Boca versus River: van de wijk naar de wereld

 

Ik zag een prachtige kop langskomen in een Argentijnse krant. Het was daags nadat Boca Juniors en River Plate zich hadden gekwalificeerd voor de finale om de Copa Libertadores. Op de cover stond: Boca-River: del barrio al mundo, en 110 años. Van de wijk naar de wereld, in 110 jaar. Beide topclubs zijn oorspronkelijk opgericht in dezelfde buurt in Buenos Aires en van daaruit is een rivaliteit ontstaan die de landsgrenzen is ontgroeid. In Argentinië gaat het al dagen over niets anders dan de moeder aller finales, die deze maand over twee duels gaat worden gespeeld.

Op de een of andere manier moest ik bij het lezen van die kop denken aan mijn eigen jeugd. In Trabzon was het enige wat we hadden de gedachte aan voetbal. Meestal was het wachten op iemand met een leren bal, dán telde je mee. Ik kan me herinneren dat ik als elfjarig jongetje langs een sportzaak liep en daar zo’n bal in de vitrine zag liggen. Die kostte destijds een miljoen Turkse lira en hoezeer ik ook smeekte en zeurde, die kreeg je niet zomaar cadeau. Een leren bal bezitten was echt iets bijzonders. Er waren ook goedkopere ballen, felgekleurd en van plastic.Het nadeel van die plastic ballen was dat je heel erg moest oppassen waar je die naartoe schoot. Belandde die per ongeluk in de verkeerde struik, dan moest er geld bij elkaar worden gelegd om een wedstrijd verder te kunnen spelen. Was er iemand met een leren bal, dan kon er non-stop worden gevoetbald. Het schoolplein veranderde dan in een stadion en als daar niet kon worden gespeeld, kozen we een van de straten in de buurt uit die enigszins vlak liepen. Die wedstrijden, de zogenoemde mahalle maçlari, gingen meestal tussen de jongens van de ene flat of buurt tegen de jongens uit de naburige flat of wijk. Het ging er serieus aan toe, er werd af en toe gevochten en de VAR bestond toen ook al. Degene met het meeste overwicht bepaalde of de bal binnenkant- of buitenkant-jas of -steen was geweest. Ik herinner me ook jongens zonder schoenen die voetbalden alsof ze wél schoenen aan hadden.

In Zuid-Amerika is nog niet alles kapotgegaan aan de commercie

Del barrio al mundo raakt aan de kern van voetbal. Daarom kijk ik, denk ik, zo graag naar de wedstrijden om de Copa Libertadores. In Zuid-Amerika is nog niet alles kapotgegaan aan de commercie. In de laatste tien finales om de Copa stonden twintig verschillende teams. Vertaal dat eens naar de Champions League, waar een kleine elite de dienst uitmaakt. In de strijd om de Copa Libertadores kan een ploeg uit Paraguay met een beetje geluk zomaar de halve finale halen. Het toernooi heeft nog iets puurs. Je kunt vanuit je eigen wijk nog dromen. Hetzelfde gaat op voor de beleving op de tribunes. Bij Paris Saint-Germain wordt het voetbal op een gouden dienblad opgediend en kijken mensen door hun telefooncamera’s naar het spel omdat ze willen bewijzen dat ze erbij waren. Neymar is de Mona Lisa van de Ligue 1. Iedereen wil hem even op de foto zetten, maar of er echt naar hem wordt gekeken, is de vraag.

Boca-River voelt op een bepaalde manier nog als het duel uit de wijk zoals ik die in Trabzon en in Zaandam speelde en zoals die op veel andere plekken op de wereld wordt gespeeld. Het trapveldje heeft in het geval van Boca-River een bijzondere dimensie gekregen. De jongens uit de buurt zijn met elkaar zó goed geworden dat de rest van de wereld wil meekijken wat er in La Bombonera en de week erop in El Monumental gebeurt. Het enige wat je nodig hebt voor een klein beetje geluk: een leren bal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *