In (top-)voetbal liggen vrouwen bijna 100 jaar achter

Sjoerd Mossou 15-06-19, in het AD

COLUMN

Sjoerd Mossou is het niet eens met collega Angela de Jong die schreef dat mannen bang zijn voor de opmars van vrouwenvoetbal. ,,De meest hilarische lariekoek die ik ooit over vrouwenvoetbal las.‘’Ik kan werkelijk niet één man bedenken die zich, zelfs maar in de verste verte, bedreigd of geïmponeerd voelt door de opmars van vrouwen­voet­bal.

Tot voor kort had ze nog geen vleugje interesse getoond, maar dinsdag rende mijn dochter (4) opeens achter een bal aan.

Op weergaloze, briljante, onovertroffen wijze schoot ze de bal in het doel. Daarna juichte ons geboren supertalent als een dolle, ongeveer zoals Jill Roord dat een uurtje eerder deed. Het zal geen toeval zijn: we hadden samen naar Nederland tegen Nieuw-Zeeland zitten kijken (strategisch afgewisseld met Casper en Emma op de iPad). Dat is wat het vrouwenvoetbal doet, blijkbaar. Het inspireert. Meisjes die voetballen, doet meisjes voetballen.

Dat is niks nieuws natuurlijk. Voetballende meiden zijn al vrij lang vanzelfsprekend. Mijn zoon (11) speelt wekelijks met of tegen meisjes, niet zelden zeer talentvol. Voetbalkantines zijn er enorm van opgefleurd bovendien: in mijn jeugdjaren was ieder voetbalfeest een hengstenbal, tegenwoordig hangt er lente in de lucht. Die nieuwe reclame van Nike, met dat meisje aan de hand van haar heldinnen? Hartverwarmend.

Gisteren las ik in deze krant dat mannen ‘bang’ zijn voor de opmars van vrouwenvoetbal, omdat het hun eigen mannelijke machowereldje aantast en bedreigt. Of zoiets. Nou vind ik collega Angela de Jong hartstikke leuk en aardig, maar het is de meest hilarische lariekoek die ik ooit over vrouwenvoetbal las. Ik kan werkelijk niet één man bedenken die zich, zelfs maar in de verste verte, bedreigd of geïmponeerd voelt door de opmars van vrouwenvoetbal. Integendeel, sinds de doorbraak van Jackie Groenen is het levensgeluk van iedere Nederlandse heteroman juist significant gegroeid.

Iedereen ziet dat de top van het vrouwenvoetbal zich de laatste jaren fantastisch heeft ontwikkeld. Speelsters zoals Groenen, Vivianne Miedema en Lieke Martens hebben ongeveer net zoveel trainingsuren gemaakt als jongens van hun leeftijd. Ze kunnen écht voetballen. Maar een ander verhaal is het niveau in iets bredere zin, van de teams en speelsters onder de wereldtop. Wedstrijden zoals China tegen Zuid-Afrika zijn domweg niet om aan te zien. Een soort kelderklassevoetbal op zondagochtend is het. In slowmotion.

Dat de kijkcijfers goed zijn, zegt uiteraard niets, want voetbal is in Nederlandse huiskamers als behang. Iedereen die ook maar enigszins aandachtig kijkt, herkent de speltechnische armoe.

Daar is niets badinerend of behoudzuchtig aan. Vrijwel iedere Nederlander is opgegroeid met mannenvoetbal op televisie. Die geoefende voetbalkijker is gewend geraakt aan een zeker basisniveau. Logisch, mannenvoetbal is al sinds eind negentiende eeuw in ontwikkeling, vrouwenvoetbal wordt pas sinds een jaar of twintig serieus beoefend. In sporten zoals hockey of tennis trekken vrouwen en mannen al decennialang vrijwel synchroon op, in het (top-)voetbal liggen de vrouwen bijna 100 jaar achter. Probeer anno 2019 maar eens een mannenwedstrijd uit de jaren 20 te kijken: óók niet om aan te zien.

Count your blessings, zou ik zeggen. Vrouwenvoetbal is razend populair, het wordt steeds serieuzer genomen, en daarmee steeds serieuzer beoordeeld. Die hype van nu is leuk en aardig, slim opgepompt door marketeers en media.

Maar hoe eerlijker de kritiek, des te oprechter de liefde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *