‘Frank Snoeks probeerde uit alle macht Duitserhaat nieuw leven in te blazen’

Waarom, waarom, waarom is het niet mogelijk een voetbalwedstrijd op de televisie te kijken zonder dat een commentator steeds hardop de naam zegt van de voetballer die in balbezit komt? Laat ik hier gewoon eens zeggen wat mijn oma altijd zei: ‘Ze kunnen een man op de maan zetten, maar ze kunnen het geluid van de commentator niet uitzetten.’

Mijn oma gebruikte die wijsheid vaker. Zij keek naar een bord boerenkool en zei: ‘Ze kunnen een man op de maan zetten, maar nog steeds geen fatsoenlijke jus maken.’ Net als commentator Frank Snoeks hing het hele leven van mijn oma aan elkaar van rotsvaste zinnetjes. Kleine wijsheden die al eeuwenlang van generatie op generatie levend worden gehouden. De vis wordt duur betaald. Niet bij de pakken neerzitten. Vertrouw nooit een Duitser.

Die laatste hangt boven het bed van Frank Snoeks. Zijn commentaar vrijdagavond tijdens het kwalificatieduel Duitsland-Nederland was doordrenkt met doodeng oorlogssentiment. Ik heb tijdens de wedstrijd zelfs een nanoseconde verlangd naar Sierd de Vos. Die is tenminste, midden in zijn onuitstaanbaarheid, wel duidelijk. Sierd zou het gewoon hebben gezegd: ‘Zo zeg, deze Obersturmbannführer die kopft zo te zien gewoon nog met zijn helm op.’

Frank Snoeks deed het anders. Hij bleef vrijdag op slinkse wijze verwijzen naar een oorlog die tachtig jaar geleden begon. We hebben eigenlijk ook maar één oorlog. In andere landen kunnen ze kiezen. Als je in Afrika woont, wordt binnen twintig jaar drie keer een hele bevolkingsgroep weggevaagd. Wij leuteren al bijna een eeuw over ‘De Duitsers’, net zoals ze in Indonesië al eeuwen gruwelijke verhalen vertellen over ‘De Nederlanders’.

Ik dacht dat het een soort folklore was geworden, lullig doen over de Duitsers en ze weg blijven zetten als oorlogshitsers, maar Frank Snoeks probeerde vrijdag uit alle macht Duitserhaat nieuw leven in te blazen. Zo heb ik het commentaar van Frank afgelopen vrijdag beleefd, als de luie, veel te makkelijke revival van de in haat gedrenkte agressie richting Duitsers.

Frank had het na een verkeerde pass over ‘een brug te ver’ en bleef na de doelpunten van het Nederlands team verwijzen naar ‘het bekende gedicht van Jules Deelder’. Vreemd genoeg legde Snoeks niet uit over welk gedicht hij het had. Heel vreemd eigenlijk, want verder legt Frank Snoeks zo ongeveer alles uit en dan ook nog eens altijd op dezelfde manier.

Ik dacht dat het een soort folklore was geworden, lullig doen over de Duitsers

Wanneer iemand een tevergeefse poging doet een bal met uitgestrekt been het doel in te werken, dan kun je bijna wachten op de vaste Snoeks-zin: ‘Oeeehh, als hij een schoenmaat groter zou hebben gehad, stonden we nu voor.’ Hele wedstrijden lult Snoeks aan elkaar met thuis bedachte lollige verhalen, wetenswaardigheden, grappige observaties etcetera, maar het gedicht van Deelder las hij niet voor. Hij verwees er alleen naar. Steeds maar weer.

Daarom, voor de mensen die het gedicht niet kennen, hier is het:

Nationaal gedicht
(21-06-’88)

Oooooooo!
Hoe vergeefs
des doelmans hand

zich strekte
naar de bal
die één minuut

voor tijd
de Duitse doellijn kruiste

Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf

Dat is wat Frank ons de hele wedstrijd duidelijk wilde maken, alleen durfde hij het zelf niet hardop te zeggen: in 1988 wonnen we van de Duitsers tijdens het EK. Ik was toen 28 jaar oud en voelde wekenlang in alle hevigheid de Nationale Frustratie uit 1974. De Duitsers hadden ons in 1974 bestolen. Rinus Michels had gelijk. Voetbal was oorlog. Zelf heb ik nauwelijks herinneringen aan de verloren finale in 1974. We keken de wedstrijd op een camping in Callantsoog. Om ons heen wemelde het van de nederige Duitsers. Ook zij keken op kleine televisies vlak voor hun tent, maar ik kan me niet herinneren dat er werd gejuicht.

Na de verloren finale veranderde er weinig. Het mooiste meisje van de camping kwam uit München. Het maakte ons, veertienjarige jongens, heel weinig uit dat ze tegen ons hadden gevochten bij de Grebbeberg. Ik herinner mij alleen teleurstelling, geen haat.

In 1988 was dat anders. Ik keek de wedstrijd tegen Duitsland bij mijn oom Wim. Ook hij hield van voetbal en had niks met landsgrenzen. Toch sprongen we op uit onze stoel toen Marco van Basten de bal na een briljante pass van Jan Wouters in het doel gleed. Mooi doelpunt. Leuk, Nederland ging de finale spelen.

Pas na de wedstrijd zagen wij hoe diep het zat. Vreemd genoeg kwam dat door de huidige bondscoach Ronald Koeman. Hij vierde provocerend de overwinning. Vlak voor de tribune veegde hij zijn kont af met een Duits voetbalshirt. Koeman lachte. Na de wedstrijd zagen oom Wim en ik hoe Hans van Breukelen – nu in te huren als positiviteitsmotivator – een geblesseerde Duitser, Lothar Matthäus, helemaal verrot schold. Hij spuwde zijn zinnen naar het hoofd van zijn collega.

Afgelopen vrijdag was alles anders. Er zaten gezinnen op de tribune. Ik zag veel Nederlandse vaders met hun zoon en dochter gezellig tussen de Duitse supporters zitten. Er werd gejuicht midden in een vak vol Duitsers en er gebeurde niets. Precies op dat moment verwees Snoeks nog eens naar het gedicht van Jules Deelder en probeerde hij weer oorlog te maken van ongewenste verbroedering. Waarom weet ik niet. Ik vermoed om grappig te doen. Iemand moet Snoeks vertellen dat we inmiddels in een volgende eeuw leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *