Allegri en de ontnuchterende geheimen achter het succes van Juventus

Door Geert Foutré in de VI

Drie Serie A-titels, driemaal de Coppa Italia en twee keer de finale van de Champions League. Massimiliano Allegri (50) won bijna alles als trainer van Juventus. De thuisduels met AC Milan (zaterdagavond) en Real Madrid (dinsdagavond) zijn voor zijn rapport van het vierde seizoen cruciaal.

In de zomer van 1992 deed Massimiliano Allegri iets wat alle Italiaanse kranten haalde. De toenmalige middenvelder van Pescara zou gaan trouwen. Alles was geregeld: het feest, de kerkdienst. Maar twee dagen voor het huwelijk blies hij de zaak af en verdween. Zoals vaker wanneer hij het moeilijk had, zocht hij ook nu zijn mentor op en gingen ze samen zeilen op zee.

Elke keer wanneer iemand een indringend verhaal maakt over de trainer Allegri, wordt Giovanni Galeone opgevoerd. Sinds ze elkaar tegenkwamen bij Pescara, geldt Galeone als een van Allegri’s intimi. Na zijn tijd bij Pescara voetbalde Allegri onder Galeone bij Perugia en Napoli en werd hij in 2006 zijn assistent bij Udinese kort nadat hij was ontslagen door derdedivisionist Grosseto. Allegri, zegt Galeone, heeft iets wat andere trainers niet hebben: ‘Intuïtie. Hij kan improviseren, heeft geniale ingevingen. Die had hij als speler en hij bezit die eigenschap nog steeds.’ Net als hij bij het afblazen van zijn huwelijk puur op zijn gevoel afging. Het is de soundtrack van zowel zijn persoonlijke als sportieve leven.

‘Hij heeft intuïtie, kan improviseren en heeft geniale ingevingen’

Zijn jeugd bracht Allegri door in Livorno. Zijn vader werkte er in de haven, zijn moeder stond elke ochtend om vier uur op om aan de slag te gaan als verpleegster. Hij heeft nog een twee jaar jongere zus, Michela.

Bijna onopgemerkt belandt Allegri als speler in de Serie A. Pierpaolo Marino zocht in de zomer van 1991, toen hij technisch directeur was van tweede-divisionist Pescara, door gebrek aan middelen versterkingen op het derde Italiaanse niveau. Er werd ingezet op jonge, beloftevolle spelers. Eén speler wilde toenmalig trainer Giovanni Galeone er absoluut bij: linkshalf Frederic Massara van Pavia. Er was slechts één probleem: Pavia had wat Massara betreft al een overeenkomst met Venezia. Maar, fluisterden de eigenaars Marino toe, als hij nog een speler uit de selectie van de derde-divisionist zou kiezen en voor beiden samen vierhonderd miljoen lire zou betalen, waarmee Pavia een deel van zijn schulden kon afbetalen, dan zou de club de overeenkomst met Venezia negeren. Dus keek Marino op de spelerslijst en zag daar een bekende naam staan die hij eerder één keer had gescout: de 24-jarige Allegri. Hij herinnerde hem als een talent, maar ietwat lui. Waarop Galeone Marino verbaasd aankeek: ‘Ik vroeg je één speler en je geeft me er twee?’ Maar al na twee dagen trainingskamp zocht Galeone Marino op en zei: ‘Die Allegri is de beste mezzala (nummer 8) die ik ooit getraind heb.’
Dat seizoen promoveerde Pescara met Allegri naar de Serie A.

Op 29 mei 2008 tekent Allegri zijn eerste contract als hoofdtrainer in de Serie A bij Cagliari. Een jaar eerder heeft hij Sassuolo van het derde naar het tweede niveau gebracht. Allegri weet met wie hij bij Cagliari te maken krijgt. Nog altijd dezelfde flamboyante voorzitter, Massimo Cellini, die hem destijds als speler haalde. Iemand die een mangia-allenatore wordt genoemd. Vrij vertaald: iemand die vaker van trainer wisselt dan van hemd.

Op 28 september vliegen de spelers na de vijfde speelronde terug uit Lecce, waar ze net hebben verloren. De stemming is bedrukt. Het is de vijfde opeenvolgende nederlaag en Cagliari staat stijf onderaan met nul punten. Wanneer Massimo Cellino bij aankomst op de luchthaven van Cagliari de spelers en de pers om hem heen verzamelt, weet iedereen wat er gezegd gaat worden. Stomverbaasd horen ze Cellino echter meedelen dat Allegri goed bezig is, vertrouwen verdient en zeker niet zal worden ontslagen.

En wat doet de trainer als dank voor zoveel vertrouwen in de aanloop naar de volgende wedstrijd, thuis tegen AC Milan? Hij verandert in vergelijking met de vorige weken helemaal niets. Tegen Milan haalt Allegri zijn eerste punt, het volgende duel wint Cagliari bij Torino. Het tij is gekeerd.

‘Als we voor ons doel hadden blijven hangen, hadden ze ons opgegeten.’

Dé wedstrijd die van Allegri een toptrainer maakt, speelt Cagliari halverwege het seizoen tegen de beste ploeg van Italië. Meer nog: de beste ploeg van Europa. Het Internazionale van José Mourinho zal dat jaar niet alleen de scudetto winnen, maar ook de beker en de Champions League. Alleen pakt het tegen Cagliari slechts een van de mogelijke zes punten. In de heenwedstrijd in San Siro grijpt Inter Cagliari bij de keel. ‘Tegen ons speelde Mourinho met vijf spitsen’, zegt Allegri daarover later in een interview met La Gazzetta dello Sport. ‘Als we voor ons doel hadden blijven hangen, hadden ze ons opgegeten. Dus zei ik tegen mijn spelers: Als Inter veel spelers voorin heeft, wil dat zeggen dat ze er weinig achterin hebben. Dus vallen we aan. Het is alleen jammer dat we niet met 1-3 wonnen, wat een logische uitslag was geweest, maar slechts gelijkspeelden.’

In dat gesprek geeft hij ook aan dat zijn lot in het begin aan een zijden draadje hing. ‘We verloren die eerste vijf wedstrijden, maar speelden goed. Belangrijk voor een jonge trainer is dat hij een voorzitter achter zich heeft staan die hem op zo’n moment vertrouwen schenkt.’ Over zijn aanpak zegt hij in dat eerste seizoen als hoofdtrainer op het hoogste niveau: ‘Ik geloof in evenwicht, maar ik neig wel naar aanvallend voetbal, met inzet maar ook spelplezier. Dat is belangrijk voor mij. Ik kan de dag niet doorkomen door verdrietig of boos te blijven. Trouwens: met alle domheden in herinnering die ik op de leeftijd van mijn spelers uithaalde, moet ik me toch niet voordoen als de man die hun moet vertellen wat ze moeten doen.’

In zijn debuutseizoen in de Serie A is Cagliari zeven dagen voor het einde van de competitie gered en krijgt Allegri de Panchina d’Oro, de prijs van beste trainer. Een jaar later staat hij toch op straat, maar wanneer Ancelotti AC Milan verlaat, laat Silvio Berlusconi zich overhalen het trainers-talent in de Serie A een kans te geven. Veel te vroeg, volgens kenners. Berlusconi is groot geworden met de filosofie van Arrigo Sacchi, die gepassioneerd voor zijn vak leefde, nooit ophield voetbal te doceren en niet alleen tevreden was met goede resultaten maar ook nog eens mooi voetbal verwachtte. Tot eenieders verbazing wordt Allegri al in zijn eerste jaar kampioen met AC Milan. Het is de eerste titel voor de Rossoneri in zeven jaar. Alleen Roberto Mancini was als trainer jonger toen hij zijn eerste landstitel won.

Wat was zijn geheim? Andrea Maldera, een van Allegri’s assistenten bij AC Milan toen, omschrijft Allegri als volgt: ‘Hij is erg intelligent, begrijpt mensen. Een ander sterk punt is dat hij wedstrijden goed leest en goed reageert als het nodig is. Hij is op z’n best wanneer hij tijdens een duel moet ingrijpen. En voor de rest is Max een erg bescheiden man.’

Allegri: ‘Toen ik bij Milan begon, zeiden mensen me dat ik het niet zou kunnen, maar de eerste twee jaar werkte ik met echte kampioenen die me de titel lieten winnen.’ Zijn aanpak is erg simpel: ‘Als ik iets zeg, doe ik dat helder en duidelijk, en rechtstreeks.’

Allegri vindt ook dat een trainer moet luisteren en meedenken met de club waar hij werkt. De trainer als azionista, bedrijfsmedewerker. Wel leert hij bij Milan dat je je als trainer niet té veel kan identificeren met de club. In zijn tweede seizoen haalt hij nog de kwartfinale van de Champions League, maar vertrekken met Zlatan Ibrahimovic en Thiago Silva ook de betere spelers. Wat overblijft, is een verouderde spelersgroep én de torenhoge ambities. De jonge trainer beseft dat hij de rekening betaalt. Het zal hem bij Juventus niet meer overkomen.

Allegri zit op 16 juli 2014 in de auto wanneer de telefoon rinkelt. De voorzitter van Juventus wil hem spreken. Antonio Conte is op de eerste dag van de voorbereiding opgestapt en de kampioen wil binnen 24 uur een vervanger. De geruchten dat er een breuk aanstaande was tussen club en kampioenenmaker bestonden al een tijdje, maar uiteindelijk was Conte toch aan de slag gegaan. Met als gevolg dat de eerste kandidaat-vervanger, Sinisa Mihajlovic, niet meer beschikbaar was. Die had net getekend bij Sampdoria.

Woedend zijn de fans, vanwege het plotselinge vertrek van hun idool en vanwege zijn vervanger, een Milanista

Nog geen dag na het vertrek van Conte staat Allegri op het trainingscomplex. Er wacht hem een warm onthaal, maar niet in de positieve zin van het woord. Woedend zijn de fans, vanwege het plotselinge vertrek van hun idool en vanwege zijn vervanger, een Milanista. Wanneer de auto met voorzitter Andrea Agnelli en Allegri het complex uitrijdt, wordt hij bij de uitgang bespuwd en geduwd door zo’n driehonderd woeste Juve-fans. Allegri blijft rustig. ‘Als je in de steek gelaten wordt door een verloofde van wie je veel hield en die veel voor je gedaan heeft, mis je haar. Voor de fans van Juventus was Conte die verloofde’, zegt hij daar later over.

Met kleine aanpassingen verovert Juventus in Allegri’s eerste seizoen opnieuw de titel. En daarna nóg een keer en nóg een keer. In tegenstelling tot bij Milan wordt zijn winnende ploeg niet afgeroomd. Paul Pogba vertrekt? Dan haalt Juventus voor die som gewoon Gonzalo Higuaín.

Bij Juventus wordt hij een evoluzionista. ‘Ik trof een ploeg aan die succesvol was met een bepaalde methode. Ik heb die aanpak niet veranderd, alleen hier en daar bijgestuurd waar ik het nodig vond.’ Hij schept niet op over de resultaten, laat Conte en alle andere trainers in hun waarde, maar als het erop aankomt, is hij geen zachtgekookt ei. ‘Ik bijt, maar op een beleefde manier.’

Vorig seizoen stond hij in de catacomben naar de kleedkamer neus aan neus met verdediger Leonardo Bonucci. Die had tijdens de wedstrijd tegen Palermo vanaf het veld gevraagd om Claudio Marchisio te wisselen, omdat die er volgens hem helemaal doorheen zat. Allegri legde zijn vinger op de lippen: zwijgen en spelen. Na het duel moest een razende Bonucci bij de trainer worden weggehaald. De club probeerde de zaak te sussen, maar Allegri stond op zijn strepen: zonder excuses van de voetballer en een megaboete was het ‘hij of ik’, maakte hij duidelijk. Technisch directeur Beppe Marotta kon niet anders dan zijn trainer steunen.

Begin dit seizoen is zijn contract opnieuw opengebroken. Toen hij bij Juventus debuteerde, kreeg hij 2,5 miljoen per jaar. Dat werd al snel verdubbeld, waardoor hij de best betaalde trainer in de Serie A werd. ‘Hij is onze absolute topvedette’, zei Marotta over Allegri toen hij bijtekende tot medio 2020. Nooit eerder verdiende een trainer in de Serie A acht miljoen euro per jaar.

Hoe belangrijk is een trainer precies? Allegri relativeert zijn rol. ‘Als ik na een wedstrijd mensen hoor praten over tactiek en de rol van de scheidsrechter, moet ik altijd lachen’, zegt hij. ‘Mensen denken te veel aan randzaken en te weinig aan de belangrijke acties op het veld die vaak het verschil hebben gemaakt: een geniale pass van Pirlo of een wereldsave van Buffon.’

Zijn scriptie als afsluiting van de Italiaanse trainersopleiding ging over het functioneren van de drie middenvelders op een driemansmiddenveld. Het centrale thema in zijn stuk: techniek. Hij zal het herhalen wanneer hem wordt gevraagd hoe Juventus de Champions League-finale van Real Madrid kan winnen. Met kracht, druk zetten, grinta? ‘Nee’, zegt trainer Allegri. ‘Met techniek. Een-tegen-een, klasse.’ In het handbal ziet hij hoe het verschil vaak in de laatste seconden wordt gemaakt, in een-tegen-een-duels waar één geniaal moment voldoende is om het verschil te maken. ‘Wat je moet doen’, betoogt hij al in 2009, ‘is een eigen gezicht, een identiteit aan je team geven en zorgen dat je voldoende mensen hebt die bereid zijn zich helemaal weg te cijferen.’

Gianluca Vialli is gecharmeerd van de trainer Allegri. De vroegere spits van Sampdoria, Juventus en Chelsea werkt als analist voor Sky Sport Italia. ‘Hij is een coach die, net als Marcello Lippi, het vertrouwen zoekt van zijn spelers, maar hen ook vertrouwen geeft. Als je Allegri over zijn spelers hoort praten, voel je dat hij hen vertrouwt. Maar: hij vertelt hen niet wat ze willen horen, maar wat ze moeten horen. En ik ben het met hem eens met wat hij zegt over mooi voetballen.’

Daarmee verwijst Vialli naar het commentaar van Allegri op een persconferentie na weer een wedstrijd die gewonnen werd, maar zonder veel overtuiging: ‘Waar het om gaat, is winnen. Wie spektakel wil zien, moet maar naar het circus gaan.’

Arrigo Sacchi, gewaardeerd analist in het Italiaanse voetbal, is altijd strenger geweest voor Allegri dan voor pakweg Antonio Conte of Sarri: ‘Ik prikkel hem vaak omdat ik meer van hem verwacht. Hij moet leren niet zo snel tevreden te zijn. Tactisch is hij heel sterk, maar hij mist de passie die ik had of die Conte, Diego Simeone of Pep Guardiola hebben. Hij verstaat de kunst van het winnen, maar in Europa win je door jezelf op te dringen, niet door terug te zakken en het spel aan de ander te laten. Eerst was hij te zuinig met spektakel, hij bracht het absolute minimum. Eén goal, en dan plooide zijn ploeg zich terug. Nu durft hij het spel te maken en zelf iets te ondernemen.’

‘Wanneer je in het hoofd van een speler doordringt, is de helft van je werk gedaan’

Een trainer, vindt Allegri, is niet zo belangrijk. ‘Zijn aandeel in het succes van een ploeg? Vijf procent. Hij moet vooral niet te veel schade aanrichten. Ik geloof vooral in de psychologische factor. Wanneer je in het hoofd van een speler doordringt, is de helft van je werk gedaan. Mijn spelers moeten overtuigd zijn van hun mogelijkheden. Overtuiging laat je resultaten behalen die je nooit verwacht had. Als ik iemand hoor claimen dat hij een speler ontdekt heeft, irriteert me dat. Je bent hooguit degene geweest die de speler heeft toegelaten zijn kwaliteiten te tonen. Als iemand kwaliteit heeft, komt die vroeg of laat naar boven. Met jou of met een andere trainer.’ Bezeten noemt hij zichzelf niet. ‘Als je de hele nacht opblijft om videobeelden te bestuderen, zie je niet meer helder, dan ben je gewoon moe.’

Je kunt trainer worden, voegt hij toe, maar het is net als in andere beroepen: ‘Je hebt topchirurgen en gewone dokters. Magie heb je of heb je niet.’ Wat hij dan, in die beperkte rol die hij zichzelf als trainer toekent, voor zichzelf een belangrijke eigenschap vindt? ‘Verbeelding en het vermogen onverwachte zaken goed op te vangen en te managen. Soms heb ik op vrijdagmiddag mijn basiself in mijn hoofd, maar verander ik die op zondag, omdat ik iets anders bedenk.’

Uiteindelijk, besluit hij, is het allemaal simpel: ‘Je moet als trainer gewoon goede spelers hebben die de bal goed kunnen passen.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *