Kan racisme tegen een stootje?

 

Column Fons Racisme
 
Door Fons van den Brande

In mijn jongste jaren woonde ik op de Karel Doormanlaan in Rijswijk. Een buurt met veel Indonesische gezinnen. Onze directe buren waren van Indonesische afkomst en ik had een schare Indonesiche vriendjes en vriendinnetjes zoals Eddy, Rehu, Nanda, Eline, Ricky en Max.

Ooit vroeg ik aan mijn moeder of er weleens wat was voorgevallen in de zin van racisme over en weer?
Nooit, zei zij. Zij wist mij te vertellen dat er eten werd uitgewisseld, de vaders gezamelijk brommers repareerden, samen achter het huis aan het vissen waren en wij als hun kindjes lachten, huilden, scholden, speelden en op elkaars verjaardagen kwamen.
Je gebruikte bij ruzie weleens het woord ‘pinda’…tja…en ik stotterde nogal heftig. Dat was dan mijn deel waar ‘zij’ mij mee pestte. 
Echter, kinderen in hun jeugdjaren kunnen veel hebben.
 
De jaren verstreken en wij verhuisden naar Nijmegen. Ook hier had ik Molukse en Indonesische vrienden. We deelden lol en liefdesleed, veelal in disco’s. Die gasten waren zeer populair bij de meiden. Tot leed van de ‘blanken’.
We kietelden hun door te zeggen dat ze lekker konden dansen, goed in de kleding zaten en veel in de broek hadden zitten. Ook kietelden wij hun door te zeggen dat als het donker was, je ze niet kon zien. Ze lachten keihard mee. En als ik die grap dan maakte zeiden zij dat ze alvast doorliepen want hadden geen uren de tijd ivm mijn stotteren voor die grap hadden. Maar ook hier, we konden tegen een stootje.
 
Toen ging ik in militaire dienst. Ik werd door omstandigheden groepscommandant. In ons peloton zaten meerdere Surinaamse jongens. Geweldige mannen. Beetje op zichzelf. Maar we hebben als geheel een fantastische periode beleefd in voor en tegenspoed. Dit bleek onlangs bij een reunie. Commando-opleidng gehad en héél veel oefeningen in binnen en buitenland moeten doorstaan. Sporttrainingen van het zwaarste kaliber ondervonden en samen scherpschuttersopleidingen genoten. Samen uit, samen thuis was het motto. Huilen en lachen lagen toen heel dicht bijelkaar. En ik herinner mij geen één incident wat rook naar racisme. Inmiddels zat ik behoorlijk onder de acné door de broodjes frikandel met mayonaise die standaard bij je uitrusting behoorden. Dat was dan weer mijn deel waar ik mee werd geplaagd. De mooie jongen met make up… Al met al, wij konden allemaal tegen een stootje.
 
Na mijn diensttijd heb ik een periode samengeleefd met een Moluks meisje. Ik woonde ook middenin de Molukse samenleving. Straten vol met gezinnen waarvan de ouders allemaal geboren waren op een van de meer dan duizend eilanden. Ik kijk ondanks alles met genoegen op die periode terug. Het heeft mijn leven namelijk verrijkt. Al vroeg kreeg ik in de gaten hoe trouw en loyaal deze bevolkingsgroep aan de Nederlandse staat was. Terwijl juist zij alle recht van spreken hebben om zich tegen onrecht te verzetten. Immers, de staat heeft met een pennenstreek al haar beloften tegen deze trouwe KNIL-strijders voor God en vaderland verloochend. 
De jaren vorderden en er gingen steeds vaker Molukse jongeren trouwen met ‘blanken’ en andersom.
Het woord ‘blauwe’ was een scheldwoord wat je af en toe en bij tij en ontij gebruikte tegen hen maar andersom gebruikten zij “orang Belanda bodoh” tegen ons, ‘stomme witte Hollander’. Zij en wij haalden de schouders daarover op. Immers, wij bleven toendertijd nog steeds tegen een stootje kunnen.
 
Na deze periode in mijn leven zat ik tot over mijn nek beroepsmatig in de voetbalwereld. Nu al weer 35 jaar. Een wereld waar wit en zwart, bruin en blank, west Europees en Noord Afrikaans, glimmend en bruin van de zon én zwetend tegen dezelfde bal aan trappen. Ik ging als assistentrainer bij Vitesse werken en Roberto Straal, Hans van Aarum, Ricky Hilgers, Bart Latuheru en Marlon Keizer waren onze gekleurde strijdmakkers die niet in de zon hoefden. Ik heb inmiddels een fortuin gespendeerd om ook zo bruin te zien. Wat ik mij van die tijd kan herinneren is dat er never nooit niet iets is voorgevallen van racisme, onenigheid, schelden of uitsluiten. Sterker nog, Bart Latuheru was wel de coolste gast van de selectie! Had jij maar dát wat hij had. Zijn looks, zijn balvaardigheden en zijn vriendin….WOW.
Vanaf de tribune is er mij nog nooit iets te oren gekomen wat destijds niet door de beugel kon. En zo ja, zij konden tegen een stootje.
 
In de jaren ’90 had je het Nederlands elftal dat een reclame voor onze gekleurde samenleving was.
Gullit, Vanenburg, Rijkaard, Davids, Seedorf, Reiziger, Menzo, Kluivert en Winter kleurden Nederland met trots als multi-culturele samenleving. Zij zongen het volkslied en voetbalden voor onze Nationale eer!! Als zij in de line-up stonden in een Oranje geblokt shirt en het Wilhelmus werd gespeeld had Nederland kippenvel.
Tot het moment dat er een verhaal over een ‘kabel’ (een Surinaams verbond) naar buiten kwam. Er zouden zich twee groepen zijn gaan vormen. Een witte en een gekleurde. Dat was toen hét nieuws van de dag. De gekleurde spelers zaten namelijk aan één tafel te eten en de de witte spelers aan een andere tafel. Nederland was in rep en roer. Een rassenrel was geboren. 
Jaren later bleek het een broodje aap te zijn. De gekleurde jongens aten die avond Surinaams en de witte spelers aten Hollandse pot. De journalist had na zijn constatering zijn eigen interpretatie eraan gegeven, zoals vaker journalisten doen. De eerste multi-culturele soap was daar. Met dank aan de pers. De gekleurde jongens hebben de ‘kabel” altijd ontkend. Want de multiculturele samenleving van toen kon nog tegen een stootje.
 
Door de dagelijkse berichtgeving over het woord zwart, Excelsior, negerzoenen, Zwarte Piet, black friday, gekleurde speelpoppen, MeToo en welke gekkigheid er niet meer is, denken ik wekelijks aan een intervieuw met Henk Fraser in de Voetbal International van jaren geleden.
Lees;
Ook praat de oefenmeester over zijn tijd als speler van FC Utrecht, waar hij voor het eerst te maken kreeg met mensen die hem uit de tent wilden lokken. ‘In mijn laatste wedstrijd daar speelden we tegen Roda JC, de club waar ik naartoe zou gaan. Gène Hanssen was mijn directe tegenstander. Hij had het continu over apen en bomen. Een half jaar later, toen ik bij Roda JC sámen met Hanssen speelde, werd mijn dochtertje midden in de nacht geboren. De volgende dag ging ik na de training terug naar het ziekenhuis, naar die kleine. Maar toen ik in het ziekenhuis kwam, zaten er al twee mensen. Onze keeper Jan Nederburgh en… Hanssen. Hij zat bij mijn vrouw aan bed, nog voordat ik mijn eigen kind had leren kennen.’ Volgens Fraser moeten de opmerkingen van Hanssen dan ook niet verward worden met racisme. ‘Tegenwoordig is iedereen heel snel op zijn teentjes getrapt als je iets zegt over huidskleur, geloof, cultuur, leeftijd, geaardheid. Bij Feyenoord speelden we partijtjes tien-tegen-tien: de donkere jongens tegen de blanke jongens. Dat kon toen nog, niemand die dat raar vond. En zoals ik tegen John van Loen iets zei over zijn rode haar, zeiden anderen iets over mijn huidskleur. Ik praat het niet goed, maar je moet wel iets kunnen hebben. Niet zo lichtgeraakt zijn, in alle opzichten. Dat mis ik soms wel bij de huidige generatie. De jongste spelers hebben nu de grootste bek.’
 
Dit intervieuw met Henk Fraser vertaalt op fantastische wijze de kern van datgene wat er nu mis is. Men is tegenwoordig zo snel beledigd en legt veel te veel zout op zaken die er zeker zijn. Laat dit duidelijk zijn.
Maar vergeet niet dat de media iedere dag sensatie moet scoren. Of beleidsmakers die vanuit hun beroep weer wat roepen, immers, zij leven van de subsidiekraan. 
Of activisten die denken minder bedeeld te zijn en maar roepen geen gelijke kansen te hebben terwijl ze toch echt dezelfde leerkracht en trainer hadden dan alle andere met wie zij de samenleving delen.
Kortom, we mixen feiten met emotie waarbij ontkennen en benadrukken steeds heftiger wordt. 
Maar als ik naar Opsporing Verzocht kijk zie ik toch echt dat de licht gekleurde mede-mens over-vertegenwoordigd is. Statistisch bewezen. Discrimineer ik nu?
Maar als ik ook zeg dat 95% van onze multiculturele samenleving gezamelijk goed deugen en niet op Opsporing Verzocht in beeld is? Discrimineer ik nu nog? Denk daar is over na. Eerst de nuance voor dat je reageert. 

Ik ben dan ook van mening dat de meeste inwoners van dit land deugen. Maar als ik het allemaal moet geloven wat er over ons ‘witten’ wordt gezegd, geschreven en geroepen dan zijn wij bij enkele groepen wel een heel vreselijk ras.
Ik woon om de hoek van de Zoutmanlaan, de Ruijterlaan en de Piet Heinstraat. Dat verwoordt mede de geschiedenis van mijn en ons land. En niemand die daar nog iets in kan veranderen. Al zou ik het willen. En een schuldgevoel over die periode heb ik niet. Lekker puh…
Een tijdsgeest is immers onomkeerbaar.
Is er dan helemaal niets aan de hand? Ja, best wel. Er zijn achterlijke mongolen die te stom zijn om naar behoren naar een voetbalwedstrijd te kijken. Moet je die eencellige aanpaken? Tuurlijk. Het is van alle dag en is nooit anders geweest. In iedere uithoek van de aardbol is een wij en een zij. Een Catalaan tegen een Madrilees. Een Zuid Italiaan tegen een Noord-Italiaan. Een Vlaming tegen een iemand uit Wallonie. Een Moslim tegen een Christen in Nigeria en een Chinees tegen een Thai. Vraag het anders maar aan de Joden. Hoe die al eeuwen worden gepest, gediscrimineerd en worden beschuldigd van alles en nog wat. Gaan we tegen die hufters die hen dit aan doen ook zo te keer? Nee, want dit is niet politiek correct.
 
Nederland was een van de eerste multiculturele landen van Europa. Had de eerste multiculturele keuken en had mondiaal het meest opzienbarende multiculturele Nationale voetbalteam.
Het lijkt wel verleden tijd?
Ik zeg, 98% van de Nederlandse samenleving ziet geen verschil tussen een gekleurde bewoner en een blanke bewoner. En zo ja, wat dan nog. Ik ben een witte. Stotter nog steeds en heb af en toe nog steeds last van puistjes. Moet ik mij daar druk om maken? Ja, want ik ben liever bruin…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *