Krijgen de juiste voetbaltrainers kansen in Nederland?

  • Krijgen de juiste voetbaltrainers kansen in Nederland?

    In Nederland zien we in het profvoetbal (Eredivisie en JupileKrijgen de juiste voetbaltrainers kansen in Nederland?r League) bijna alleen maar oud-profvoetballers terug als trainer. Het komt zelfs regelmatig voor dat een trainer met slechts een paar jaar ervaring en zonder enig bewijs van kunde een kans krijgt in de eredivisie of zelfs een topclub. Opvallend en conservatief, omdat een goede ruiter niet per definitie een goed paard is (naar Co Adriaanse). In Duitsland is hier de laatste jaren een omslag in gemaakt door jonge ambitieuze trainers niet afkomstig uit het profvoetbal, een kans te geven en dit heeft de competitie schwung gegeven. Ze bewijzen dat een professionele voetbalachtergrond niet per se nodig is om je staande te houden in het profvoetbal. Wat kunnen wij in Nederland daarvan leren en welke trainers verdienen een kans bij een grotere club?

    1. Welke eigenschappen moet een goede trainer hebben?

    Een goede trainer moet leiding kunnen geven, open staan voor mensen en ideeen, een natuurlijk overwicht hebben, verstand hebben van oefenvormen, van taktiek, van hoe je een boodschap overbrengt, van hoe je omgaat met verschillende karakters binnen een groep, van leer- en groepsprocessen, van trainingsopbouw, van mensen kunnen motiveren etc. Allemaal zaken die je als voetballer niet nodig hebt om de top te bereiken.

    Sla-om_stokken_jeugd_12x

    Om goed te kunnen voetballen moet je heel veel natuurlijke aanleg hebben op senso-motorisch gebied. Dat is dus vooral een fysieke aanleg. Om een goede trainer of leraar te worden moet je veel natuurlijke aanleg hebben op mentaal gebied, namelijk op intellectueel-emotioneel-sociaal gebied. En daar blinken veel (oud)voetballers nu juist niet in uit. Bron: www.daardan.nl

    Een oud-profvoetballer kan zeker een goede trainer worden dankzij zijn voetbalbagage, maar heeft zoveel dingen meer nodig die niet met het volgen van een (soms versnelde) cursus te leren zijn.

    Christian Heidel (Schalke 04) ziet dat goede trainers  vrijwel altijd uit het jeugdvoetbal komen. ‘Daar hebben ze zich langzaam ontwikkeld. De ex-profs, die direct na hun spelerscarrière het vak in willen rollen, niet. Zij worden een half jaar assistent-trainer van de A-jeugd van hun club, en melden zich dan voor de cursus (om proftrainer te worden).’

    ‘Maar daar kijken ze alles af bij die goede jeugdtrainers. Die zijn gemiddeld ruimschoots beter – zowel analytisch als retorisch. Ze weten wat het is om voor een groep te staan, ze kunnen de aandacht van de spelers erbij houden. Dat doet Domenico (Tedesco) zo goed: die begeestert de spelers voor tactiek, voor training, voor de nabespreking.’

    domenico-tedesco-soll-markus-weinzierl-beerben-

    ‘Niettemin zijn ex-profs vaak een veilige keuze (voor clubs). Het publiek denkt immers: ex-profs, die weten alles, die hebben alles meegemaakt. (…) Maar dat is een misverstand. Een goede leerling maakt nog geen goede docent.’

    Wat Heidel zegt, is logisch en al veel vaker gezegd en geschreven. Maar probeer je voor te stellen dat zijn evenknieën bij Feyenoord, Ajax en PSV – Martin van Geel, Marc Overmars of Marcel Brands – zoiets zeggen. Bron: www.decorrespondent.nl

    Als in het bedrijfsleven een manager wordt gezocht, ben je gek als je een schoolverlater zonder enige ervaring en alleen wat stage-ervaring aanstelt. Maar in de voetbalwereld is dit blijkbaar heel normaal…

    2. Huidige situatie voetbaltrainers in Nederland

    KNVB

    De KNVB heeft jarenlang voetballers die meer gepresenteerd hebben tijdens hun voetballoopbaan voorgetrokken bij de Cursus Betaald Voetbal. Zo was het bijvoorbeeld zo dat beginnende trainers met 40 interlands of meer een verkorte cursus mochten doen. Op die manier haalden Frank de Boer, Phillip Cocu, Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert en Michael Reiziger hun trainersdiploma. Dit druist echter tegen alle logica in, omdat juist deze beginnende trainers zonder ervaring nog het meeste te leren hebben.

    Sinds kort zijn de privileges van oud-internationals minder geworden, zo werd John Heitinga zelfs geweigerd  voor de cursus omdat de regels bijgesteld zijn. Een goede zaak dat de KNVB dit inziet.

    Een minpunt waar de KNVB nog niets aan deed is dat de cursus voor trainers uit het amateur- of jeugdvoetbal minder toegankelijk is, omdat het inschrijfgeld nogal hoog ligt voor een niet-exvoetbalprof (ca. € 20.000 in Engeland is de prijs van dezelfde cursus 8.250 euro) en er een beperkt aantal cursisten wordt toegelaten (12-16) en er vaak gekozen wordt voor ex-profs. De cursus wordt niet elk jaar gegeven om te voorkomen dat de markt wordt overspoeld met betaald voetbaltrainers. Saillant detail, in Engeland start twee keer per jaar een nieuwe cursus. De Engelse bond hanteert het standpunt dat de praktijk (resultaten) daarna uitwijst wie bij een club een goede coach is en wie niet.

    Clubs

    Als we naar de kenmerken van de trainers in de Eredivisie kijken, zien we een aantal opmerkelijke dingen:

    • Bijna alle trainers (16 van 18) hebben minimaal op het niveau middenmoot Eredivisie gespeeld

    In Duitsland hebben 8 trainers zelfs geen profvoetbal gespeeld en bewijzen o.a. Domenico Tedesco (Schalke 04) en Nagelsmann (Hoffenheim) dat ze enorme aanwinsten zijn voor het trainersgilde. In Belgie wordt hetzelfde gedaan door Franky Dury (Zulte Waregem) en Felice Mazzu (Charleroi, foto hieronder).

    Mazzu

    In Nederland wordt dus nog veel waarde gehecht aan een verleden als profvoetballer, die vaak nog op een hoog niveau gespeeld heeft.

    • Geen trainers van onder de 40 jaar oud, de jongste trainer is 41 jaar oud

    In Duitsland zijn er liefst 6 trainers onder de 40 jaar oud: Tedesco is 32, Nagelsmann zelf pas 30 jaar oud. Hier wordt dus minder naar leeftijd gekeken, wel naar visie en kwaliteit. Ze zijn vaak hoogopgeleid, welbespraakt, sociaal vaardig, breed geïnteresseerd en zonder noemenswaardige carrière als speler. Zoals de trainersopleider van de Duitse voetbalbond zegt: ‘Inmiddels is niet je status meer belangrijk, maar je inhoud.’

    Waar in Duitsland veel waarde aan wordt gehecht, is kennis en kunde, vergaard door jarenlang nieuwsgierig zijn, uitproberen, evalueren, verdiepen en jezelf verbeteren. Iets wat het beste lukt buiten het oog van camera’s en publiek. Bron: https://decorrespondent.nl/6682/het-nederlandse-voetbal-heeft-meer-trainers-nodig-die-nooit-gevoetbald-hebben/590075158530-a183905a

    3. Welke profclub-trainers presteren het beste?

    Het lijkt of clubs bij hun keuze voor een hoofdtrainer vooral hun onderbuikgevoel laten bepalen. Trainers die al jaren sterk presteren en meer uit hun spelersgroep halen worden genegeerd.

    Hoe kun je trainers het beste beoordelen op hun prestaties, of ze het maximale uit hun spelersgroep halen of zelfs meer, of onderpresteren met het aanwezige spelersmateriaal? Je zou de begroting naast de eindrangschikking van het seizoen kunnen leggen, maar de begroting geeft niet altijd het juiste beeld van de waarde van een selectie.

    Daarom is het het meest betrouwbaar om de waarde (transfermarkt.nl) van de selectie naast de rangschikking te leggen, en daar uit een + of – cijfer te halen. Trainers die vaak een positief cijfer halen, weten meer uit een selectie te halen, dan dat de selectie waard is.

    Voor trainers van clubs met de hoogste waardes is het bijna onmogelijk een groot +cijfer te halen, daarom worden er extra punten gegeven voor een kampioenschap, succesvolle play offs, bekerwinst of een Europese campagne. Zo is bijvoorbeeld  de Europese campagne van Ajax van vorig seizoen beoordeeld met +7.

    Onderstaand het overzicht van de 10 trainers die het beste presteerden over de laatste 4 seizoenen:

    Capture

    Opvallend bovenaan Wilfred van Leeuwen, nu werkzaam bij FC Eindhoven, maar vanwege verschillende inzichten met het bestuur van FC Eindhoven volgend seizoen werkzaam voor Rijnsburgse Boys. De laatste 3 seizoenen presteerde hij uitstekend bij VVSB in de competitie, maar vooral met een halve finale in het bekertoernooi in het seizoen 15/16. Vreemd dat hij voor komende seizoen niet op een hoger niveau een kans krijgt.

    Afbeeldingsresultaat voor wilfred van leeuwen

    Opvallend op een 2e plek op de lijst Wil Boessen, die het afgelopen half jaar uitstekend presteert met een bescheiden selectie bij FC Den Bosch en dit eerder al deed bij FC Oss. Jammer dat er weinig inschatting gemaakt kan worden over zijn 2 jaar in Thailand. In het eerste half jaar presteerde hij daar in ieder geval ook erg goed.

    Afbeeldingsresultaat voor wil boessen

    De jaren voorafgaand aan het overzicht presteerde hij ook geweldig bij Fortuna Sittard in de seizoenen 13/14 en 12/13 door respectievelijk 7 en 10 plekken hoger te eindigen dat de waarde van zijn selectie. Opmerkelijk dat zijn prestaties niet zo zijn ingeschat door een grotere club. Komende zomer is hij einde contract, zou een schande zijn als hij geen kans krijgt op een hoger niveau!

    Verder zeer opvallend dat 3 trainer is de top 10 geen betaald voetbal hebben gespeeld (Van Leeuwen, Elsen en Wels), toch raar dat op dit moment elke trainer in de Eredivisie wel uit het profvoetbal afkomstig is. Trainers zonder betaald voetbalachtergrond bewijzen dus wel degelijk het vak in de vingers te hebben.

    Voorts ook opvallend dat de nrs. 1 en 3 (Van Leeuwen en Steyn) een docentenachtengrond hebben, blijkbaar geeft dit tegenwoordig nog een groot voordeel voor het trainerschap, wat het verleden ook heeft bewezen, aangezien veel van de meest succesvolle Nederlandse trainers (Michels, Hiddink, Van Gaal, Beenhakker, De Haan en Adriaanse) dit ook hebben. Louis van Gaal gaf in dit interview aan hoeveel hij bij het trainerschap te danken had aan zijn achtergrond als docent: ‘Zo benader je leerlingen op een bepaalde manier vanuit een bepaalde filosofie en een bepaald karakter, en dat doe je bij voetballers precies hetzelfde. En zowel op school als in een voetbalteam heb je te maken met pikorde en verschillende culturen.’

    598bdd79-2d86-43f9-80d1-9cb29276412b

    Maurice Steyn, John Stegeman, Alfons Groenendijk en Erik Ten Hag presteren al een aantal seizoenen boven verwachting en verdienen een kans hogerop.

    Als we dan kijken hoe de zogenaamde grote namen het doen, valt de balans over het algemeen negatief uit:Top

    Opvallend ook dat 2 trainers die naar het buitenland gaan: Frank de Boer en Peter Bosz, volledig door de mand vallen en vasthouden aan hun eigen visie, terwijl flexibiliteit gewenst is. De ervaring om in afwijkende situaties een oplossing te hebben is een belangrijke eigenschap die blijkbaar ogenschijnlijk goede Nederlandse trainers niet beheersen. We zien dat John van ’t Schip een periode in het buitenland (waar hij overigens ondermaats presteerde) nodig had om het nu zo goed te doen met PEC Zwolle.

    4. Welke trainers uit het amateur- en jeugdvoetbal verdienen een kans?

    Ook bij de amateurs lopen veel ambitieuze trainers rond die niet op waarde worden geschat. Zo leveren dit seizoen in de Tweede Divisie Dick Schreuder (Katwijk), Danny Buijs (Kozakken Boys) en Niek Oosterlee sterke prestaties. Daarnaast halen Jeroen Rijsdijk (Excelsior Maassluis) en Pieter Mulders (Rijnsburgse Boys) veel uit relatief bescheiden selecties.

    Weinig van deze trainers krijgen kansen in het betaald voetbal, mede omdat zoals eerder vermeld het aantal plaatsen voor de cursus betaald voetbal beperkt is. Zo konden Danny Buijs (foto) en Dick Schreuder  niet deelnemen aan de cursus, wat slecht is voor de doorstroming van talentvolle en ambitieuze trainers richting het betaalde voetbal niet ten goede komt. Later werd besloten om Buijs alsnog toe te laten.

    downloadfile-1

    Verder zijn er ook op lagere amateurniveaus ontzettend veel ambitieuze, kundige en talentvolle trainers. Het is alleen de kunst ze de kans te geven zich te bewijzen en ze goed te scouten.

    Ook in het het jeugdvoetbal is veel trainerstalent, ze zijn immers gewend om zo goed mogelijk het aanwezige talent te benutten en verder te ontwikkelen. Het is zaak voor Nederlandse profclubs om deze trainers de kans te geven als de ambitie aanwezig is. Trainers die niet uit het profvoetbal komen, hebben vaak al een weg afgelegd waarbij ze kennis en kunde opgedaan hebben en boven zijn komen drijven zonder dat ze een grote voetbalnaam hebben.

    Zo is bijvoorbeeld Ajax een talentvolle trainer in de opleiding: Frank Peereboom , die jarenlang ervaring heeft in de jeugd van Ajax en FC Volendam en een docentenachtengrond heeft. Bij PSV zijn ontzettend veel oud-profs als jeugdtrainer actief. Bij de onder 13 is Tim Wolf een selfmade trainer met op 29-jarige leeftijd al veel ervaring in de jeugdopleiding van PSV en een CIOS-achtergrond, wat hem een interessante trainer voor de toekomst maakt.

    Bij Feyenoord heeft Melvin Boel een vergelijkbaar profiel, en bij AZ Alkmaar Robert Franssen, zeer veelbelovende trainers. Wat verder opvalt is dat bij de jeugd van topclubs bijzonder weinig trainers zonder profverleden rondlopen, dus ook daar weinig wordt gekeken naar talentvolle trainers zonder profverleden.

    5. Conclusie en aanbevelingen

    KNVB

    Het systeem dat de KNVB hanteert is oneerlijk en zorgt ervoor dat voetballers met een rijke carrière worden voorgetrokken, terwijl juist deze beginnende trainers zouden moeten bewijzen dat ze capabel zijn om trainer te worden. Het was dan ook geen verrassing dat Phillip Cocu in zijn eerste seizoen hulp zocht bij Guus Hiddink en Giovanni van Bronckhorst hetzelfde overkwam en Dick Advocaat als hulp inschakelde.

    De KNVB heeft dit onderkend en heeft de regels aangepast in het nadeel van voetballers met een rijke voetbalverleden. Jammer alleen dat maar 12 tot 16 trainers worden toegelaten, de KNVB zou toch moeten streven naar zoveel mogelijk gediplomeerde trainers. Daarom zou, volgens het Britse systeem, de proftrainerscursus toegankelijker moeten zijn zodat uiteindelijk de beste trainers boven komen drijven. De KNVB heeft een goede stap gezet door de cursus toegankelijker te maken voor trainers afkomstig uit het amateur- en jeugdvoetbal, nu wordt het tijd om het inschrijfgeld te reduceren en meer trainers toe te laten.

    Clubs

    Het trainersvak is een ervaringsvak waarbij er veel eigenschappen gevraagd worden die als voetballer helemaal niet belangrijk zijn. PSV (Cocu), Ajax (De Boer) en Feyenoord (Van Bronckhorst) gaven (bijna) onervaren trainers de kans hun carrière op te starten. Grappig dat Cocu regelmatig aangeeft m.b.t. talenten dat het bij PSV geen speeltuin is, zelf heeft hij in diezelfde speeltuin ervaring op heeft mogen doen als hoofdtrainer…

    Clubs geven momenteel teveel kansen aan trainers met een rijke voetbalachtergrond en durven niet te kiezen voor ‘kleinere namen’ die al bewezen hebben als jeugd- of amateurtrainers potentie te hebben. Dit is conservatief en onverstandig. Scout trainers op hun ambitie, ervaring en prestaties, niet op trainers die op basis van hun voetbalverleden recht te hebben op een plek als hoofdtrainer.

    BRON:

    Krijgen de juiste voetbaltrainers kansen in Nederland?

    Leave a comment

    Required fields are marked *