14 – 11 – 2018 Voorpublicatie Weekendmiljonairs: ‘We zijn allemaal hoeren’

Voorpublicatie Weekendmiljonairs: ‘We zijn allemaal hoeren’ in de VI

Door:
Iwan van Duren @iwanvanduren
Tom Knipping @knipping_tom

Een Picasso aan de muur is tegenwoordig goedkoper dan een Neymar op het veld. Spelershandel is de nieuwe goudmijn geworden. Waar anders verdien je dertig miljoen euro op een dag? In hun nieuwe boek Weekendmiljonairs nemen de VI-journalisten Iwan van Duren en Tom Knipping je mee naar een wildwestwereld waarin voormalige videotheekeigenaren en ex-kerstbomenverkopers de handel bepalen in een keihard door cash gedreven systeem. Lees mee hoe in de schaduwen van de schijnwerpers het echte spel wordt gespeeld.

We treffen de openhartige makelaar achter het pseudoniem De Facebook-held. Hij geeft ons een spoedcursus inclusief de vijf gouden regels om succesvol te zijn. We leren dat alleen verstandelijk gehandicapten in dit wereldje geen miljonair worden.

Door de striemende regen komt vanuit de verte een stipje dichterbij. Een man op een racefiets. Nu ja, het is weer eens wat anders dan een Ferrari. Vlak voor de ophaalbrug van Abcoude knijpt hij in de remmen. Hij parkeert tegen de gevel van café De Eendracht en loopt met uitgestoken hand op ons af. ‘Sorry’, zegt voetbalmakelaar André Gieling, wijzend naar zijn natte trainingspak. ‘Ik heb zo’n sportkarretje, maar dat staat bij mijn ouders.’

Binnen ploft de Amsterdammer neer in een houten stoel en bestelt ‘thee met van die blaadjes erin’. André Gieling behoort in zijn beroepsgroep tot een minderheid die niet is behangen met goud, zilver of diamanten. Hij draagt geen Breitling, rookt geen cubanen en zelfs zijn smartphone komt niet op tafel. Mogelijk dat een van zijn collega’s, die smaalde dat André Gieling op badslippers naar onderhandelingen komt, er niet helemaal naast zit. Toch heeft Gieling vele transfers gedaan. ‘Wel meer dan honderd, schat ik.’ Al sinds 1990 leeft hij van voetbaldeals. Een wereld die hij ‘schimmig en surrealistisch’ noemt, maar ook zo zijn voordelen heeft. ‘In die periode heb ik voldoende muntjes gepakt.’

Als een langbenige dame even later muntthee serveert voor de verkleumde makelaar, vuurt die al zijn eerste anekdotes af. Johan Derksen noemde André Gieling ooit een vermakelijk bluffertje. Veel vakgenoten denken daar anders over. Waar zij blaren op hun tong praten om het beeld van de inhalige profiteur bij te stellen, schetst Gieling een rauw beeld van een verrotte bedrijfstak waarbij graaiende bankiers verbleken. ‘Bij sommige transfers pak je een miljoen of meer.’

STEEKPENNINGEN
In een kwart eeuw wheelen en dealen ontwikkelde Gieling een kritische kijk op de voetbalsport. Veel hoef je volgens de Amsterdammer tegenwoordig niet te kunnen om te slagen als voetbalmakelaar. ‘Sommigen weten niet eens hoe ze hun eigen belastingformulier moeten invullen.’ Al in 2000 schreef hij de frustratie van zich af in Adrenaline! Bedrog op de grasmat. Een boek over gokfraude en gerommel bij transfers. Voor alle zekerheid had hij de namen aangepast. Dat was wel zo prettig voor de clubdirecteur die op een buitenlandse trip was gefotografeerd tijdens een heftig triootje. Ook de scouts die steekpenningen hadden aangenomen, konden opgelucht ademhalen.

Tegenwoordig klikken makelaars met enige bezorgdheid zijn Facebook-pagina aan. Onder het pseudoniem De Facebookheld publiceert André Gieling regelmatig magnifieke avonturen uit de makelaarsjungle waar het geld als fonteinen uit de grond lijkt te spuiten. Daarbij schroomt hij niet hebberige collega’s bij naam te noemen.

Voetbalmakelaars kwalificeert Gieling als ‘aalgladde, verachtelijke en extreem hebberige mensen’

Op het eerste oog lijkt zijn Facebook-account een grap. Het is althans geen alledaags visitekaartje voor een voetbalmakelaar. Vaak presenteren die zich op sociale media als de zon waar alle andere voetbalplaneten omheen draaien. Een selfie op de eretribune van een groot voetbalstadion, lunchend met een beroemde speler, in maatpak bij een contractondertekening. Veelal staan ze garant voor een spervuur aan duimpjes-omhoog bij posts die je niet snel zou associëren met mannen van middelbare leeftijd, maar eerder met de tieners en twintigers die zij vertegenwoordigen. Gieling gooit het over een andere boeg. Zijn huidige beroep is terroristen oppakken, hij studeerde aan Harvard en onder het kopje Info over André vinden we het motto ‘Het was, is en wordt niets’. Verder treffen we nauwelijks foto’s van voetballers, maar veel Alpendecors met Gieling in wieleroutfit of baantjes trekkend in een zwembad ergens aan de Méditerranée. Tweehonderd kilometer trapt hij zo weg en er is geen bergtop te hoog. Werken zien we hem nooit. Laat staan met een glas bubbels in zijn hand in een bestuurskamer. Nerveuze collega’s maken van deze ludieke presentatie dankbaar gebruik om gaten te schieten in zijn onthullingen, al is er nog geen makelaar opgestaan die de sappige anekdotes van Gieling openlijk ontkent. ‘Ik wil niet zeggen dat er heftig wordt gereageerd, maar ze volgen het wel. Laatst bleek dat nog, toen ik bij SEG op bezoek was.’ SEG is de Sports Entertainment Group uit Amsterdam, de firma die deze eeuw uitgroeide tot marktleider in Nederland. Het in 2000 opgerichte bedrijf overvleugelde alle bestaande kantoren en heeft nu Robin van Persie, Memphis Depay en nog een handvol internationals als pronkstukken. ‘Daar zitten ze te genieten als ze die stukken lezen. “Het klopt wel wat je schrijft”, zeiden ze. Ja, natuurlijk klopt het.’

Gieling schetst geen verheffend beeld van de beroepsgroep waarin een achtergrond als oplichter een pre lijkt. ‘Een nauwelijks nog serieus te nemen professie’, schrijft hij. ‘Bemoeizuchtige broers, hebzuchtige vaders, uitgenaste ooms, uitgekookte patatboeren, louche advocaten en de opportunistische slager op de hoek: iederéén is tegenwoordig voetbalagent.’ Voetbalmakelaars kwalificeert hij als ‘over het algemeen aalgladde, verachtelijke en extreem hebberige mensen’ die actief zijn in ‘een wereldje dat bol staat van zowel afgunst als argwaan’.

PORSCHE
De man achter deze teksten roert door zijn thee. Zelf noemt hij zich geen spelersbegeleider meer. ‘Ik maak clubdeals en participeer in investeringsmaatschappijen die transfers regelen.’ Daar heeft hij afgaande op zijn internetpagina een glimmende Porsche en opmerkelijk veel tijd om te wielrennen aan overgehouden. Maar dat is niet zo vreemd volgens Gieling. ‘Je moet wel een enorme mongool zijn wanneer je als zaakwaarnemer na het Bosman-arrest geen miljonair bent geworden.’

‘Je moet wel een enorme mongool zijn als je na het Bosman-arrest geen miljonair bent geworden’

Decennia geleden was hij een van de eersten die profiteerden van de exploderende transfermarkt. In de jaren tachtig maakte Gieling furore in de jeugdopleiding van Ajax. Daar leerde hij makelaarspionier Cor Coster kennen. De beruchte schoonvader van Johan Cruijff die eind jaren zestig als eerste de commerciële waarde van voetballers zag. De bikkelharde juwelier gaf de voetballers een stem. Het bleek een gat in de markt. Coster, begonnen als ongeschoolde havenarbeider, was gevreesd bij de clubs, maar geliefd bij de sterren. Al snel begeleidde Coster de beste internationals. Cruijff, Neeskens, Rep, en later Gullit, Rijkaard en Van Basten. ‘Coster zou ook mijn manager worden. Maar op mijn zeventiende raakte ik ernstig geblesseerd. Het heeft me pijn gedaan. Je kunt wel muntjes hebben, maar alle muntjes zou ik inleveren voor een jaar topvoetbal. Dat is een gemis. Een groot gemis. Ik speelde in een legendarisch goed elftal. Dennis Bergkamp, Frank en Ronald de Boer, Marciano Vink, Richard Witschge, Bryan Roy. Glenn Helder werd afgevoerd omdat hij niet goed genoeg was.’

Na een kortstondige carrière als interviewer bij Het Parool trad André Gieling in de voetsporen van Coster. ‘Ik had een klik met hem.’ En zo belandde het afgekeurde voetbaltalent in de spelersmakelaardij. Vijf wijze lessen kreeg hij mee:

1 ‘Geen geld uitlenen.’
2 ‘Nooit borg staan.’
3 ‘Geen personeel nemen.’
4 ‘Niet trouwen.’
5 ‘Zo snel mogelijk uitschrijven uit Nederland.’

Grotendeels heeft hij zich eraan gehouden, op het geld uitlenen na dan. ‘Ik ging de mist in. Ik heb nog een hoop tegoed.’

In 1992 was hij betrokken bij zijn eerste buitenlandse transfer, toen Ajacied John van ’t Schip voor vijf miljoen gulden naar Genoa verkaste. ‘Dat ging nog bijna mis ook. Daar zat zo’n maffiose voorzitter. Die kwam aanrijden in een limousine. Coster is tijdens de besprekingen nog weggelopen.’

OULIDA
Samen trokken Coster en Gieling lovend en biedend door de bestuurskamers. Al snel kreeg Gieling te maken met een van de moeilijkste facetten van het vak; het gebrek aan loyaliteit bij spelers. ‘Vaak wordt negatief gesproken over makelaars, maar spelers zijn geen haar beter.’ Midden jaren negentig werd hij voor het eerst belazerd door een speler. Destijds groeide het makelaarslegioen langzaam maar gestaag. Meerdere haaien cirkelden om de prooien. Gieling bemachtigde het Marokkaanse talent Tarik Oulida. Adviesje van Cruijff, die vond dat Oulida meer potentie had dan Clarence Seedorf en Patrick Kluivert.

‘Hij was een van mijn eerste jonge spelers die ik als een soort Jerry Maguire avant la lettre begeleidde. Contact over alles. Vijftien ruggetjes regelde ik voor een Nike-contract terwijl hij nog in het tweede zat. Samen gingen we op vakantie in Amerika. We waren bij de bekerfinale in Portugal, daar zaten we in de kleedkamer naast Luís Figo. Twee weken later waren we bezig met een transfer naar Sevilla. Hij moest iets van 2 miljoen gulden kosten. Sevilla wilde het liever buiten ons om doen, want dat was voor de club goedkoper. Op zeker moment kreeg ik een fax van een advocaat binnen: Oulida zit niet meer bij je. Ik had mijn carrière gemist, mijn hele ziel en zaligheid gooide ik op zo’n gozer. Als hij scoorde, scoorde ik ook. En dan word je zo in de steek gelaten. Was ik hem op dat moment tegengekomen, dan had ik hem doodgereden. Daarom ga ik nooit meer een vriendschap aan met een speler. Geef je een voetballer veel aandacht, dan willen ze alles. Dan bellen ze nog als de wc stuk is. Ik had dat met Bobby Petta. Die belde mij ’s avonds om elf uur drie kwartier op. Had hij opgehangen, dan belde zijn vader weer. Ik werd gek. Je zult zestig van die gasten hebben.’

‘Was ik Oulida op dat moment tegengekomen, dan had ik hem doodgereden. Daarom ga ik nooit meer een vriendschap aan met een speler’

Na Oulida bleek ook Ali El Khattabi niet zo eenvoudig te transfereren. Hij kon van Sparta naar Heerenveen. ‘Ik kon hem 250.000 gulden laten verdienen. Voorzitter Riemer van der Velde wilde heel graag een deal doen met Coster. Ik zat achter het stuur, Coster naast me. El Khattabi en zijn vader zaten achterin. Toen zei vader El Khattabi: “Ja, maar wij moeten nog wel nadenken over het contract”. Nadenken? Wat nou nadenken? Over een kwart miljoen? Uiteindelijk zijn we uit Friesland vertrokken zonder een contract te tekenen. Die Van der Velde was helemaal over de rooie. Coster ook. Tussen Heerenveen en Lelystad zei Coster: “Gooi ze eruit!” Toen heb ik Pavarotti maar wat harder gezet. Drie weken later heb ik de deal nog kunnen redden, maar Coster wilde hen niet meer zien.’

Nadat hij vervolgens zijn handen vol had gehad aan de losbandige linksbuiten Yassine Abdellaoui, die in één seizoen drie auto’s total loss reed, keek Gieling wel uit. ‘Al komt de nieuwe Maradona voorbij, ik zal nooit meer een Marokkaanse speler begeleiden. Ze hebben allemaal wat.’

LABIELE JONGENS
Gieling vond de spelers zo onbetrouwbaar dat hij de traditionele begeleiding inruilde voor de rol van clubmakelaar. Hij wilde niet meer afhankelijk zijn van labiele jongens die volgens Gieling ‘de werkelijkheid allang uit het oog verloren zijn en van gekkigheid soms zeven auto’s op de oprijlaan hebben staan’. Bovendien had hij geen zin om te knokken om de gunsten van dertienjarigen. ‘Dan moet je concurreren met een paar honderd vage figuren die betrekkelijk weinig geduld hebben, mensen die elke trots overboord zetten op jacht naar een vette managementfee.’ Collega’s die jonge pubers paaien met cadeaus, in de hoop er in de toekomst een slaatje uit te slaan, noemt hij ‘zielige figuren’. Het kost nog een hoop geld ook. ‘Want het gaat om tenenkrommend geronsel middels spelcomputers, scooters en niet misselijke onderhands betaalde bedragen.’ Dan kun je beter aanpappen met clubvoorzitters, die jou vervolgens inhuren om bepaalde transfers te regelen.

Maar dan nog ligt het mes in de rug continu op de loer. Soms kost dat een mooie commissie. Gieling overkwam dat met Limburger Boudewijn Zenden, over wie De Facebookheld een vlammend betoog schreef. ‘Het was 1998. Zenden zat bij PSV en was rijp voor een transfer. Wij hadden het Italiaanse mandaat bemachtigd. Bij Internazionale hadden wij bijzonder goede contacten. Daar had ik een salaris voor hem geregeld, echt geweldig. 1,8 miljoen dollar per jaar, exclusief premies. Daarnaast zou Zenden 1,5 miljoen dollar tekengeld krijgen. Elk jaar een nieuwe Chrysler. Een gratis woning. Na Ronaldo werd hij de bestbetaalde speler. Daar zijn Cor Coster en ik een halfjaar mee bezig geweest. We waren rond.’

De voorzitter van Inter moest het alleen nog even bekrachtigen. Hij bezocht beroepsmatig olievelden in Iran en Inter speelde ook nog een Europese finale. Daarna zou alles worden getekend. ‘Maar ook het WK 1998 stond voor de deur. Zenden wilde per se voor het WK zekerheid. Op een dag zat ik in Málaga op een terrasje. We kregen witte rook van Inter. Ik belde Zenden op. Wat denk je? Had hij een dag eerder een voorcontract bij Barcelona getekend voor 1 miljoen dollar per jaar. Hij kon niet langer wachten. Daar ging onze fee van 1,5 miljoen dollar. Dat was voor Coster, toen 77 jaar, de aanleiding om te zeggen: Ik kap met die kolerehandel.’

Coster was afgetroefd door de voormalige vakbondsman Rob Jansen, die behoorlijk aan de weg timmerde. ‘Rob Jansen had het Spaanse mandaat en had Zenden overgehaald uiteindelijk dus voor een veel lager salaris te tekenen. Zenden kwam ik tegen in het teamhotel van Oranje, op die rots in Zuid-Frankrijk. Hij vond het klote. Zei dat hij stom was geweest. Er waren wel wat meer oorzaken waarom Coster wilde stoppen. Ulrich van Gobbel. Wat een rotzak. Die speelde bij Southampton, maar daar was hij ook alweer een beetje vadsig geworden. Ik had een heel goed contact bij Deportivo La Coruña. Die club wilde een snelle en wendbare verdediger. Coster ging erheen om te onderhandelen. Het kwam rond. Van Gobbel verdiende toen een tonnetje of drie, vier. Wij hadden een contract dat boven het miljoen was. Ik belde Van Gobbel op. Zei hij: “Toch maar niet”. Kon ik die ouwe weer bellen.’ Vervolgens kon Van Gobbel naar Dubai. ‘Daar had ik een aanvraag voor een speler. Zwart, snel en een beetje naam. Dat had hij allemaal. Ze wilden acht ton betalen. Netto. Plus huisje, autootje. Ticket geregeld. Maar hij kwam gewoon niet opdagen. Hij was zijn paspoort kwijt, zei hij.’

De overtreffende trap maakte Gieling mee in 2017 toen FC Utrecht-topscorer Sébastien Haller doodleuk een bod van 23 miljoen euro netto uit China afwees. Vanuit Houston had clubeigenaar Frans van Seumeren zijn zegen al gegeven voor een afkoopsom van 15 miljoen euro. ‘De man die al zoveel eigen geld in FC Utrecht had gestoken kon eindelijk wat terugverdienen. Ware het niet dat uitgerekend zijn spits waarschijnlijk als enige man op aarde 23 miljoen netto zomaar achteloos wegwuift. Soms lijkt het wel een slechte film. Ik heb er maar een stukje over geschreven.’

André Gieling schetst een beeld van een cowboystad zonder sheriff. Iedereen is in de goudkoorts op zoek naar dat ene klompje, dat zijn leven kan veranderen. Hij stipte al even aan hoe weinig loyaal spelers zijn. Andersom, spelers die een loer wordt gedraaid door hun makelaar, gebeurt ook. Gieling adviseert zijn Facebook-artikel over Wesley Sneijder maar eens te lezen. In 2013 werkte Gieling aan een transfer van Sneijder naar Manchester United. ‘Samen met een Joodse zakengroep in Londen en de personal assistant van Sneijder.’ Die laatste bleek vooral bezig met ‘het opruimen van de bende die veroorzaakt was door de vorige zaakwaarnemer van Wesley: Søren Lerby’.

De tragiek is dat er voor dergelijke lui, in deze jungle, altijd een vette boterham blijft te verdienen. Naast Lerby en zijn gemanipuleerde hulpjes zijn er in de huidige spelershandel namelijk nog duizenden van dit soort laaielichters actief. Het zijn de voetballers en hun ouders die met het volle verstand voor deze notoire nietsnutten kiezen. Pas als ze na een paar jaar het bedrog achter de schone schijn doorzien, verbreken ze het contact met hun agent om… dikwijls weer een volgende zakkenvuller (die het zogenaamd wel allemaal kies en keurig regelt) te bevredigen.

En even verderop lezen we over Wesley en Yolanthe die voor veel geld de boot in gingen met een buitenlands appartement dat ze te duur kochten:

Daarvoor schakelden ze Lerby in. Wat Sneijder toen nog niet wist was dat Lerby en de huisjesmakelaar onder een hoedje hadden gespeeld.

Dat zijn verhalen die we niet lezen in de kranten. Reageren de hoofdrolspelers nooit? Gieling haalt zijn schouders op. ‘Wat zouden ze moeten zeggen? Ik schrijf gewoon op wat binnen het wereldje allang bekend is.’

Zelf gaf Gieling eens een gouden horloge weg aan de voorzitter van Bolton Wanderers, die zo vriendelijk was om de IJslander Eidur Gudjohnsen na twee jaar blessureleed de kans te geven op een rentree. Maar dat was kinderspel vergeleken met de peperdure een-tweetjes achter de schermen. Soms vraag je je af hoe het kan dat de spelersprijzen maar blijven stijgen, terwijl bijna alle clubs verlies maken. Gieling heeft daarvoor een simpele verklaring. ‘Bedragen worden kunstmatig opgepompt. Als ik bij de Engelse manager Harry Redknapp een transfer wilde doen, dan vroeg hij gewoon een aandeel. Stel dat de managementfee 300.000 was. Dan moest er 175.000 naar hem, de rest kregen wij. Anders geen transfer. Letterlijk.’

In de boekhoudingen is van deze heren-akkoorden uiteraard niets terug te vinden. De bedragen worden cash betaald of naar een geheime eilandrekening gestuurd. Volgens Gieling worden clubs structureel benadeeld door hun eigen werknemers. ‘Cvitanich, die destijds bij Ajax is mislukt, kon voor 2 miljoen dollar worden opgehaald bij Boca Juniors. De Ajax-scout ging naar Buenos Aires, samen met een medewerker van het kantoor van makelaar Søren Lerby. Waarom? Tja… Uiteindelijk is Cvitanich voor 6 of 6,5 miljoen naar Ajax gegaan. Dit was een relatief kleine transfer. Als je in het groot denkt…’

Zelden lekt uit hoeveel geld er weglekt bij transfers. Neymar die achteraf 30 miljoen duurder bleek dan Barcelona na zijn komst naar Europa had vermeld, was een uitzondering. Komt het vaak voor? ‘Ja joh, dat is in de loop der jaren alleen maar erger geworden. Er gaat zoveel geld in om. Vroeger had Arie Haan de naam. Maar nu… Op Louis van Gaal na doet iedereen het. Ik zal je een voorbeeld geven. Dan praat je over een heel klein facet van de voetbalsport: de scouts. Die willen muntjes. Bij de president van een club hoef je niet aan te komen over smeergeld, want je hebt het over zijn centen. Maar scouts hebben een belangrijke stem in het aankopen van nieuwe spelers. Die mensen willen een beloning voor het aanprijzen van jouw speler. Ik ging eens op bezoek bij het makelaarskantoor SEG in Amsterdam. Daar kwam ik een scout tegen van Ajax. Die kwam even langswippen. In principe heb je daar als scout niets te zoeken. Hij kwam er eigenlijk om verkapt te vragen waar hij het beste zijn centjes kon stallen in bv-vorm. Nou ja. Hoe kun je dan nog objectief spelers van dat bureau beoordelen?’

WITWASSEN
Afgezien van sponsors en gemeenten die regelmatig moeten optreden als reddende engel voor clubs die in de problemen zijn gekomen, wordt iedereen er financieel beter van. Wie zegt er nee als hij in de positie komt om een stuk van de taart te bemachtigen? ‘Laatst had ik voor een Schots clubje een speler in de aanbieding van zeventien jaar, een jongen die al interlands voor Congo heeft gespeeld. Door mijn contact kon ik die gratis naar Europa halen. Die man, een topscout daar, geef ik dan tien rooitjes natuurlijk. Echte toppers raak je altijd wel kwijt, maar voor de categorie eronder verkoop je geen spelers zonder wat te ritselen.’

Geen wonder dat deze wereld waar wit en zwart geld mengen tot een grijs circuit geliefd is bij de georganiseerde misdaad. Al in 2009 verschenen de eerste rapporten over de spelershandel en witwassen. Gieling knikt. ‘Weet je wat het is? Het is allemaal met elkaar verweven. De voetbalwereld trekt veel louche figuren aan en er wordt geschoven met enorme bedragen, waar maar weinig controle op is. Er zitten niet voor niks mannen tussen die eerder actief waren in de handel met verdovende middelen.’

Maar stoppen in het wereldje waar ondanks alle vuile streken het geld voor het oprapen ligt, overweegt Gieling niet. ‘Ik kan niks anders dan voetbal.’ Ironisch genoeg gingen zijn voormalige onbetrouwbare klanten Van Gobbel, Oulida en Abdellaoui na hun voetbalcarrière zelf opereren als makelaar. Die laatste ging in hongerstaking, omdat hij van het Openbaar Ministerie een schadevergoeding eiste nadat hij was vrijgesproken van witwassen. Gieling haalt er zijn schouders over op. ‘Puntje bij paaltje zijn we simpelweg allemaal hoeren. Duizenden kilometers fietsen is een uitstekende remedie om deze ontnuchterende wetenschap te relativeren.’

Dit is een ingekorte versie van een hoofdstuk uit Weekendmiljonairs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *