Foppe de Haan: Als we het trainersvak niet anders gaan benaderen, halen we Duitsland en Spanje nooit meer in

Het gaat niet goed met het Nederlandse voetbal. De Volkskrant zoekt tot het WK voetbal naar een weg uit de misère in een wekelijkse serie. Deze week: de problematische voorkeur voor oud-profs als trainer. 

De KNVB heeft haar deuren geopend voor trainers die nooit op professioneel niveau gevoetbald hebben. Met een vernieuwde cursus Coach Betaald Voetbal wil de voetbalbond een ander soort coach voortbrengen: een met een heldere eigen visie en persoonlijkheid. Dit doet de KNVB door meer te luisteren naar de wensen van de deelnemers en de cursus op maat te maken. Waar heeft een trainer behoefte aan? ‘Dat is voor iedereen anders’, zegt Foppe de Haan, voormalig trainer van Heerenveen en Jong Oranje. ‘Het is goed dat ze daar rekening mee houden.’

Om toegelaten te worden tot de cursus is een carrière als profvoetballer niet langer een grote pre. Opleidingen buiten het voetbal en praktijkervaring als trainer in het amateurvoetbal tellen nu net zo zwaar mee. Vorig jaar ging de eerste vernieuwde cursus van start, met dertien deelnemers. Het was een mengeling van oud-profs – zoals Kees van Wonderen en Arne Slot – en trainers zonder noemenswaardige spelerscarrière. Het afvallen van oud-international John Heitinga (87 interlands) was tekenend voor de koerswijziging.

Het probleem:

In Nederland krijgen oud-profs te vaak de voorkeur als trainer.

De oplossing: 

Naar Duits voorbeeld moet het trainersvak anders worden benaderd.

De KNVB volgt het voorbeeld van de Duitse bond, de DFB, waar ze jaren geleden al inzetten op het opleiden van vernieuwende trainers. Ze beoordelen op inhoud, niet op status. Dit seizoen had eenderde van de Bundesligateams een trainer aan het roer staan zonder profclub op het cv. Ter vergelijking: in Nederland hadden alle achttien eredivisieclubs een coach met spelerservaring op het hoogste niveau.

Belangrijkste exponenten van de vernieuwde Duitse werkwijze zijn Domenico Tedesco (vicekampioen met Schalke 04) en Julian Nagelsmann (derde met Hoffenheim). Ook Thomas Tuchel, vanaf volgend seizoen hoofdtrainer bij Paris Saint-Germain, is een bekend voorbeeld van de zogenoemde laptoptrainers.

‘Ander soort trainer’

‘Ze hebben in Duitsland een heel ander soort trainer voortgebracht’, zegt De Haan, die zelf ook nooit op profniveau speelde, maar wel een succesvolle carrière als coach kende. Hij leidde Heerenveen naar de Champions League, werd met Jong Oranje tweemaal Europees kampioen en was vorig jaar assistent van Sarina Wiegman bij het vrouwenelftal dat in eigen land de Europese titel veroverde. ‘In Duitsland brengen ze oud-profs samen met trainers die een geheel andere weg hebben bewandeld. De wederzijdse beïnvloeding vinden ze heel belangrijk.’

Door ze te laten discussiëren komen ze tot nieuwe inzichten, omdat beiden beschikken over andere eigenschappen die belangrijk zijn in het trainersvak. Een voormalig voetballer is bijvoorbeeld tactisch vaak sterker, terwijl een ander pedagogisch beter is. ‘Laat ze samen filosoferen’, zegt De Haan. ‘Dan kunnen ze van elkaar leren. Wat kan hij goed, waar ik minder goed in ben? En hoe doet hij dat dan?’

De Duitse laptoptrainers zijn met name sterk in het analyseren van het spel. Met behulp van data en statistieken ontdekken zij de sterke en zwakke punten van een tegenstander. ‘Maar vervolgens moet je dat wel nog terugbrengen naar een spelersgroep. Data zijn slechts een hulpmiddel. Goede trainers en voetballers helpen ons echt vooruit.’

Voor jonge, ambitieuze trainers zonder verleden als profvoetballer is het moeilijker om hogerop te komen. Zij moeten zich bij de amateurs zien te onderscheiden. Alleen de beste komen bovendrijven. Maar de stap naar het betaalde voetbal blijkt vaak lastig. Ze ervaren meer weerstand en het is hopen op een club die het aandurft ze aan te stellen.

‘Ik had destijds het geluk dat Riemer (van der Velde, oud-voorzitter van Heerenveen, red.) in mij geloofde. Maar je ziet dat clubs eerder geneigd zijn voor een oud-prof te kiezen, dat is een veilige keuze. Zij hebben gewoon een voorsprong, met name in de beeldvorming richting de spelersgroep en de buitenwereld. Maar uiteindelijk worden ze ook beoordeeld op de resultaten, net als iedere andere trainer.’

Zelfkennis

Bij de cursus zag De Haan diverse oud-profs binnenlopen ‘met een houding van: ik weet alles al’. Zij zaten er alleen om hun papiertje op te halen. Een leergierige houding ontbrak bij de meesten. Terwijl een trainer juist moet studeren, meent De Haan.

‘Er komt ontzettend veel kijken bij het trainersvak, dat onderschatten veel jongens. Ik heb Co Adriaanse en Louis van Gaal op de cursus meegemaakt. Zij wilden echt beter worden. Die kwamen na afloop van een les naar je toe en vroegen je het hemd van het lijf. Die instelling mis ik bij veel trainers.’

Een belangrijke oorzaak was de opzet van de opleiding. Elke cursist volgde hetzelfde programma, waarin tactiek de overhand had. Aspecten als communicatie en begeleiding van een groep kregen minder aandacht. ‘Goede communicatie is zo ontzettend belangrijk. Daarin gaat het vaak mis: de trainer wil iets, maar kan het niet goed overbrengen op de spelers. Je moet duidelijk en eerlijk zijn. Maar soms ook meelevend en meevoelend. Dat is niet altijd gemakkelijk.’

Eigen visie

Ook het ontwikkelen van een eigen visie bleef onderbelicht bij de opleiding, terwijl dat een essentieel onderdeel is. Het gevolg was te veel trainers die hetzelfde dachten. ‘Wie ben je? Wat kun je? Waar sta je voor? Simpele, maar belangrijke vragen’, zegt De Haan. ‘Ik heb jongens meegemaakt die trainer willen worden, maar zichzelf niet eens kennen. Hoe kun je dan iets goed overbrengen op een groep? Je moet eerst voor jezelf bepalen waar je voor staat. Jongens die al langer voor een groep staan, zijn hier vaak verder in.’

In de vernieuwde cursus besteedt de KNVB hier meer aandacht aan. De bond wil trainers opleiden met een eigen persoonlijkheid en duidelijke denkwijze, en die mag best afwijkend zijn. Graag zelfs, want alleen met nieuwe ideeën kan Nederland de achterstand op landen als Duitsland en Spanje mogelijk verkleinen. Het rapport ‘Winnaars van morgen’ uit 2016, waarin de nieuwe cursus vorm kreeg, was daarvan een eerste aanzet. ‘Maar we hebben nog te weinig gedaan om de boel echt op zijn kop te zetten. We moeten slimmer zijn. Het net iets anders doen, beter. Als je hetzelfde doet als een ander, dan haal je hem nooit in’, zegt De Haan.

Hoe? Daar heeft De Haan ook geen pasklaar antwoord op, maar een voorzet durft hij wel te geven. ‘Het algemene en oppervlakkige in de opleiding moet verdwijnen. Je moet de diepte in met die jongens. Ingaan op de details. Alleen dan kun je trainers echt beter maken.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *