15 – 04 – 2019 ‘Het huidige voetbal is marketing met in het weekend wat wedstrijden’

Ik lees zojuist dit persbericht: ‘De Eredivisie-bal voor het seizoen 2019/20 is vanwege Het Jaar van Rembrandt opgebouwd uit etsen van de Hollandse meester. Tijdens de voorlaatste speelronde in de Eredivisie, op zondag 28 april, rolt de bal voor het eerst over de Nederlandse velden.’

Dat zullen we nog weleens zien. Ik verwacht een rel. Ik kan mij niet voorstellen dat Hakim Ziyech gaat voetballen met een Rembrandt-bal. Te kneuterig Hollands. Een aanstootgevend nationalistisch balletje. Ikzelf zou ook weigeren een Rembrandt-bal in de korte hoek te koppen. Rembrandt heeft helemaal niks te zoeken in ons Nederlandse voetbal.

Dat heeft niets te maken met Rembrandt zelf. Hij was een heel chille pik die lekker met zijn schildersezeltje ergens langs een sloot stond te rommelen en dan ging hij ’s avonds naar huis om te kijken of al zijn kinderen nog leefden. Er is heel veel bekend over Rembrandt en ik gun hem zijn eigen jaar, maar volgens mij had Rembrandt niet heel veel met voetbal.

Ik heb wat boeken doorgebladerd, maar ik kan nergens vinden dat Rembrandt een controlerende middenvelder was. Ik zie nergens een schilderij van een middenstip met een koe ernaast (Koe naast middenstip). De Nachtwacht, die kun je honderd keer bekijken, maar daar is geen voetballer op te bekennen. Dat zegt nog niet alles. De Nachtwacht wordt om de tien jaar weer eens minutieus bekeken met nieuwe wetenschappelijke methodes.

Voor de KNVB zou het prachtig zijn als er, vlak voor de competitiestart, bekend wordt gemaakt dat onder het hondje de afbeelding van een oude voetbalschoen tevoorschijn is gekomen, maar ik zou nergens op rekenen. Rembrandt had gewoon niet zoveel met voetbal. Mensen die hem hebben gekend, bevestigen dat. Hij sjoelde, dat was het wel zo’n beetje.

Het zou veel logischer zijn geweest als er een Frans Hals-bal was gemaakt. Frans Hals was een hangende spits. Die was gek op voetbal. Zijn bekendste werken maakte hij in de rust. Even een kwartiertje lang wat verf op dat doek smijten en pang, snel dat veld weer op. Als Frans Hals gras zag, dan wilde hij het niet schilderen, dan wilde hij erop spelen.

Vincent van Gogh, om nóg een schilder te noemen, was onbruikbaar als voetballer. Ze hebben het weleens geprobeerd, maar dat werkte niet. Zat hij opeens ergens in een hoek van het veld een paars voetbalveld te schilderen. Maar goed, al met al dus schandalig dat de KNVB voor een Rembrandt-bal heeft gekozen.

Ik heb een snel rondje gemaakt langs wat bekende Nederlandse voetballers en heb ze gevraagd: ‘Als ik Rembrandt zeg, waar denk jij dan aan?’ Dit zijn de antwoorden: ‘Waarom zou je remmen als er brand is?’, ‘Is dat een auto? Nee? Dan ken ik hem niet’, ‘Rembrandt, is dat niet die ene rapper die laatst is opgepakt omdat hij met 240 km per uur langs een molen reed?’

Die hele Rembrandt-bal staat symbool voor het huidige voetbal. Het is marketing met in het weekend wat wedstrijden eromheen

Voetballers hebben geen idee waar ze straks mee gaan spelen en dat lijkt me een nadeel. Het voetbalt veel lekkerder als je bijvoorbeeld een Beyoncé-bal kan koppen. Pang, je hoofd precies op haar ventiel. Nederlandse voetballers zouden heel graag voetballen met een bal die volstaat met hun favoriete horloges. Maar Rembrandt?

Twee weken geleden was heel duidelijk te zien hoe rampzalig de combinatie Rembrandt en voetbal kan uitpakken. In het tv-programma Project Rembrandtmoest Louis van Gaal door vier aanstormende kunstenaars worden geportretteerd. Hij poseerde graag. Louis is het gewend dat mensen naar hem kijken.

Een paar dingen vielen op. Alle vier schilders gaven Louis een iets mooiere neus en dat beviel hem helemaal niet. We weten nu: Louis is – tegen alle verwachtingen in – erg gehecht aan zijn neus. Veel interessanter was het de wisselwerking tussen de schilders en de voetbalcoach te aanschouwen. Dat ging extreem op z’n Louis van Gaals. Hij vond eigenlijk alle portretten helemaal ruk. Een van de schilders kreeg er ongenadig van langs, omdat hij het overhemd van Louis niet wit genoeg had geschilderd.

Het was een botsing tussen twee werelden. Rembrandt, die in het gewone iets bijzonders probeerde te verstoppen, en Louis van Gaal, die kunst pas kunst vindt wanneer het precies lijkt. Louis heeft negentien schilderijen van Rien Poortvliet in zijn huis hangen, waaronder het werk: Heel lief konijntje kijkt verbaasd naar egel met voetbalbroekje aan.

Wat mij erg stoort aan de Rembrandt-bal, is dat het een bij elkaar vergaderd ideetje is van een tiental bestuurders. Die hebben een jaar geleden met z’n allen in Zeist vergaderd over een lekkere Hollandse bal. ‘Als we er nou allemaal stukken kaas op laten schilderen.’ Die hele Rembrandt-bal staat symbool voor het huidige voetbal. Het is marketing met in het weekend wat wedstrijden eromheen.

Als voetbal tegenwoordig dan toch iets moet zijn waar je reclame mee maakt, dan zou ik het zoeken in de tattoos, de hiphopcultuur, het oneindige gelul over je PlayStation en de bus verlaten met wekelijks een ander model koptelefoon. Dat zou goed bij de huidige generatie voetballers hebben gepast. Door voor Rembrandt te kiezen laat de KNVB zien dat die, voor de zoveelste keer, ver buiten de realiteit staat. Maar dat wisten we al toen ze het fossiel Hans van Breukelen contracteerden.

Ik heb zelf een heel mooi schilderij thuis hangen. Hans en zijn polletje. Je ziet een polletje gras en daarnaast Hans van Breukelen die een melkemmer vol snikt. Net echt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *