25 – 03 – 2019 Ronald Koeman kan verder met de veerkracht

Het Nederlands elftal moet zich dit jaar gaan plaatsen voor het EK. Oranje-kenner Maarten Wijffels legt de ploeg bij elke interland langs de meetlat. Vier vragen en antwoorden over Nederland-Duitsland.

1. In hoeverre werd de lat van Frankrijk-thuis aangetikt?
Ronald Koeman heeft in 2019 een nieuwe norm voor Oranje bepaald. Hoe het thuisduel met Frankrijk in de Nations League werd aangepakt, dat moet nu vaker te zien zijn. Dat is de ambitie. 

Aanvankelijk leek Oranje gisteren tegen Duitsland enkel en alleen maar op zijn begrenzingen te worden gewezen. Na rust lukte het ineens wél om goed druk op de bal te krijgen op de helft van de tegenstander. Voor rust nooit. Typerend voorbeeld was de 39ste minuut. In drie passes verlegden de Duitsers het spel van hun rechterkant eerst helemaal naar links en daarna weer naar rechts, waar rechtsback Thilo Kehrer helemaal was doorgelopen om bij de tweede paal bijna 0-3 in te koppen. En let wel: dat gebeurde niet uit een snelle counter. Wat na rust zeker hielp bij de comeback, was dat Oranje voorin beter de bal vasthield. Steven Bergwijn was als invaller bijvoorbeeld een stuk ‘vaster’ dan Ryan Babel voor de pauze. Bergwijn centraal voorin als een soort tweede spits hielp ook Memphis uit zijn isolement.

2. Liet Oranje zich centraal achterin weer uit elkaar spelen zoals eerder tegen Duitsland?
Het was dé leerles van Gelsenkirchen, hoe Duitsland afgelopen november twee keer kon scoren tegen Nederland. Twee keer werd de Oranjedefensie helemaal opengereten, en dan met name bij de 1-0 toen Matthijs de Ligt en Virgil van Dijk zich in hart van die defensie uit elkaar lieten trekken. Nu zorgde de beweeglijkheid van het trio Sané, Gnabry, Goretzka ook weer voor problemen. Hoe het ging deed ook terugdenken aan Italië – Nederland, in juni vorig jaar. De lopende mensen van de Italianen waren toen zo’n plaag voor Oranje, dat Koeman in de zomervakantie besloot af te stappen van de speelwijze met drie centrale verdedigers en twee spitsen. Het geeft maar: de oplossing is zo simpel niet.

3. Heeft Nederland al een aanvaller naast Memphis voor wie elke tegenstander angst heeft?
Gisteren was ook zo’n moment om Steven Bergwijn te wegen in een topwedstrijd. Niet om hem af te rekenen op doelpunten of kansen, want val maar eens in bij en 0-2 achterstand. 

Maar je hoopt wel te zien dat zijn aanwezigheid als invaller weegt op een verdediging. Dé kracht van Arjen Robben, of-ie nou goed speelde of slecht, was dat hij afdwong dat tegenstanders vaak 20 meter verder naar achteren speelden met hun laatste lijn. Puur omdat ze angst hadden voor zijn acties en snelheid. Zover is Bergwijn nog niet dat je de Robben-vergelijking al kunt maken. Maar de potentie is er. Hij dwong nu Antonio Rüdiger wel verder naar binnen bij wat een prima invalbeurt werd, de late sof van de 2-3 ten spijt.

4. Heeft Koeman zijn vaste elftal voor de EK-kwalificatie en de finaleronde van de Nations League nu staan?
Het belangrijkste waar hij mee verder kan, is natuurlijk die tweede helft, de groepsdynamiek. Spelers die eerst zichzelf niet waren, schudden de teleurstelling af en knokten zich terug in de wedstrijd. Koeman hoefde daar maar één keer voor te wisselen. Maar drie tegengoals slikken, en de laatste ook nog op een moment dat je vlak voor tijd een gelijkspel in handen hebt, dat moet eruit. Het zou interessant zijn als Oranje in juni naast Engeland ook Portugal treft in de finaleronde van de Nations League. Zij waren een jaar geleden de tegenstanders in de eerste werkweek van Koeman. Kijken hoe die vergelijking nu uitvalt.

Door Maarten Wijffels in het AD=sport

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *