijven presteren, liefst met Champions League-voetbal, en hopen dat alles af en toe perfect samenvalt zoals twee jaar geleden. Soms is een speler niet tegen te houden, bekende Vasilyev in L’Équipe. ‘De aanbiedingen voor Benjamin Mendy hielden we eerst af. Nee, je blijft, zeiden we toen hij vertelde dat hij weg wilde. Hij antwoordde: “Maar Vadim, ik wil heel graag naar City en met Guardiola werken”. Verschillende keren zei hij tegen me: “Had Chelsea zich gemeld, dan was ik gebleven. Maar nu ik een kans heb met Guardiola te werken, wil ik gaan”. Hij was zo open en eerlijk. Toen Manchester City de vraagprijs bood en hij de duurste verdediger ter wereld werd, hadden we geen argumenten meer om hem te houden.’

Het werk van de technisch directeur wordt intussen gecompliceerder. Niet alleen de topvoetballers worden duurder, ook voor toptalenten moet grof geld worden betaald. AS Monaco neemt steeds grotere risico’s. De club voetbalt op de transfermarkt in wezen in de toekomst. De voorbije zomermaanden incasseerde Monaco voor meer dan driehonderd miljoen aan verkochte spelers. Een kleine 130 miljoen daarvan ging op aan nieuwe talenten. De verwachting is dat die talenten straks een veelvoud van hun marktwaarde opleveren. Een deel van het geld wordt ook gebruikt om de basis onder de club te verstevigen. Er is vijftig miljoen gereserveerd voor een upgrade van de trainingsaccommodatie en nog eens honderd miljoen voor de renovatie van het stadion. Vorig jaar nam AS Monaco het Belgische Cercle Brugge over om de talenten daar ook een podium te kunnen bieden voordat ze in de luxe-etalage van AS Monaco komen.

Trainer Leonardo Jardim probeert met de jonge selectie die hij heeft een winnend elftal op het veld te krijgen. De 44-jarige Portugees is sinds 2014 trainer van de club en zag al vier technisch directeuren voorbijkomen. Het was de Portugees Luis Campos die naar het voorbeeld van FC Porto een scoutingsysteem opzette. Na zijn vertrek in 2016 kwamen Claude Makélélé en Antonio Cordon (daarvoor zestien jaar td van Villarreal). Sinds een klein jaar is Michael Emenalo verantwoordelijk voor het technische beleid. De Nigeriaan haalde als td van Chelsea onder anderen Thibaut Courtois, Eden Hazard, Mohamed Salah en Kevin De Bruyne op jonge leeftijd naar Londen.

DE NIEUWE GOUDMIJN

Met het geld dat AS Monaco afgelopen zomer verdiende aan de verkoop van Thomas Lemar en Fabinho zijn tien nieuwe talenten gehaald. Opvallend zijn de hoge bedragen die de club neertelde voor twee zestienjarigen. Pietro Pellegri is de jongste doelpuntenmaker ooit in de Serie A en kwam in januari 2018 voor 25 miljoen euro over van Genoa. Het is een gigantisch bedrag voor een speler met nauwelijks ervaring op het hoogste niveau, maar Monaco gelooft erin dat Pellegri op termijn tot een van de allerbeste spitsen van Europa kan uitgroeien. Hetzelfde geldt voor de piepjonge Willem Geubbels. De linkeraanvaller had kunnen bijtekenen in Lyon, maar koos voor het project Monaco en de springplank naar de top die hij daar voor zich zag. Duidelijk is dat Monaco door de toenemende concurrentie op de transfermarkt van met name de clubs uit de Premier League steeds meer moet betalen voor nog relatief onbekende spelers. AS Monaco kan blijven meedoen aan die prijzenslag zolang de club aanwinsten binnenhaalt die na twee of drie jaar met factor vier, vijf of zelfs nog veel meer worden doorverkocht.

www.vi.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *