‘De houding van Jan de Jong is dodelijk voor een bestuurder’

Door Nico Dijkshoorn in de VI

Ik heb er lang tegen gevochten, maar het kan niet anders: ik moet hier een mening hebben over De Kuip. Komt die mening: geinig stadion, laat maar staan. Dat is het. Niet meer en niet minder. Geinig stadion, met allemaal ingangen. Je kunt erop aflopen en als je binnen bent, zit je op een stoeltje of je staat halfnaakt met een tattoo op je voorhoofd, dat maakt verder allemaal niet zoveel uit. Na de wedstrijd zit je anderhalf uur in je auto en heb je 23 meter gereden. Je kijkt in de achteruitkijkspiegel. Ja, hoor, hij staat er nog, De Kuip.

Zo kijken neutrale voetbalkijkers naar De Kuip. Thuishaven van Feyenoord. Best een klein stadion voor een grote club. Lelijke spelerstunnel. Als ze iets belangrijks winnen, dan schudt het. Daar zijn ze bij Feyenoord heel trots op, dat hun stadion schudt. Ze zijn ook heel trots op hun gras. Beste gras van Nederland. Heel groen en mooi verzorgd.

Als je op die manier over De Kuip spreekt, dan moet je niet in Rotterdam gaan wonen. Voor Rotterdammers is De Kuip een baarmoeder. De spelerstunnel is het geboortekanaal. In De Kuip zijn vaders, opa’s, oma’s, aangetrouwde familie, kinderen en kleinkinderen gelukkig geweest, ongelukkig geweest, hebben ze gehuild en gelachen, hebben ze met allebei hun handen naar een goede vriend aan de overkant van het stadion gezwaaid.

Vooral dat laatste. Jeugdige lezers, laat mij even vertellen hoe dat vroeger ging. We zaten in het stadion en tuurden naar de tribune aan de andere kant van het veld. We zochten iemand met een verband om zijn hoofd. Dat was Ome Bennie, die voor de derde keer in één maand per ongeluk in een vechtpartij terecht was gekomen. Het is nauwelijks voor te stellen, maar alle bezoekers van een stadion hadden toen nog gewoon een jas aan, met een trui eronder. Niemand droeg een clubshirt.

Als we Ome Bennie zagen staan, een klein stipje met wit verband om het hoofd, stonden we op en begonnen we te zwaaien, net zo lang totdat hij ons ook zag. Daarna zwaaide hij terug. Dat is heel anders dan nu. Je pakt je telefoon, je vraagt waar Ome Bennie staat, je vraagt of hij een selfie wil maken en daarna fotografeer je jezelf.

Ik denk dat de hele discussie over de nieuwe Kuip door deze twee groepen wordt gevoerd. De oude garde – vrouwen die hun dochter Willem of Rinus hebben genoemd en mannen die weemoedig denken aan de tijd dat je twee merken bier had, in plaats van bieren met namen als Meukels Bokfeest of Schraapkroes Witbier – en de nieuwe garde die droomt van een stadion met heel veel spiegels in het toilet en een sushibar vlak onder het veld.

Het is emotie en verzuipen in nostalgie, recht tegenover voetbalwedstrijden snacken tussen een weekendje xtc-pillen door. Het stadion als een plek waar je ouders elkaars handen warm hielden tegenover het stadion waarin Beyoncé haar nieuwste plaat achterstevoren uitvoert, met haar kont naar het publiek.

De ridicule impasse rond het stadion van Feyenoord kan in één dag worden opgelost

Ik wil niet kiezen. Voor beide standpunten is iets te zeggen. Ik hóéf ook niet te kiezen. Ik gun iedere dromer, iedere romanticus zijn oude vertrouwde stadion en ik gun iedere hipster zijn stadion met uitzicht op een vijver. Ik hóéf ook niet te kiezen, want ik hou van voetbal. Het maakt mij niet uit in welk stadion dat wordt gespeeld. Ik heb in Madrid en Barcelona op de tribune gezeten en het deed me niets. Ik heb weinig met gebouwen, ik heb wél iets met de mensen die erdoorheen bewegen.

Algemeen directeur Jan de Jong moet wél kiezen en dat deed hij afgelopen zondag in Studio Voetbal nadrukkelijk niet. Jan de Jong wil iedereen te vriend houden. Hij begrijpt iedereen. Hij begrijpt zijn technisch manager, zijn spelers, zijn coach, hij begrijpt dat Dirk Kuijt nog even wil wachten, hij begrijpt dat Robin van Persie wil stoppen en hij begrijpt de sentimenten rond De Kuip. Juist deze houding is dodelijk voor een bestuurder.

Jan de Jong wil de vriend van iedereen zijn. Hij droomt van meer geld, van een groter stadion en van grotere spelers, maar tegelijkertijd vreest hij de leegloop in De Kuip, het vertrek van de hardcore Feyenoord-supporters, het ouderwetse clubgevoel. Zondag sprak Jan de Jong zich weer niet duidelijk uit en deed hij alsof Feyenoord aan de kantlijn staat te wachten totdat er een beslissing wordt genomen.

Die houding is niet langer vol te houden. Jan de Jong moet een beslissing nemen en dan kan Feyenoord vooruit. Op de ene manier – als rijkere club in een onpersoonlijk stadion zonder verleden – of als het oude Feyenoord: af en toe iets winnen in een stadion vol weemoed en vreugde. Jan zal moeten laten zien op wat voor manier hij van voetbal houdt.

Óf je blijft een club die echt een club wil zijn en die weinig belang hecht aan de echte Europese top, óf je wordt een club die grote prijzen wint en afscheid neemt van een belastend, emotioneel verleden. Ik heb een lichte voorkeur voor het eerste. Ik hou van voetbal en emotie, niet van prijzen en glanzend beton.

Die ridicule impasse rond De Kuip kan in één dag worden opgelost. Vraag de supporters wat ze willen en laat dat beslissend zijn. Iedere andere oplossing heeft met geld te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *