‘Luuk de Jong is nu voor altijd de man van de omhaal’

Toen ik zaterdagavond de omhaal van Luuk de Jong zag, moest ik aan Tonnie Bussens denken. Diep in de jaren zeventig verzamelde elke zondagochtend een groep liefhebbers zich op het Stadionplein in Amsterdam en reisden wij daarna in twee bestelbusjes naar het veld waar Tonnie die dag voetbalde. Tonnie wisselde nogal eens van vereniging, maar dat maakte ons niets uit. Het ging ons niet om de club, maar om Tonnie.

In die tijd droegen fans nog gewoon hun eigen kleren. Ik had een Afghaanse jas aan, met geitenhaar aan de randen. Recht tegenover mij zat iemand met blauwe schoenen en een groene broek. Nu draagt alleen Johan Derksen dat nog, maar in die tijd liep alles vrolijk en gezellig dwars door elkaar heen. Wat ons verenigde daar in dat busje, was onze liefde voor de omhaal.

Zo zat het. We waren verslaafd aan omhalen. Een vrije trap vanaf dertig meter in de kruising deed ons niets. Een panenka, daar lachten we om. Wij waren fijn-proevers. Het armzalige gerommel van de andere voetballers op het veld namen wij voor lief. Daar reisden we niet voor door het hele land. Het ging ons puur om de wekelijkse omhaal van Tonnie. Junks waren we

Een omhaal waarmee werd gescoord, moet ik erbij zeggen. Als Tonnie ruggelings de lucht in zweefde, dan wisten wij genoeg: doelpunt. Dat was een zekerheid.Ik kan nauwelijks uitleggen wat een onuitsprekelijk genoegen dat was, met al die mannen in het busje – want vrouwen snapten toen nog geen omhaal – de meegebrachte gevulde koeken, drie keer verkeerd rijden, aankomen op een wezenloos veld ergens midden in de polder, de gesloten kantine, de vloekende terreinknecht, de scheidsrechter op zijn gewone schoenen, het armzalige geschuif met de bal, het wachten op de juiste voorzet en dan – eindelijk, we hadden er een week op gewacht – Tonnie, die al met zijn rug naar het doel ging staan.

Een gelukte omhaal is als een meervoudig orgasme in één keer. Een fontein van plezier. Een gelukte omhaal is God die voor drie seconden even echt bestaat. Je vergeet de ellende. Kan jou het rotten, die belastingschuld en die nieuwe vriend van je ex-vrouw. Je hebt zojuist een perfecte omhaal gezien. Een goede omhaal is thuiskomen met een bak nasi goreng, het deksel opendoen en zien dat er niet één, maar twéé vierkante spiegeleitjes op de rijst liggen.

Zo beleefden wij dat. Iedere keer als Tonnie hoog in de lucht de bal volmaakt raakte en intussen precies wist waar de keeper stond, dan voelden wij ons als vaders die na 36 jaar voor het eerst hun echte moeder zien. Het was puur geluk, elke week weer. Tonnie stelde ons nooit teleur. Al was het in de 89ste minuut, die omhaal kwam er. Zoefffffff, zei het net, dat nog van touw was. Hoera, wuifden onze armen, die nog nooit een woedende vuist hadden gemaakt.

Daarna reden we weer naar huis, ook als Tonnie na drie minuten had gescoord. We wilden hem niet leren kennen. We wilden hem niet op zijn schouders slaan. Hij moest een onbekende blijven. Iemand die wij bewonderden en over wie wij, samen in het busje, fantaseerden.

Een vrije trap vanaf dertig meter in de kruising deed ons niets. Een panenka, daar lachten we om

In 1979 stopte dat allemaal. Tonnie zat op de reservebank, tijdens een wedstrijd ergens in Brabant. Dat heeft hem gebroken. Hij heeft nooit meer een bal aangeraakt en pas toen er internet was, heb ik zijn naam kunnen googelen. Hij is sinds 1981 een anonieme grasdroger. Wat er in 1980 gebeurde, daar is Auke Kok een boek over aan het schrijven.

Nu hebben we Luuk de Jong. Ook fijn, maar niet zo fijn als Tonnie. Daarom vond ik alle lof uit de FOX Sports-studio nogal overdreven. Kenneth Perez begreep het moment en zei alleen dat hij het een heel mooie omhaal vond, maar Arnold Bruggink liet zich, desgevraagd, verleiden tot een verhaal over zijn eigen omhaal. Op een training. Zonder tegenstander.

Wat Arnold Bruggink daar deed, was te vergelijken met iemand die zegt dat hij bergaf, zonder kleren en het laatste stuk achter op een koe, ooit weleens net zo hard geeft gelopen als Usain Bolt. We hebben allemaal weleens gescoord met een omhaal. Heel lelijk, met onze mond heel raar hangend, de ogen wijd open en daarna veel te blij dat we niet onze ruggengraat in tweeën hadden gebeukt.

Arnold Bruggink maakte een grote fout. Als oud-voetballer moet je zwijgen over een omhaal. Een doelpunt zoals Luuk de Jong zaterdagavond maakte, daar moet je niet over praten. Je zwijgt 45 jaar en dan zeg je: ‘Ik was erbij. Ik stond precies achter het doel.’ Ook als dat niet zo is.

Ik zag Tonnie Bussens 41 jaar geleden voor de 67ste keer scoren met een omhaal. We applaudisseerden niet. We bewaarden alle lof voor later. We koesterden onze belevenis. Hij was ónze held en van niemand anders.

Bij Luuk is dat anders. Die is nu, net als Marco van Basten, voor altijd de man van de omhaal. Luuk staat over vijftien jaar ergens in een congreszaal over die omhaal te praten en daarna zegt hij dat je de computers van die en die moet gebruiken.

Tonnie droogt gras. Nog steeds. Ik ben laatst met een paar oude vrienden langs zijn boerderij gereden. We zagen hem staan, midden op het veld. Hij stond gras te drogen. We hebben minuten gewacht, maar geen omhaal. Gelukkig maar. We koesteren het verleden, zoals u – lezer – in de toekomst Luuk zult koesteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *